Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
HET VERLIES VAN EEN COLLEGA Ik heb lang getwijfeld of ik iets moest schrijven over het overlijden van een collega, omdat dit een zwaar onderwerp is. Ik denk dat voor een politieman –of vrouw dat een van de zwaarste dingen is die hem of haar kan overkomen in het werk. Het verliezen van één van je naaste collega’s. Voor mij was dit 28 oktober 1997. Over het incident wat ik nu beschrijf heb ik nooit veel gesproken met collega’s. Eigenlijk met niemand. Het was vaak mijn verdriet. Ik wilde er voor anderen zijn en niet praten over mijn verdriet en pijn. Een schouder bieden aan collega's of gewoon een aai over hun hoofd te geven. Gewoon een steun. Even terug naar de ochtend van 28 oktober 1997. Ik liep die ochtend al fluitend een trap op, in mijn bureau, om naar de afdeling te gaan waar ik op dat moment werkte. Ik was samen met een team belast met de bestrijding van verdovende middelen en de daaraan gekoppelde overlast van verslaafden, dealpanden, gebruikerspanden en de drugsrunners. In het weekend was ik vrij geweest en ik had geholpen bij een survivalrun voor de politie in één van de naburige gemeenten. Dus vol goede moed begon ik aan een nieuwe werkweek. In al mijn enthousiasme en een beetje kabaal makend hobbelde ik de trap op. Tot ik het bureau van mijn chef passeerde. Vrolijk als ik was groette ik hem uitbundig en probeerde verder de trap op te komen. Ik werd door de chef teruggeroepen. Met een diepe zucht stapte ik de onderste tree van de trap weer af. En met een lachend gezicht stak ik mijn hoofd om de hoek en riep quasi nonchalant: “Jaaaaa…..” Niet wetende wat me te wachten stond. Mijn chef vroeg of ik even wilde gaan zitten. Nou, nee ik wilde eigenlijk liever blijven staan. Mijn chef vroeg of ik toch maar even wilde gaan zitten. In de stem van de chef hoorde ik dat hij het meende. Ik ging zitten en vroeg: “Wat is er?” Ik zag dat mijn chef naar woorden zocht. Woorden die hij eigenlijk niet kon vinden. Hij vroeg mij of ik het nieuws al had gehoord. Mijn antwoord was: “Nee, nog niet!” “Maar, eh vertel?”. Ik vroeg dit op een beetje nieuwsgierige toon. In het antwoord dat volgde begreep ik waarom hij wilde dat ik ging zitten! Hij vertelde dat in de vroege ochtenduren het arrestatie team in Den Haag een instap had gedaan en dat daarbij één van de leden van het AT om het leven was gekomen. En dat ik het lid dat om het leven was gekomen goed kende. Ik keek hem vragend aan? Ik hoorde hem zeggen: “Vanochtend vroeg is bij de instap in Den Haag Allegonda doodgeschoten.” Ik keek hem aan en riep: “Dat kan helemaal niet! Ik heb haar van de week nog gesproken en gezien!” “Dat kan echt niet.” Hij vertelde dat haar eerste inzet bij het AT haar noodlottig was geworden. Ze was door een verdachte in een woning neergeschoten en kort daarna overleden. Ik ben stil gaan zitten en heb niets meer gezegd. Ik begreep van de chef dat ik één van de eersten was die het wist, behalve dan het team waar Allegonda jaren deel van had uitgemaakt op ons bureau. Zijn volgende vraag was ook of ik het nog even voor me wilde houden, want men wilde het tijdens een bijeenkomst in de kantine aan de collega’s gaan vertellen. Ik ben nog een poosje stil blijven zitten. Op een gegeven moment ben stil ik de kamer van de chef uitgelopen en ben op de trap gaan zitten. Verstomd en ik snapte er niets van. Ik wist even niet meer wat ik moest en misschien ook nog niet beseffend wat er gaande was. Het eigenlijk gewoon even niet meer weten. Ik zat daar terug te denken aan een paar dagen daarvoor. En nog steeds wilde het maar niet doordringen! Een paar dagen voor het incident was ik samen met een aantal collega’s bij een survivalrun in een plaats in de omgeving geweest. Niet om mee te doen, want daar was mijn conditie te slecht voor. Nee, gewoon om te helpen. Uiteraard deed Allegonda wel mee! Even sterk als altijd! Ik kende Allegonda al een aantal jaren, want we werkten samen aan hetzelfde bureau. Ook was Allegonda het eerste vrouwelijke lid van het Arrestatie Team in Nederland. Dus daar waren we best een beetje trots op! Op het moment dat ik de kantine binnen kwam lopen hoorde ik haar roepen: “Hé, je snor is eraf.” En dat klopte, voor het eerst sinds jaren had ik het haar op mijn bovenlip verwijderd. Dat haar dat was opgevallen! Bijzonder! Het werd een mooie stralende dag. En tijdens het afleggen van het parcours door Allegonda passeerde zij mij en ik zag haar verdwijnen tussen de bomen van het bos. En ik hoorde haar roepen: “Ik zie je zo!” Ik denk dat dit een van de laatste keren is geweest dat ik haar heb gezien. Zo zat ik op de trap van het bureau terugdenkend aan kort daarvoor. De dag dat ik haar had zien verdwijnen in het bos! Op een gegeven moment ben ik opgestaan en ben ik even een luchtje gaan scheppen. En op een of andere manier wilde het nog steeds maar niet doordringen! Samen met een andere collega werd ik bij de leiding geroepen. Ik maakte samen met haar deel uit van het BOT (Bedrijfs Opvang Team). Aan ons werd de vraag gesteld of wij tijdens de bijeenkomst in de kantine erbij wilden zijn en er wilden zijn voor de collega’s. Mijn collega en ik deden het werk voor het BOT graag. Maar dit… dit kwam toch wel heel dichtbij. Dit raakte onszelf. Via andere wegen hebben we een BOT van een naburig district gewaarschuwd en die zouden zo spoedig mogelijk naar ons bureau komen. Inmiddels was de bijeenkomst in de kantine al gestart en zaten mijn collega van het BOT en ik tegenover elkaar. We wisten wat er ging komen, maar toch….. We keken samen naar het plafond en telden de gaatjes. De gaatjes in het plafond en we probeerden onze tranen te bedwingen. Het was voor het eerst dat ik mijn ogen voelde branden. In de kantine hing een rare sfeer. Heel langzaam begonnen er verhalen door te druppelen. Op het moment dat er door de leiding werd verteld wat er aan de hand was, viel er een stilte. En stilte van ongeloof. Iedereen was verstomd. Na een tijdje zocht iedereen zijn eigen manier om het te verwerken. Stil in een hoekje, troost zoekend bij een collega of gewoon even weg met een auto. Even stil zitten of even weg van alles. En ik! Ik ben opgestaan en heb gekeken waar ik een schouder of een bak koffie kon bieden. Gewoon er zijn voor een ander. Heel langzaam liep het bureau vol en begonnen de telefoontjes binnen te komen. Ik heb nog nooit zo’n grote saamhorigheid gezien. Wat ik bijzonder vond en nog steeds vind is dat op een gegeven moment de ouders van Willem aan het bureau stonden. Willem is een collega die in 1985 door een schietpartij, tijdens de dienst, van het leven werd beroofd. Ze waren er maar heel even, maar het was zo bijzonder. Ze wilden er gewoon even zijn. Even hun steun betuigen en steun geven aan de collega’s. De dagen die volgden waren rare dagen. Vol verdriet, woede en ongeloof. Verdriet om het verlies van Allegonda, de woede gericht op degene die dit had veroorzaakt en het ongeloof over het feit dat ze er niet meer was! Ook het verdriet van haar partner, omdat ik hem kende. Ik zag wat het verlies van Allegonda hem deed. Ik heb nog een aantal jaren hierna met hem samengewerkt. Ook hij leeft inmiddels niet meer. Maar ook hij was EEN GOUDEN GOZER!! Op de dag van haar uitvaart kon ik niet mee naar Nieuwolda (Groningen). Ik heb haar op de Coolsingel samen met ongeveer 200 collega’s de laatste eer gebracht. Wat was dat indrukwekkend. Dit had ze verdiend. Dit had ze verdiend!! Nu jaren later merk ik pas welke impact deze gebeurtenis op mij heeft gehad. Nu pas voel ik welk verdriet het bij mij heeft veroorzaakt en wat het met me heeft gedaan. Veel, veel meer dan dat ik dacht. En nu vaak nog! Zeker als er iets gebeurd met een collega, dan sta ik even stil bij de partner, kinderen en collega’s. Ook het schrijven van dit verhaal heeft mij opnieuw diep geraakt. In de afgelopen jaren ben ik vaak aan dit verhaal begonnen en heb ik het weer opgeborgen, omdat het me emotioneel niet lukte om het af te schrijven. Voor mij blijft Allegonda de collega die op brute wijze uit dit mooie leven werd weggehaald. En voor mij blijft ze altijd de vrouw die voor mij uit het bos in rent en verdwijnt tussen de bomen en die ik hoor zeggen: “Ik zie je zo.” Dat is voor mij Allegonda en zo zal ik haar mij altijd blijven herinneren!