Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
JE STRAF ONTLOOP JE NIET Het was in mijn tijd dat ik werkzaam was in een wijkteam. Het was een wat koude winterochtend en ik moest op pad met jonge collega’s. We hadden op dat moment de beschikking over één politieauto en die moesten we vaak ook nog delen met een ander wijkteam. Voor de rest was het fietsend of lopend door de wijk. En je begrijpt dat vaak bij het sleutelbord er een duw- en trekwerk ontstond over wie de auto mocht hebben. Jammer voor mij en voor de jonge collega’s! De auto was al vergeven! En fietsen was voor mij die ochtend geen optie! Veel en veel te koud! Als je met deze temperaturen op je fiets zou plaatsnemen zou je na een poosje je vingers niet meer los kunnen krijgen van het stuur. Nou, zo koud was het dus! Dan maar een dikke trui en jas aan, een colletje om en dikke handschoenen aan en dan wandelend de kou trotseren. Ook de jonge collega’s waren goed warm ingepakt en konden de kou aan! Vaak ging ik naar buiten met jonge collega’s die nog in opleiding waren of net met de opleiding klaar waren. Het fijne aan deze collega’s is dat ze je scherp houden. Ze hebben vaak scherpe vragen en je kunt ze nog veel leren. Voor die ochtend moesten we een verkeerscontrole gaan doen. Over het algemeen is het leuk om te doen. Je hebt dan veel contact met de burgers en de wijk heeft dan het idee dat de politie iets doet in de wijk. Je geeft ze het gevoel dat er iets gedaan wordt aan de veiligheid op straat. Na een wandeling, die toch best een beetje fris was, had ik een strategische plek uitgezocht in de wijk. Niet direct in het zicht. Mensen hebben nog wel eens de neiging als ze iets te verbergen hebben, te keren en hard weg te rijden. En aangezien we geen auto bij ons hadden, waren wij dan altijd de verliezende partij. We stonden dus strategisch en hadden goed overzicht over het verkeer dat ons van beide zijden naderde. Ik had dus twee jonge collega’s bij mij, dus ik was een soort van vraagbaak voor ze. Ik kon direct kijken of het werk dat zij deden op een veilige manier werd uitgevoerd. Of ze op een juiste manier een stopteken gaven en dergelijke. Je hebt namelijk wel eens collega’s die een halve meter voor een aanstormende auto de weg op stappen en dan een stopteken geven. Dan vind ik dat je erg dapper bent! (of zo als wij dat noemen:" Je hebt een groot hart!") Vervolgens moet de automobilist dan vol in de ho-ijzers (remmen) en komt dan met piepende en rokende banden tot stilstand! Met een beetje geluk kan je collega dan nog net aan de kant springen. En staat dan een beetje verbaasd te kijken wat hij of zij nu eigenlijk verkeerd heeft gedaan. En geloof me, ik heb echt wel eens met gierende hartkleppen naar zulke collega’s staan kijken. Weet je wat me dan soms nog het meest verbaasd? Ze zijn boos op de automobilist! Er word dan van mij verwacht dat ik de jonge collega’s begeleid en zeg wat ze goed en verkeerd doen. Dat noemen ze tegenwoordig coachen. En daarna moet je weer reflecteren! Maar de jonge collega’s die ik vandaag bij me had deden het super! We hadden al een paar auto’s gecontroleerd. Je kent dat wel: controle van het rijbewijs, kentekenbewijs en controle van de auto. Volgens mij hebben we geen bekeuringen geschreven. Op een gegeven moment viel mijn oog op een grote witte auto. Ik zag dat er op die witte auto een Duitse kentekenplaat zat. Op zich is dat niet zo vreemd in een grote stad, maar mijn gevoel zei iets anders. Ik weet niet, ik kreeg een vreemd gevoel..... Een gevoel dat je niet kunt uitleggen. Ik vertelde tegen een van de jonge collega’s dat ik deze auto even ging controleren. Ik zag haar verbaasd opzij kijken en ik hoorde dat zij vroeg: “Je gaat toch niet die Duitse auto controleren?” Ik gaf de auto een stopteken en de bestuurder zette zijn auto langs de kant. Ik zag in de auto een keurige man zitten. Zeker het type Duitse zakenman! Ik begon in het Duits. Ik vroeg hem naar zijn fuhrershein. Ik hoorde dat de bestuurder mij direct in het Nederlands antwoordde. Ah, dat maakte de zaken weer een stuk makkelijker. Nu heb ik geen moeite met het spreken van de Duitse taal, maar dit maakte het toch een stuk eenvoudiger. Ik vroeg de man naar zijn rijbewijs en naar de papieren van de auto. Ik vroeg hem ook even naar zijn paspoort. Ik weet het niet…… Het gevoel dat ik over deze situatie had, werd alleen maar vreemder! De man was in het bezit van een Argentijns rijbewijs, maar hij had nog wel een Nederlands paspoort en reed in een Duitse auto. Voor mij was dit echt een vreemde combinatie. Het is gewoon je ervaring en je gevoel dat zegt: “Hier klopt iets niet.” Ik vroeg aan één van de collega’s of ze wilde navragen of de man in een van onze politiesystemen stond. Via de portofoon gaf zij de gegevens van de man door aan ons wijkbureau. Ondertussen had ik een gesprek met de man. Het bleek dat hij al een aantal jaren in Argentinië woonde en dat hij even voor zaken in Nederland was. Het was een heel gemoedelijk en informatief gesprek. Kort daarna kwam de collega bij mij terug. Er waren wel wat bijzonderheden over de man. Volgens de collega werd de man nog gezocht (hij stond gesignaleerd) in Nederland. Ik keek even opzij en keek mijn collega een beetje verbaasd aan. Zie je, mij gevoel bedriegt mij nooit! En het was zo’n aardige man! Het was nog niet helemaal duidelijk waar de man voor werd gezocht, maar hij moest in ieder geval even mee naar het bureau. Soms kom je op het bureau en blijkt dat de zaken al zijn afgehandeld en is er alleen iets fout gegaan met de afsignalering. Ik heb de man uitgelegd wat er aan de hand was en dat hij even mee moest naar het bureau. Tot mijn verbazing begon de man zelf al te vertellen dat hij wel wist wat er aan de hand was. Hij werd in Nederland nog gezocht voor een zedenmisdrijf, waarvoor hij was veroordeeld. Het was ook een van de redenen dat hij naar Argentinië was verhuisd. Bij mij kwam een soort van AHA-momentje!! De man vertelde verder dat hij vanuit Argentinië met het vliegtuig naar Duitsland was gevlogen, daar een Duitse auto had gehuurd en naar Nederland was gereden. Hij had dit allemaal gedaan om te voorkomen dat hij op een Nederlandse luchthaven gecontroleerd zou worden en in de gevangenis zou belanden. En nu dit! Hij had er toch alles aan gedaan om dit te voorkomen! En nu moest hij mij tegen het lijf lopen. Ik denk dat de man mij stiekem heeft vervloekt. Op het bureau bleek dat de man nog ongeveer anderhalf jaar de gevangenis in moest. Hij vroeg nog wel even of hij zijn vrouw mocht bellen in Argentinië om te vertellen dat hij voorlopig niet meer thuis kwam. Ook de kerst zou hij niet thuis doorbrengen. Hij moest zijn huidige vrouw ook uitleggen wat er aan de hand was. Die wist van deze veroordeling nog niets! Tja! Conclusie van dit verhaal is: Je kunt nog zo ver weg gaan, maar je straf ontloop je niet!