Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
WAAR IS MIJN VOORWIEL Ik was al een poosje aan het werk als buurtagent. Ik had een wijk van ongeveer zeven straten. Geen grote wijk, maar wel een wijk waar veel gebeurde. In mijn wijk waren vele culturen en het was er bijzonder gezellig. Ik wilde altijd graag in mijn wijk zijn en van de wijkbewoners horen wat er in mijn wijk speelde. In mijn wijk zat een moskee, een school, een hele grote speeltuin en een jongerencentrum. Verder zaten er supermarkten, een sexshop en een paar kroegen. Het was een wijk met veel gezelligheid en variatie. Zoals zo vaak in dit soort wijken had je ook wel veel overlast. De wijk had veel problemen met een groepje jongeren. Je kent dat wel, een groep jongeren die stonden te hangen en veel lawaai maakten. Het was ook een groep die zich schuldig maakte aan diefstallen en gewelddadigheden. Ik was zelf ook al eens door de groep aangevallen. Zij waren het niet eens met mijn manier van optreden en vanuit het niets volgde er een aanval. Ik liep samen met een collega door de wijk en wilde een jongen aanspreken op zijn gedrag. Alleen zover kwam het niet. Vanuit het niets werden wij geslagen en geschopt. Het enige wat wij nog konden doen was ons verdedigen. Het enige wat we konden doen was de jongeren bij ons vandaan houden. De groep was te groot om iemand uit de groep aan te houden, maar goed, wij kenden de jongens. Zij zouden hun straf niet ontlopen. Hoe goed ik het ook probeerde, ik kreeg geen contact met deze groep. Ik heb echt alle tactieken uit de kast getrokken. Het aanspreken van de jongeren gaf vaak als resultaat dat de hele groep zich omdraaide en met de rug naar mij toe ging staan. Tussen de groep gaan staan leverde vaak alleen maar als resultaat op, dat de groep zich verplaatste. Ja, ja, ik zie je reactie al, dan was het probleem daar toch opgelost! Ja, voor even, want zodra ik weg was stond de groep er weer. Op een dag kreeg ik vanuit de buurt weer eens klachten over de groep en dit keer werd er een specifieke naam genoemd. Ik ging, zoals vaak, op mijn dienstfiets naar mijn wijk. Nee, niet zo’n oude dienstfiets. Niet zo’n zwarte die zwaar trapte, want die tijd was allang gepasseerd. Nee, wij bij de politie gaan ook met onze tijd mee (soms). We hadden moderne fietsen met van die mooie dunne bandjes. En deze fiets was ook voorzien van de mooie kleuren van de politie en er stond een mooi politielogo op. Het zwaailicht ontbrak nog wel! Door die bandjes kon je zo mooi tussen de tramrails terecht komen! Wat mij uiteraard al een paar keer was gebeurd. En als je tussen de tramrails terecht komt moet je toch over goede stuurmanskunsten beschikken om overeind te blijven. Het heeft mij in een grote winkelstraat wel eens een daverend applaus opgeleverd van het winkelend publiek, omdat ik nog net overeind wist te blijven. Ik heb daarna nog wel drie dagen krom gelopen van de pijn op allerlei plaatsen, die ik nu niet nader zal omschrijven. Maar goed, even terug naar de klachten over de jongeren in mijn wijk. Ik was dus op mijn dienstfiets. Ik parkeerde mijn erg opvallende fiets in de wijk. Ik sloot de fiets goed af, want geloof me, ook voor een politiefiets hadden de jongeren in de wijk geen ontzag. Ook die fiets was niet veilig voor fietsendieven. Ik parkeerde mijn fiets zo, dat ik ook vanuit de woning, waar ik moest zijn, mijn fiets nog een beetje in de gaten kon houden. Ik belde aan en ging naar binnen. Ik had met de ouders van een van de jongeren een gesprek over zijn gedrag in de wijk. Uiteraard was het een hele lieve jongen die nooit iemand overlast bezorgde en altijd lief voor zijn oma was. Nu had ik wat andere ervaringen met deze jongeman, maar soms kun je praten als brugman en bereik je niets. Zijn ouders waren wel heel aardige mensen. Na mijn gesprek gaf ik de ouders een hand en ging ik de woning uit. Ik stapte naar buiten en liep naar mijn dienstfiets. Ik had het sleuteltje al in mijn hand om mijn fiets van het slot te halen. Ik moest even goed kijken! Even heel goed kijken! Ik zag iets vreemds aan mijn fiets. Ik mistte iets! Iets essentieels. Iets wat je voor het fietsen met een fiets echt wel nodig hebt. Ik mistte een wiel! Ja, en wel mijn voorwiel! En volgens mij heb je die toch echt nodig. De jongeren van het groepje stonden wel in de buurt, maar zij hadden natuurlijk niets gezien. Ja, en daar sta je dan! Ik denk dat ik even heel vreemd heb staan kijken! Wie durft er nu aan een fiets van een diender te komen! Ja, wie heeft het lef gehad! Nadat ik een beetje over mijn boosheid heen was, heb ik een politiebusje laten komen en ik werd samen met mijn fiets opgehaald. Samen met collega’s hebben we later nog even in de buurt gezocht naar het voorwiel van mijn dienstfiets, maar we hebben het wiel niet meer teruggevonden. Later, veel later werd mijn voorwiel tijdens een huiszoeking teruggevonden, in de slaapkamer, bij een van de jongeren van het overlastgevende groepje. Mijn wijze les van dit verhaal: Zet je je fiets op slot, neem dan altijd je voorwiel mee als je een grote overlast gevende groep in je wijk hebt!