Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
RUZIE ONDER DE KERSTBOOM Het was oudejaarsavond en het nieuwe jaar naderde met rasse schreden. Als je door de stad reed straalde de kerst nog uit de huizen. In de huizen waar we langsreden zag je de kerstbomen staan en zoals op vele plekken in Rotterdam waren de ramen rijk versierd met vele knipperende kleurrijke lampjes, kerststerren en dansende kerstmannen . Naar mijn gevoel soms iets te veel versierd. Mijn collega en ik zochten even de gezelligheid van het bureau. Een kop koffie bij de kerstboom en een praatje met de collega’s. Onze rust werd verstoord door een melding van de meldkamer. Of we wilden gaan, samen met nog een andere eenheid, naar een adres binnen ons gebied. Op dat adres was het diner ruw verstoord door een ruzie in de familie. Nu komen ruzies in de familie wel vaker voor en met deze dagen was dit geen uitzondering. Op het moment dat we aankwamen bij het portiek hoorden we het geschreeuw al op een van de bovengelegen etages. In de woning was een hoop commotie. Samen met de collega’s van de andere eenheid belden we aan. We gingen een beetje aan de zijkant van de deuren staan, want je wist maar nooit wie er naar buiten kwam stuiven. De deur werd geopend door een vrouw. Feestelijk gekleed, maar haar hoofd was rood aangelopen. In de woonkamer hoorden we een hoop geschreeuw. De vrouw vertelde dat ze met de familie voor het diner bij elkaar waren en dat een oude familiediscussie weer boven water kwam. Aangezien er ook redelijk wat was gedronken was niet iedereen meer voor rede vatbaar. We liepen de woonkamer binnen en daar stond een keurig gedekte tafel. Kaarsjes op de tafel en de kerstboom was prachtig versierd. Er was echt aandacht besteed aan de voorbereidingen voor dit diner. In de woonkamer stonden een aantal mensen en het middelpunt was dit keer niet de kerstboom, maar een man die een tirade stond af te steken. Hard zwaaiend met zijn armen en wijzend naar een van de andere mannen in de kamer. Een ding was duidelijk! Door de alcohol wilden de mannen niet echt meer naar elkaar luisteren. En wat nu precies het geschil was werd ons ook niet helemaal duidelijk. Voor ons was duidelijk, de avond was aardig verpest! We probeerden de gemoederen wat te bedaren en op een of andere manier lukte dat. Naar ons gevoel was het familiediner wel zo’n beetje ten einde. Tenminste dat dachten wij! Nou niet helemaal. De zaken bedaarden een beetje en men vond dat het diner wel gewoon door kon gaan. Het opgewonden standje ging rustig zitten op de bank en pakte nog een biertje. We vroegen de rest van de familie of ze het gingen redden. En er klonk een volmondig: “Ja, hoor! Het komt wel goed. Meestal bedaard hij weer en gaat dan eten.” Alle collega’s keken elkaar even aan en we konden in de woning ook verder niets betekenen. We begroeten de familie nog even, wensten ze een fijne en vooral rustige voortgang van het diner. We liepen het gangetje door, de woning uit en trokken de voordeur met een plof achter ons dicht. Op het moment dat wij, via de trap, naar beneden wilden lopen, hoorden we vanuit de woning weer een gigantisch lawaai. Het gillen en schreeuwen was weer begonnen. We liepen terug en belden weer aan. De deur werd met een zwaai geopend door diezelfde vrouw, die even daarvoor de deur ook voor ons had geopend. We hoorden haar gillen: “Hij is nu helemaal gek geworden!” We liepen door naar de woonkamer en daar stond de man! Hij had zijn mooie shirt aan flarden getrokken en stond met geheel ontbloot bovenlijf in de woonkamer te tieren en te razen. Twee grote mannen stonden tegenover elkaar en waren niet meer voor rede vatbaar. En de woorden die vielen in de woonkamer hadden niets meer te maken met de feestgedachte en de goede voornemens voor het nieuwe jaar. De gedachte van liefde en vrede was daar verdwenen. Die waren met de alcohol vervlogen naar weet ik waar. De man zonder shirt vloog naar voren en wilde de andere man aanvliegen. Om dat te voorkomen deed ik een stap naar voren en ik zag, in mijn ooghoek, dat ook mijn vrouwelijke collega dat deed. Zij was net een tikkie sneller. Samen pakten we hem vast bij zijn armen en met een grote boog belandden met hem in de mooie kerstboom. Daar lagen we met z’n drieën in de kerstboom op de grond. Tussen de ballen en de lampjes. Wij in ons uniform en hij met ontbloot bovenlijf. Spartelend probeerden we ons een weg te banen tussen de strengen lampjes door naar zijn handen. Door het onbezonnen gedrag en de glazen ballen en lampjes liep de man hier en daar wat wondjes op. Wij liepen een gehavende jas en wat vegen met bloed van de man op onze kleding op. Het duurde even voor we de man, inmiddels waren wij met z’n vieren, onder controle hadden. Nadat hij geboeid was, was hij nog niet echt rustig. Hij bleef trekken en probeerde naar zijn broer te schoppen. Met een beetje duw- en trekwerk stonden we buiten. Boven aan de trap van het portiek. Bezweet en onder het bloed moest hij nog de trap af en dat gaat niet altijd even makkelijk met dit soort mannen. En dan sta je boven aan de trap en moet je met iemand naar beneden. Ach..... en we zijn niet te beroerd om je dan met z’n vieren van de trap te dragen. En geloof me, als je geboeid van een trap gedragen wordt wil je je niet al te veel bewegen. Uiteindelijk heeft hij op het bureau, in een minder gezellige omgeving, heerlijk zijn roes uitgeslapen. Voor hem was de oudjaarsavond over. Een droge boterham met kaas en een kopje koffie was zijn ontbijt op de ochtend van nieuwjaarsdag. Hij had het zich toch vast anders voorgesteld. Ik denk dat de familie de scherven heeft opgeruimd. Zowel letterlijk als figuurlijk. Soms gaat een feestelijk diner, onder der kerstboom, anders dan gedacht. Vrede op aarde…..