Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
HET NEPWAPEN Op een dag werd ik samen met een collega door de meldkamer gestuurd naar een straat in de wijk waar ik werkte. Buurtbewoners hadden gezien dat er twee mannen met een pistool op straat liepen en dat zij met dat pistool op andere mannen aan het richten waren. Nu was het in de wijk waar ik toen werkte niet echt een hele rare melding. In deze wijk kwamen regelmatig schietpartijen voor. En deze schietpartijen liepen vaak voor een van de partijen niet altijd goed af. In de afgelopen jaren heb ik heel wat doden gezien, die door vuurwapens om het leven waren gekomen. Terwijl we in de richting van de straat van de melding gingen trokken wij onze dikke kogelwerende vesten(tactische vesten) aan. Nu droegen wij dagelijks ons veiligheidsvest onder onze kleding. Als iemand tegen mij had gezegd, in de tijd dat ik bij de politie begon, dat ik dagelijks een kogelwerend vest zou dragen, had ik dat belachelijk gevonden. Dan had ik geroepen: “Zeg!! We wonen toch niet in Amerika!” Nu jaren later trok ik voor iedere dienst gewoon mijn kogel- en steekwerende vest aan. Gewoon voor mijn eigen veiligheid. Maar voor dit soort meldingen trokken wij ook nog een ons tactische vest aan. Je kunt nooit weten tegen welk vuurwapen je aanloopt. Geloof me deze tactische vesten zitten niet echt prettig en je bewegingen worden er erg door beperkt. Zeker als je dan ook nog in eens auto zit waarin je bijna door je eigen tactische vest wordt gewurgd. Maar voor je veiligheid doe je alles. Onderweg naar de locatie overlegden we hoe we dit zouden gaan aanpakken. Een soort van tactisch overleg. Je moet op alles voorbereidt zijn. Nu zit er heel veel in je training, maar soms loop je tegen heel onverwachte dingen aan! Zo ook vandaag!! In de straat gekomen zagen we twee jongemannen lopen. Bij het zien van onze politiewagen wilden ze weg lopen in de richting van een andere straat. We zagen nog net dat een van de jongen een pistool in zijn jaszak stopte. We riepen naar elkaar dat we een vuurwapen hadden gezien. Dat gaat heel snel en is een soort natuurlijke reactie. We zetten de procedure van een “vuurwapen gevaarlijke verdachte” in. We riepen tegen de jongens dat zij hun handen moesten laten zien. De jongeman die het vuurwapen in zijn jaszak had gestoken reageerde niet echt. Ik hoorde dat hij alleen maar riep: ”WAT, WAT!” Ik zag dat de jongeman zijn hand weer in zijn jaszak wilde steken en ik riep nogmaals dat hij zijn handen moest laten zien. Ook hier reageerde hij niet op. Ik trok mijn vuurwapen en richtte het wapen op de jongen. Ik had geen idee wat hij van plan was. Ik riep nogmaals dat hij zijn handen moest laten zien. Was het duidelijk in mijn stem te horen dat ik het meende? Ik hoopte het maar! Op een of andere manier drong het tot hem door dat hij beter kon doen wat ik tegen hem riep. Rustig haalde hij zijn handen uit zijn jaszakken en liet zien dat ze leeg waren. Ik borg mijn wapen en liep naar de jongen toe en begon hem te fouilleren. In zijn jaszak vond ik een pistool. Bij beter kijken zag ik dat het wapen niet echt was, maar zo’n imitatie ding uit het buitenland. Niet van echt te onderscheiden. Ik geloof dat ik toen een paar hele lelijke woorden tegen de jongen heb gezegd. Het had namelijk niet veel gescheeld of een van ons had op de jongen geschoten. En waarom? Waarom? Omdat hij zo nodig met een nepwapen over straat moest gaan lopen. Kijk, dat was tot daar aan toe, maar dan ook nog even niet doen wat er gevraagd werd? Dat was volgens mij niet handig. De andere jongen werd ook gefouilleerd, maar hij had gelukkig niets bij zich. De jongens waren opstandig en er was toch niets aan de hand. De jongens begrepen niet helemaal de ernst van het voorval. Ze begrepen niet dat het heel fout had kunnen aflopen. De jongens werden overgebracht naar het bureau en werden ingesloten. Bij controle van de leeftijd bleek dat ze pas 14 jaar waren. Als ik naar ze keek had ik ze dat niet gegeven. Ik had ze iets ouder geschat. Het waren kinderen. Kinderen die een gevaarlijk spel hadden gespeeld. Shit! Ik had mijn pistool gericht op een kind! Het deed me beseffen dat sommige kinderen geen kinderen meer waren. Zeker niet door het opstandige gedrag. Ja, pubers zou je denken! Ja het waren pubers. Waarom was het nodig dat ik mijn vuurwapen had getrokken? Snapten ze dan niet dat ik het op straat in eerste instantie al meende? Wat nu als ik wel een schot had gelost als hij het wapen wel uit zijn zak had gehaald? Wat nu als ik hem had neergeschoten? Waarschijnlijk was alles terecht geweest, maar het was wel een kind! En op kinderen hoor je geen wapen te richten!! In de verklaring gaven de jongen aan dat ze het neppistool hadden gekocht in het buitenland. En als je het daar mocht hebben, dan toch ook in Nederland?! Dus niet! Nadat het verhoor was beëindigd lieten we de ouders naar het bureau komen om de jongens op te halen. Ik stond een hele boze moeder te woord. Ze was niet boos op de jongens! Nee, wij hadden het gedaan! Wij moesten ons niet zo aanstellen. En de neppistolen waren toch gewoon te koop en dat moest toch ook gewoon in Nederland kunnen. Ik kon de moeder maar niet overtuigen dat het neppistool niet van echt te onderscheiden was. Nou, Het was allemaal onzin en ik zou nog wel zien wat er ging gebeuren. Wat had ik die dag weer geleerd. Dat niet alles is wat het lijkt, maar dat je soms geen risico kunt nemen. De volgende keer zou ik hetzelfde doen. Ik hoop dat mensen leren dat politiemensen soms het verschil niet kunnen zien tussen een speelgoedpistool en een echt vuurwapen.