Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
TE HARD OF TE LAAT Het gebied waar ik in mijn laatste periode werkte was nogal uitgestrekt. Het had een oppervlakte van 324 km2. Even voor jullie visie van het uiterste puntje aan de ene kant van het gebied naar het uiterste puntje aan de andere zijde was 39 kilometer. Nu kun je denken 39 kilometer dat val toch wel mee. Inderdaad op een snelweg gaat dat allemaal best snel, maar in het poldergebied, waar ik werkte, ging het allemaal wat minder snel. Via de polderwegen, die soms glad kunnen zijn, en provinciale wegen gaat het allemaal niet zo vlot. Er waren tijdstippen dat wij in dit gebied werkten met twee surveillanceauto’s. Of een combinatie van surveillanceauto’s en surveillancemotoren om het spreidingsgebied nog verder te vergroten. Neemt niet weg dat het gebied groot is en de aanrijtijden daardoor soms langer zijn. Als we ons zouden houden aan de vastgestelde snelheden en alle verkeersregels zou je over 39 kilometer ongeveer 40 minuten doen. En volgens mij zou dit niet worden geaccepteerd. Niet door de burgers, maar ook niet door onszelf. Nu zijn de surveillanceauto’s van de politie gelukkig uitgevoerd met optische en geluidssignalen (of wel zwaailicht en sirenes). En dat heeft voor de politiemensen wat voordelen als ze ergens met spoed naar toe willen, maar het blijft altijd uitkijken. Het rijden met optische en geluidssignalen is niet zo makkelijk als het lijkt. Verhoogde oplettendheid voor de politiemensen in de surveillanceauto, het overige verkeer gaat ineens heel anders reageren en sommige mensen weten niet meer wat ze moeten doen. Kortom allerlei factoren waar je rekening mee moet houden en politiemensen zijn zich erg goed bewust van de gevaren die het rijden met optische en geluidssignalen met zich meebrengt. Aan het rijden met optische en geluidssignalen zijn allemaal regels verbonden. De zogenaamde “Brancherichtlijnen politie”. In deze richtlijn staat alles waar je je aan zou moeten houden als bestuurder van een politievoertuig die met zwaailicht en sirenes rijdt. Ook wordt van politiemensen verwacht dat zij zich aan de aanrijtijden houden! De aanrijtijden zijn de tijden tussen het tijdstip van de melding krijgen en het ter plaatse zijn op de plek waar het incident is gebeurd. Voor politiemensen geldt dat zij binnen 15 minuten op de plaats van het incident moeten zijn. Heel vaak redden we dat gewoon, maar soms…. Soms weet je al dat je het niet gaat redden binnen de gestelde tijd en dan gaan dingen botsen. Zeker niet als je de afstanden moest afleggen die wij soms in dit gebied moesten rijden. De “brancherichtlijn politie” en de 15 minuten aanrijtijd die de leiding van je verwacht. Niet te hard mogen en wel de tijd moeten halen! Iedere maand kregen wij, brigadiers, tijdens het overleg met de leiding keurig te horen of wij de aanrijtijden hadden gehaald. En als het aantal gehaalde aanrijtijden was gedaald, was de vraag of wij daar op konden letten. Zo moest ik op een dag, voor aanvang van mijn avonddienst, bij mijn chef komen om uit te leggen waarom een aantal mensen uit mijn ploeg, waaronder ikzelf, te hard hadden gereden. We waren tijdens een spoedrit gefotografeerd door een flitspaal. En nu lagen er een aantal foto’s van een flitspaal op tafel. Je kunt natuurlijk denken: “Dat kan toch gebeuren.” Alleen wij zaten met onze snelheid iets boven de snelheid van de brancherichtlijn politie en dat kon toch niet de bedoeling zijn. Toch? Vandaar een mondelinge waarschuwing voor mij en de leden van mijn ploeg! Er werd aan toegevoegd dat de boetes die in de toekomst die volgden, voor het te hard rijden, verhaald zouden kunnen worden op de politieman of –vrouw. Wat was nu het geval. Tijdens een nachtdienst werden wij, op weg naar een melding van een inbraak in een woning, door een flitspaal gefotografeerd. Volgens de melding zouden de vermoedelijke daders nog in de woning zijn. Wij moesten van erg ver komen en hadden er iets meer snelheid op gezet in de hoop dat we de daders konden aanhouden. Bij aankomst bleek dat de daders het hazenpad al hadden gekozen. Ik heb niet gekeken , maar volgens mij hebben we het wel gehaald binnen de normen van de aanrijtijden. Dit keer was het een inbraak in een woning, maar het had net zo goed een aanrijding met letsel of een reanimatie kunnen zijn. Nadat ik de waarschuwing van mijn chef had ontvangen en had gedeeld met mijn ploeg, werd er een indeling gemaakt van de voertuigen voor de avonddienst. En ik werd ingedeeld en mocht naar buiten met de chef, waarvan ik zojuist een waarschuwing had ontvangen. Laat ik duidelijk zijn! Hij had gelijk over de snelheid. We gingen op weg en onze surveillance ging over de soms verlaten wegen van de polder. Totdat we een melding kregen van een dame die onwel was in een aantal dorpen verderop. Ik zat op dat moment achter het stuur en begon te rijden. Omdat het iemand was die onwel was geraakt maakten we gebruik van de optische en geluidsignalen. Zoals je zult begrijpen hield ik me keurig aan de brancherichtlijnen van de politie. Ik hoorde mijn chef naast me roepen: “We kunnen wel wat harder.” Ik heb opzij gekeken en gevaagd: “Brancherichtlijn of aanrijtijden?” We hebben elkaar even lachend aangekeken en wisten beiden wat we bedoelden! Voor de duidelijkheid mij geldt ook dat politiemensen zich aan de regels moeten houden die voor hen gelden, maar soms botsen regels en realiteit.