Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
MIAAAUWWWWW In de jaren negentig werd de stad waar ik toen werkte geteisterd door de overlast van verslaafden, dealers, dealpanden en runners. Men kwam van heinde en verre naar de stad om drugs te kopen. Vooral de Fransen, Belgen en Duitsers waren voor de dealers en runners graag geziene gasten. Deze toeristen bezochten de stad dag en nacht. Dit gaf zoveel overlast dat de buurtbewoners het recht soms in eigen hand namen en de toeristen zelf de stad weer uit joegen. In die periode maakte ik deel uit van de DIG (Districts Interventie Groep), werkte veel samen met de DOG (Districts Ondersteunende Groep) en samen bonden we de strijd aan tegen de drugshandel en overlast op straat. Op een van de avonden waren we voorbereid om een instap te doen (binnen te vallen) bij een van de drugspanden in onze wijk. Alle voorbereidingen waren getroffen en enige tijd daarvoor hadden we de omgeving van het pand, waar we naar binnen zouden gaan, verkend. Normaal zou je een dag voor de inval nog even kijken hoe de achterkant van het pand er bij lag, echter bij dit pand was het al weer even geleden dat we daar waren geweest. Maar ach…. in deze wijk veranderde er bijna nooit iets. Toch? We hadden besloten om het pand via de achterzijde te betreden, dit uit tactische overwegingen. Met een van de lokale pizzabakkers was afgesproken dat we via hun pand naar het achtergelegen binnenplaatsje zouden lopen. Ik zat, in een auto, aan de voorzijde van de pizzeria te kijken hoe een voor een de leden van de DOG naar binnen liepen. De een met een grote zak op zijn schouder, de ander met een soort van plunjebaal en weer een ander met een zwarte tas. Terwijl ik zo zat te kijken hoorde ik via mijn portofoon mijn naam noemen met de vraag of ik even binnen kon komen bij de pizzeria. Ik stapte met mijn maatje uit de auto en wandelde ook rustig de pizzeria binnen. Binnen werd ik direct aangesproken door een van de jongens van de DOG en we wandelden via de achterdeur naar buiten naar het binnenplaatsje achter de pizzeria. Daar volgde direct de vraag: “ Zeg, deze koelcel stond die er al?” Ik keek naar rechts en daar stond hij, een geheel nieuw opgetrokken en volop in werking zijnde koelcel! Nou die stond er nog niet bij de voorverkenning! Maar geen tijd te verliezen! Improviseren….. Er werd snel ergens een trap vandaan getoverd en de eerste collega klom snel naar boven. Terwijl hij naar boven klom stond de volgende onderaan de trap te wachten om ook naar boven te kunnen klimmen. Bijna allemaal droegen we onze maglite (zaklamp) in een ring aan onze koppel. Een van de collega’s tikte bij het laatste stapje, boven aan de trap, met zijn hak de maglite uit de ring en deze raakte in zijn val naar beneden op volle snelheid het hoofd de collega die onder aan de trap stond te wachten. En je raad het al….. die ging even zitten. Een voor een hopten we over de koelcel en stonden op het schoolplein achter de huizen. Rustig verplaatsten we ons over het schoolplein in de richting van het huizenblok waar het dealpand zich bevond. En dan moet je je voorstellen dat een club politiemensen van een man of acht zich zacht probeert te verplaatsen over een donker schoolplein. Geheel in het donker gekleed en slepend met alle materialen. Dan sta je met het hele team ineens achter het huizenblok waar het verdachte pand zich zou moeten bevinden en word je geconfronteerd met een hele hoge schutting, die er eerst niet stond. Ja, hoeveel kun je veranderen in een hele korte tijd. Waar voorheen een schutting stond, waar je even je been overheen kon wippen en aan de andere kan terecht kwam, stond er nu eentje van dik 2 meter hoog. Het werd steeds duidelijker dat dit niet een van de makkelijkste instappen zou gaan worden. Behendig, maar zachtjes, klom een van de collega’s van de DOG de schutting over en belandde aan de andere zijde op de grond. Een tweede collega volgde snel en ook hij vloog behendig over de schutting, maar iets minder gracieus belandde hij op een vuilnisbak. Je kent ze wel? Zo eentje van metaal. In de haast zette de collega de vuilnisbak, die met een hoop kabaal was omgevallen, overeind. Bij een van de bovenwoningen werd met een zwaai het raam geopend. De collega’s doken in elkaar en de collega die op dat moment op de schutting zat hoorde ik heel hard “Miauwwwwww!” roepen. En we hoorden dat het raam met een ferme klap weer gesloten werd. Door ons allemaal werd een zucht van verlichting geslaakt! Niet ontdekt! Een voor een klommen we over de schutting en bij elkaar discussieerden we nog even of het de linker- of rechterdeur was. We waren het eens! De rechterdeur was het en werd het. In een zogenaamd “treintje” ging het langs de gevel van de woning. Net voor de jongens van de DOG hun “boem” (ram) tegen de deur wilden plaatsen ging opnieuw het raam boven open en iemand riep: “Wat moet dat!?” Ik zag een van de collega’s van de DOG wijzen op de rug van een andere collega (daar stond de tekst POLITIE) en hoor hem fluisteren: “ Sttttt…. Politie!” We hoorden fluisterend de bewoner van het pand zeggen: “Oke! Dan is het goed!” En heel zachtjes werd het raam weer gesloten. Ik zag de voorste collega met volle snelheid de “boem” tegen de deur plaatsen en ik zag de deur met een zwaai openen. De collega’s van de DOG verdwenen een voor een naar binnen. Op hetzelfde moment werd de deur bij de buren geopend en zagen we allemaal ongure types en ons bekende junks via de achterdeur van dat pand verdwijnen. Oeps….. je raadt het al verkeerde deur. Ver kwamen de ongure types en de junks niet, want die liepen in de armen van de collega’s en mij die nog buiten stonden. Verbaasde gezichten waren er wel! Niet alleen van junks uit het dealpand, van de collega’s, maar ook van de bewoner van het pand waar de deur er onbedoeld uitging. In het dealpand werden hoeveelheden verdovende middelen gevonden en het pand werd gesloten. De bewoner waar de deur er onbedoeld werd uitgelopen kreeg een hele grote bos bloemen, excuses van de korpschef en de werd schade hersteld. En wij….. wij hebben onze procedures bijgesteld. En het gevleugelde uitspraak “Miauwwww!” , van ongeveer 20 jaar geleden, blijft! Telkens als de collega en ik elkaar tegen komen, roept een van beiden wel ergens een keer “Miauwwww!” En dan kijken we elkaar aan en glimlachen, want wij weten dan precies wat we bedoelen! Toch?