Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
IK STA OP MIJN EIGEN ERF Tijdens een surveillancedienst reed ik samen met mijn collega, op onze dienstmotoren, door de polder. Hoppend van het ene dorp naar het andere. In de dorpen splitsten we soms even op en kwamen even later weer bij elkaar. Hierdoor vergrootten we het bereik binnen de dorpen. Het was inmiddels al donker. Al surveillerend door de straten viel mijn oog op een auto die langs een trottoir voor een paar huizen geparkeerd stond. De dorpen werden in die periode nogal geteisterd door inbraken. Tijdens het passeren zag ik dat er in de auto twee personen zaten die wat schuchter om zich heen keken. Ik reed verder en keerde aan het einde van de straat. Ik passeerde de auto nogmaals en keek nog even goed naar binnen. Ik kon niet goed zien wie of wat er in de auto zat. De auto was voor mij een onbekend voertuig in het dorp. Ik keerde opnieuw aan het het einde van de straat en parkeerde mijn motor achter de auto. Ik zette het groot licht van mijn motorfiets aan en ik vroeg of mijn collega naar mij toe wilde komen. Ik liep in de richting van de auto en pakte mijn zaklamp van mijn koppel. Bij de auto scheen ik naar binnen en ik zag in de auto een man en een vrouw zitten. Snel scande ik met mijn ogen en het lampje de auto. Direct viel mijn oog op een zwart voorwerp onder een jas op de achterbank. Wat duidelijk te zien was, was dat het zwarte voorwerp de kolf van een vuurwapen was. Ik deed een stap opzij en trok mijn vuurwapen vanuit mijn holster. Ik richtte het vuurwapen op de inzittenden van de auto en riep met een luidde stem “Politie, laat je handen zien! Bij iedere verdachte beweging zal worden geschoten.” Ik zag dat de man en de vrouw in de auto hun handen omhoog staken en dat was de start van de Benaderingstechniek Gevaarlijke Verdachte (BTGV) Bij de politie hebben we voor dit soort situaties vaste procedures. En deze procedures worden regelmatig met elkaar getraind. Hierbij zouden we normaal een locatie kiezen waarbij er minder of geen gevaar zou zijn voor de omgeving. Dat was nu even niet mogelijk. Ik stapte voorzichtig achteruit, terwijl ik gefocust bleef op de inzittenden van de auto. Inmiddels was mijn collega ook gearriveerd en ik hoefde maar drie woorden tegen hem te zeggen: “Vuurwapen in auto!” Voor mijn collega was dat voldoende. Ook hij trok zijn vuurwapen en we begonnen geheel volgens de procedure met het uit de auto praten van de man en de vrouw. Terwijl we bezig waren zag ik in mijn ooghoeken dat buurtbewoners zich begonnen te verzamelen op de randen van de stoep. Blijkbaar wilden ze op de eerste rang staan bij deze procedure. Een aantal van de buurtbewoners stond precies in mijn vuurlijn. Ik riep met luidde stem dat ze daar moesten vertrekken in verband met hun eigen veiligheid. De meesten van de buurtbewoners begrepen de ernst en vertrokken. Ondertussen gingen wij door met de procedure. Een voor een haalden we het meisje en de jongen uit de auto. Vanuit een donker steegje zag ik opnieuw stil een buurtbewoner naar voren schuiven. Even stak hij zijn hoofd om de hoek van een muurtje. Hij deed nog een stapje naar voren en ging met zijn handen in zijn zakken op zijn gemak staan kijken. Ook deze man stond weer precies in de vuurlijnen. Ik riep naar de man dat hij voor zijn eigen veiligheid daar moest vertrekken. Geloof me, ik was even niet heel vriendelijk tegen deze toeschouwer. Laten we het er maar op houden dat ik dit riep in het heetst van de strijd en dan is mijn woordkeuze niet altijd even vriendelijk of tactisch. Vanuit het donker hoorde ik dat de man tegen mij riep: “Zeg, ik sta op mijn eigen erf hoor!” Ik dacht heel even: “ Tja….. hier heb ik geen tijd voor!” Nadat beide verdachten, want dat waren ze inmiddels, uit de auto waren gepraat en geboeid waren afgevoerd werd er door een collega van de hondenbrigade een onderzoek ingesteld naar het vuurwapen in de auto. Vanaf de achterbank werd een vuurwapen gehaald en bij nader onderzoek bleek dit wapen nep, maar niet van echt te onderscheiden. En voor de zoveelste keer in mijn carrière werd ik geconfronteerd met een namaak-vuurwapen. Soms vraag ik me wel eens af hoe vaak mensen nog moeten worden gewaarschuwd voor ze de gevaren van dit soort nep-wapens inzien. Moet een collega eerst iemand neerschieten die met een dergelijk nep-wapen rondloopt? En naar wie gaan we dan wijzen? Naar de collega? Of moeten we nu ook eens de hand in eigen boezem steken en stoppen met het kopen van dergelijke nep-wapens? Zegt u het maar!? Ik ben na het incident naar de man gestapt die rustig met zijn handen in zijn zakken stond te kijken en heb gevraagd waarom hij niet naar binnen ging. Zijn antwoord was nog steeds verbluffend. “Ik sta op mijn eigen erf en als ik daar wil staan dan doe ik dat!” Ik kon hem alleen het antwoord maar geven dat ik niet altijd de baan van mijn kogel voor het kiezen had en kon alleen maar heel stil denken: “Doet neergeschoten worden op je eigen erf minder pijn?” Als u politiemensen met getrokken vuurwapens ziet, gaat u dan weg en volg de aanwijzingen op die u krijgt van de collega’s. Ze geven ze niet voor niets! En de man die op zijn eigen erf stond had het niet begrepen en ik heb hem nooit begrepen. Ik hou het op eigenwijs zijn!