Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
DE SLEUTELS LIGGEN OP TAFEL Op een dag kregen we een melding van de meldkamer over een gillende vrouw in een woning. De buurvrouw had de politie gebeld, omdat zij haar buurvrouw in de woning hoorde gillen. Bij het ter plaatse komen, bleek het te gaan om hele mooie oude woningen. Je kent dat wel van die arbeiderswoningen of woningen voor de nonnetjes. Meestal wonen er wat oudere mensen in. Ook dit keer was dat het geval. Eerst maar even aanbellen bij de buurvrouw en vragen waar het geluid vandaan kwam. We hoefden niet lang te zoeken. We hoorden de vrouw buiten al gillen en schreeuwen. We probeerden contact te krijgen. En via de brievenbus konden wij met de vrouw praten. Het bleek inderdaad te gaan om een wat oudere dame. Uit de vragen die wij stelden en de antwoorden die zij gaf bleek al snel dat ze was gevallen en dat zij zich niet meer kon bewegen. Ze was gestruikeld in haar woning en ze lag nu ergens tussen de gang en de woonkamer. De vrouw gaf ook aan dat ze veel pijn had en dat ze al een poosje op de grond lag. Vermoedelijk was ze in de nachtelijke uren of de vroege ochtend gevallen. Het was nu zo rond een uur of twaalf in de middag. Het praten met elkaar liep niet helemaal super, want naast dat de vrouw was gevallen en pijn had, was ze ook nog een beetje doof. Het ging soms een beetje van: “Wat zegt u??”. “Ik kan u niet helemaal verstaan.” “Ja, u heeft pijn.” “We komen er aan”. Je kent dat wel, een en al spraakverwarring en elkaar net niet kunnen volgen. Eerst maar eens proberen of we zonder schade binnen konden komen. Ik vroeg aan de oudere dame binnen of iemand in de buurt een sleutel had van de woning. En ik hoorde een opgewekte stem uit de woning. De oudere vrouw riep tegen mij : “Ja, hoor!” Ik haalde opgelucht adem! Nu konden we gelukkig zonder schade te maken naar binnen gaan. Je moet weten, aan de voorzijde van de woning, waar wij op dat moment stonden, zat een prachtige historische deur. Zo’n mooie! Zo’n zware! Mooi afgewerkt en volgens mij net weer geschilderd. Een beetje zonde om mijn maat 46 tegenaan te zetten. En ik weet inmiddels, uit ervaring, dat maat 46 op een deur veel schade kan aanrichten. Ik vroeg aan de oudere dame wie die sleutel had en of wij die iemand konden bellen. Ons gesprek werd nog steeds gevoerd via de brievenbus. Ik hoorde haar roepen vanuit de woning: “Ik heb een sleutel!”. Met een wat verbaasde blik keek ik naar mijn collega. En ik zei: “Oke?”. Nu weet ik dat er mensen zijn die de sleutels bewaren onder een bloempotje in de voortuin, onder een grote steen, of aan een haakje in de schuur, maar ik kreeg het idee dat dit niet een dame was die dit zou doen. Dus ik deed het klepje van de brievenbus weer omhoog en vroeg : “Waar kan ik de sleutel vinden dan?” Ik hoorde haar vanuit de woning roepen: “De sleutel, de sleutel ligt op tafel. Hierbinnen.” “Daar kunt u de deur mee openmaken.” Ik denk dat mijn blik nog verbaasder was dan eerder. Dat was dus ook geen optie, want nu moest ik alsnog mijn maat 46 tegen de voordeur zetten. Even iets anders proberen. We wilden wel een beetje snelheid maken, want de oudere dame lag al zo lang in haar huis. We liepen naar de buurvrouw en vroegen of we aan de achterkant van de woning konden komen en of daar een mogelijkheid was om bij de woning van de oudere dame te komen. Ja, die mogelijkheid was er. Ik liep nog even terug naar de brievenbus en legde de oudere dame uit dat we gingen proberen om bij de achterkant van haar huis te komen. Via de woning van de buurvrouw kwamen we in de tuinen aan de achterkant van de huizen. Mooie tuinen. Met zorg aangelegd en met veel mooie bloemetjes en plantjes. Tussen de tuin van de oudere dame en de buurvrouw stond een hoge schutting. Ik vroeg aan de buurvrouw of ze een trap had. Ik was wel handig, maar ik wist niet of deze schutting mijn gewicht kon dragen. Zo stevig zag de schutting er nu ook weer niet uit. Gelukkig had de buurvrouw een trap. Echt zo’n ouderwets keukentrapje! Ik zette het heel voorzichtig in de border met plantjes. Heel voorzichtig, want ik wilde de plantjes van de buurvrouw natuurlijk niet beschadigen. Ik had nog geen stap op het trapje gezet of ik hoorde de buurvrouw achter mij gillen: “Zeg kijk je wel uit voor mijn plantjes!” Ik vroeg mezelf af ,wat is nu belangrijker? De plantjes of de buurvrouw? (De plantjes dus! ) Voorzichtig klom ik verder! Ik klom op de schutting en ik sprong naar beneden. Ik zag dat mijn collega al snel volgde. In de achtertuin probeerden we weer even contact te krijgen met de oudere dame in de woning. Ook aan de achterkant stond geen raampje open. Ik hoorde dat de vrouw nog even tegen ons riep: “De sleutel ligt hier op tafel. Daar kun je de deur mee openmaken.” Ik riep nog even naar de oudere dame: “Dank u.” We besloten dan maar een klein raampje in te tikken. We riepen tegen de vrouw wat we van plan waren. Ik sloeg een klein raampje in. In de woning hoorde ik een ijzige gil! We openden snel de deur en liepen naar binnen! Daar lag de oude dame op de grond. Ik zag dat ze naar me keek en hoorde haar tegen mij zeggen: “Maar meneer! Dat had toch niet gehoeven! De sleutel lag op tafel.” Ik liet het maar even zo. We ontfermden ons over de vrouw en zij werd door het personeel van de ambulance meegenomen naar het ziekenhuis. Daar bleek dat ze haar heup had gebroken. Ik had medelijden met de oude vrouw, omdat zij daar zo lang had gelegen. En de buurvrouw! Ach die maakte zich druk om haar plantjes! En weer heb ik iets geleerd! Kijk uit voor de plantjes van de buurvrouw en de sleutel ligt altijd op tafel.