Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
SUPER-OMA Op een mooie zomerdag surveilleerde ik samen met een jonge collega in opleiding door de wijk. Heerlijk genietend van de ochtendzon die door het bladerdak van de bomen naar beneden scheen. Hier en daar was er tijd om een praatje maken met de buurtbewoners die soms aan het genieten waren van een kopje koffie of thee in de deuropening van hun huis. We werden door een buurtbewoner attent gemaakt op een buitenlands voertuig dat in de straat stond en daar niet thuis hoorde. Vaak betekende dat niet dat buitenlandse voertuigen iets verkeerds deden, maar het was toch een controle waard. We liepen naar de auto en voorzichtig liepen we om de auto heen. De auto bleek een soort van camper te zijn. De gordijntjes in de auto waren gesloten en we konden niet naar binnen kijken. De camper was afkomstig uit een van de landen ten zuiden van Nederland. Op het moment dat we om de auto heen liepen hoorden we stemmen vanuit de auto. We konden niet verstaan wat er werd gezegd. Het was een soort van mompelen. We klopten op de deur van de camper en de deur werd netjes opengedaan. In de deuropening verschenen een man en een vrouw. Het was duidelijk dat ze ons niet hadden verwacht. Ik werd achterdochtig van het zenuwachtige gedrag dat zij vertoonden. Op een gegeven moment verscheen van achter de slaapplaats van de twee nog een hoofd. Dit hoofd kende ik. En hij kwam niet van heel ver weg en als ik het goed had sprak hij gewoon Nederlands. Ik sprak de jongen aan en hij keek mij aan alsof hij mij niet begreep. Ik noemde zijn naam en er verscheen een brede glimlach op zijn gezicht. Ja….dat is kennen en gekend worden in een wijk. Ik kende de jongen als drugsrunner uit de wijk. Ik vroeg hem om even uit de auto te komen. Met wat gemopper kwam hij uit de auto. Mijn collega stond de namen te noteren van onze buitenlandse toeristen (misschien wel drugstoeristen). Ik was in gesprek met de jongen. De jongen stond met zijn rug tegen de camper. Heerlijk ontspannen. Dacht ik…… In een onverwacht moment draaide de jongen zich om en zette het op een lopen. Eén seconde keek ik verbaasd om mij heen en zette daarna mijn sprint in. Door de straat met de mooie bomen en op volle snelheid linksaf de volgende straat in. Ik riep tegen de jongen: “Blijf staan! Politie!!” Eigenlijk wetend dat dit een nodeloze kreet in de ruimte was, want de jongen was echt niet van plan om te blijven staan! Opnieuw de eerste straat links. Om een paar geparkeerde fietsen heen en tussen de auto’s door. Toch nog maar een keer proberen te roepen! Dus uit volle borst, voor zover het nog ging: “Blijf staan! POLITIE!” Op dat moment zag ik een man zijn hoofd boven de motorkap van een auto uitsteken. De auto was van Openbare Werken en de man was met herstelwerkzaamheden bezig aan het trottoir. De jongen was inmiddels midden op de straat gaan lopen. Ik zag dat de man midden op straat was gaan staan. Hij stond wijdbeens en met zijn armen wijd gespreid de jongen op te wachten. Wat een opluchting het einde van de achtervolging! Jammer……..! Te vroeg gejuicht. Met een soepele duik dook de jongen onder de armen van de man door en ook een been van de man wist hij te ontwijken. Dus de achtervolging ging verder, maar niet voor lang….. Vanuit mijn ogenhoeken zag ik, uit de voortuin van een woning, een fiets verschijnen. Een fiets rijdend op zijn wielen, maar zonder bestuurder. En nee, die fiets was niet voor mij bedoeld. Op het moment dat de drugsrunner het tuintje passeerde kwam hij in aanraking met de fiets! Met een mooie duikeling kwam hij boven op de fiets terecht en lag geheel verweven met de fiets op de grond. Vanuit de tuin hoorde ik een ijselijke gil: “Mam, wat doe je nu!?” Samen met mijn collega die mij constant was gevolgd op ongeveer 2 meter afstand konden we de drugsrunner nu op een wel heel gemakkelijk wijze aanhouden. Nadat we de drugsrunner hadden ontdaan van de fiets, keek ik verbaasd in het rond en zocht naar een verklaring waar de fiets zonder bestuurder vandaan was gekomen. In de tuin van een woning stonden een jonge vrouw en een wat oudere dame. Ik schat de oudere dame rond een jaar of zestig. Ik hoorde haar zeggen: “Zo die ligt!” Ik kon een kleine glimlach op mijn gezicht niet onderdrukken. Haar dochter, die naast haar stond, was iets minder blij met de actie van haar moeder. In een gesprek dat ik nog even had met beide dames, gaf de oudere dame nog een wijze raad aan de drugsrunner: “Je moet niet wegrennen voor de politie!” De fiets van de oudere dame was niet beschadigd. Ik dankte haar hartelijk voor haar actie. Korte tijd later fietste ze weg en nog heel even keek ze achterom en zwaaide ze. Om de oudere dame te bedanken voor haar actie werd zij een paar weken later uitgenodigd om naar het politiebureau te komen. We hadden voor haar een grote bos bloemen en een mooi cadeau als dank voor deze super mooie actie. Tevens haalde de dame met haar heldhaftige optreden de krant! En dat had ze verdiend. Dit was met recht een super-oma!