Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
HET MEISJE IN DE METRO In mijn werk, als politieman, ben ik regelmatig in burgerkleding de straat op geweest. Ik weet ook dat, wanneer je in uniform de straat op gaat, dat meer uitstraling heeft en er gaat een grotere preventieve werking vanuit. Er zit soms een nadeel aan vast. Iedereen ziet je al van ver aankomen! En de meeste mensen laten het wel uit hun hoofd om iets uit te halen. Als je in burgerkleding de straat op gaat kun je je vaak onopvallend tussen de mensen bewegen en kun je vaak, degene die kwaad willen, op heterdaad betrappen. Op een dag had ik samen met een collega dienst in burger. Wat we vaak even deden was het reizen met de metro. Ik deed het in ieder geval vaker. Ik noemde het tegenover de collega’s ook wel “hoppen”. Ik stapte in een wagon van een metro en elk station dat ik passeerde stapte ik over naar een volgende wagon. Dit gaf mij de mogelijkheid te zien wie of wat er op het perron liep en wie er in de metro zaten. Onder sommige collega’s werd “hoppen” een begrip. Regelmatig zaten er verslaafden in de metro die zich misdroegen of drugs zaten te gebruiken. Maar niet alleen verslaafden misdragen zich. Zo heb je ook jongeren die heerlijk met hun voeten op de banken zitten of oudere mensen die niet even kunnen wachten met het opsteken van een sigaretje voordat ze de metro uit zijn. Op deze dag was ik dus samen met een collega aan het “hoppen”. Mijn oog viel op een gegeven moment op een meisje dat een beetje zat weggedoken in een hoekje en schuchter om zich heen keek. Ik kreeg bij het zien van het meisje een vreemd gevoel en ik stapte op het meisje af en vroeg of alles goed met haar ging. Ik zag dat het meisje een beetje vreemd naar mij keek en zachtjes tegen mij zei: “Hoezo?” Ik bedacht mij opeens dat ik mijn uniform niet aanhad. Ik legde het meisje uit dat ik van de politie was en ik legitimeerde mij. Het meisje bleef me schuchter aankijken. Mijn gevoel vertelde mij nog steeds dat er iets niet helemaal klopte. Ik ging even naast het meisje zitten en vroeg hoe ze heette en hoe oud ze was. Ze vertelde me haar naam en dat ze 14 jaar oud was. Ik vroeg wat ze deed in de metro en waar ze op weg naar toe was. Ze zei tegen mij: “Ik zit in de metro, omdat het niet meer hoeft van mij.” Ik keek haar vragend aan en ze ging verder. Ze zat in de metro omdat ze zelfmoord wilde plegen. Ze zocht alleen nog een goed metrostation. Ik was verbaasd. Ze zei tegen mij: “Als ik straks een goede plek heb gevonden stap ik van het perron en zo voor een metro. En dan is al mijn pijn over.” Ik vroeg haar wat ze daar mee bedoelde. En ze gaf als antwoord dat ze niet meer wilde leven. Ik keek het meisje aan en dacht:” Hoe kan het zijn dat zo’n jong meisje zo denkt. Wat is er in het leven van dat meisje mis gegaan?” Ik vroeg aan het meisje waar zij woonde. Ze vertelde dat ze al enige tijd in een psychiatrisch centrum zat op een gesloten afdeling. Direct stelde ik de vraag: “Hoe kom jij buiten dan?” Het antwoord kon ik wel raden. Het meisje zei: “De deur was niet afgesloten en ik ben gewoon naar buiten gewandeld.” “En nu, en nu wil ik gewoon dood.” Ik vroeg of het meisje even met ons meeging naar het bureau, zodat we daar haar ouders konden waarschuwen. Het kostte mij enige moeite het meisje te overtuigen, maar het lukte toch. We brachten het meisje naar het bureau. En ik had daar nog even een gesprek met haar. Hier vertelde ze dat het misschien deze keer niet was gelukt, maar dat het haar de volgende keer zeker zou lukken. Ze had genoeg van haar leven. Het leven deed haar pijn en daar wilde ze vanaf. We belden haar moeder en die bleek ook al op zoek te zijn naar haar dochter. Ze maakte zich erg ongerust. Het was namelijk niet de eerste keer dat haar dochter een eind aan haar leven wilde maken. We hebben het meisje meegegeven aan de moeder. Die zou zorgen dat het meisje weer terug zou komen in het psychiatrisch ziekenhuis. Ik heb eigenlijk nooit gevraagd wat nu de oorzaak van de psychische aandoening van het meisje was. Ik weet dat dat misschien ook mijn zaak niet is, maar soms zou je wel eens willen weten hoe het kan dat je zo jong meisje met de gedachten van zelfmoord rondloopt. Kunnen wij, in het algemeen, daar iets aan doen of is het nu eenmaal zo? Sommige dingen kunnen wij ook niet veranderen. Ik hoop één ding dat het psychiatrische ziekenhuis de volgende keer de deuren van de gesloten afdeling goed afsluit.