Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
BLOGS
ALTIJD WEER DIE MAROKKANEN Het mag geen geheim zijn dat ik soms geen makkelijke politieman in mijn wijk en op straat was. Niet als buurtagent, niet als ruiter, maar ook niet tijdens mijn tijd in de surveillancedienst. Volgens de jongeren waar ik mee te maken had kon ik nog wel eens te streng zijn. Ik leefde soms op een wat gespannen voet met de jongeren en heel af en toe belandde er eentje achter in de politiebus. In mijn wijk had je ook jongeren die altijd balanceerden op het randje van het toelaatbare of daar overheen gingen. Tijdens een van mijn surveillances was ik ingedeeld op de motor. In mijn surveillance werd ik door collega’s gevraagd of ik even kon assisteren bij een aanrijding in de wijk. Ik maneuvreerde me door het verkeer naar de plek waar de collega’s stonden. Het was de bedoeling dat ik het publiek en het verkeer zou omleiden. Op de plek zette ik mijn motor neer met zwaailichten aan en de mobilofoon een beetje hard zodat ik me vrij kon bewegen. De straat was zo afgesloten dat er even niemand door kon. Niet met de auto, op de fiets of lopend. En ja, natuurlijk leverde dat weer een heleboel vragen en opmerkingen op. „Waarom mag ik er niet door?” „Ik moet maar een klein stukje!” en natuurlijk „Je doet lastig!” Op deze vragen en opmerkingen had ik natuurlijk altijd wel een gepast antwoord. Ook een aantal van de jongeren uit mijn wijk probeerden het weer. Gewoon even kijken tot hoever ze konden gaan. Niet ver dus…! Gewoon houden aan de regels. Op een afstandje stonden ze te kijken wat de collega’s aan het doen waren. En ik gok dat ze dat van een deskundig commentaar aan het voorzien waren. Na verloop van tijd werd de plek, waar de aanrijding had plaatsgevonden, vrij gegeven en kon iedereen er weer ongehinderd langs. Op het moment dat ik bij de motor terugkwam merkte ik dat hij niet meer draaide. Ik dacht even dat de collega’s misschien wel het contact hadden afgezet. Ook het zwaailicht en de mobilofoon waren uit. Met een zwaai gooide ik mijn rechterbeen over de buddyseat en draaide het sleuteltje wat heen en weer in het contact. De lampjes lichtten heel even op. Ik drukte op de starter en tot mijn verbazing gebeurde er helemaal niets. Ik kwam er achter dat mijn accu geheel was leeg gevreten door de mobilofoon en de zwaailichten. Ik had het natuurlijk kunnen weten. En tegen beter weten in probeerde ik de motor nogmaals te starten. Ik zag de lampjes op mijn dashboard nog vager oplichten. Snel weer uit en ik schakelde ook snel alle lampen en overbodige, energieslurpende, apparatuur uit. Een beetje zoekend keek ik om mijn heen en zag dat het groepje jongeren nog steeds op een afstandje stond te kijken. Volgens mij hadden zij al lang door dat mijn motorfiets het niet meer deed. Maar ik geef niet snel op! Ik haalde de motor van de standaard en begon hard te rennen. Voor zover dat kon. Het ziet er dan altijd een beetje koddig uit. Al zittend op mijn buddyseat en aan beide zijden een been. Je kent dat wel van vroeger toen je klein was en je een loopfietsje had. De motor was ook een soort van loopfietsje, maar dan een van een paar honderd kilo. Ziet je het voor je? Een politieman geheel in motorpak met helm op die al trappelend op snelheid probeerde te komen en hoopt dat zijn motorfiets op het laatste restje stroom aan zou slaan, zodat hij daarna heel snel weg kan rijden. Nou….. Ik zal u vertellen! Dat lukte dus niet. Na drie pogingen zat ik hijgend, puffend en mopperend op mijn motor. Heel langzaam waren de jongeren wat dichterbij gekomen. En uiteraard werd mijn poging van alle commentaar voorzien. Sommigen stonden wat weifelend naar mij te kijken met een blik van „jij bent echt vreemd”. Ik zag dat een van de jongens de moed bij elkaar probeerde te rapen. Ik hoorde dat hij op een gegeven moment vroeg: „Doet hij het niet meer!?” Ik sneerde hem toe: „Wat denk je zelf?” Ik merkte dat ik even mijn eigen frustratie liet blijken over het feit dat „mijn” motor het niet meer deed. Ik probeerde uit te leggen dat mijn accu was leeggelopen en dat de motor niet meer wilde starten. Met een glimlach op zijn gezicht riep een van de jongens nog: „Iets meer sporten agent!” Ik kon daar alleen maar een beetje om glimlachen. En ja, misschien had hij wel een beetje gelijk Maar ja, daar stond ik nog steeds met een lege accu en een groepje jongeren. Ik hoorde een van de jongens vragen: „Moeten we je een duwtje geven?” Ik kon mijn enthousiasme niet bedwingen en riep: „Nou…. graag! Ik denk dat ik dat met een hele grote lach op mijn gezicht heb gezegd. Ik sprong op mijn motor en tilde mijn voeten van de vloer. Ik voelde dat de jongens mij en de motor in beweging brachten. Ik draaide mijn contact sleutel om en ik zag mijn lampjes, op mijn dashboard, heel zachtjes oplichten. Ik liet de koppeling opkomen en al schokkend en hikkend reed ik weg op de motor. Om na tien meter weer hard tot stilstand te komen. De jongens kwamen weer aanrennen en begonnen opnieuw te duwen. Ik herhaalde de handelingen en opnieuw ging ik schokkend en stotend van de kant. Ik probeerde zachtjes gas te geven. En ineens spoot ik vooruit! Ik reed nog even terug naar de jongens om ze te bedanken. Ik hoorde een van hen zeggen: „Graag gedaan.” „ En nu hebben we toch weer een beetje credits bij u opgebouwd?!” En ja, dat hadden ze! En weet je, het waren nu juist de Marokkaanse jochies die mij hielpen. We hadden af en toe een meningsverschil, maar zij hielpen me wel!