Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
DE MAN EN DE TREIN Het was een mooie donkere avond. Ik zat nog maar een paar jaar bij de politie en was op stap met een vrouwelijke collega die al een paar jaar langer bij de politie zat. We surveilleerden door de stad waar ik werkte. Een rustige avond. Avonden zoals we zovelen hadden in die periode. Na het eten rustig surveilleren en wachten op een melding. Na het eten hoefden we niet lang te wachten op een melding. Via de mobilofoon kregen wij een bericht over het station binnen onze gemeente. De melding die we kregen was van de spoorwegpolitie. Op het station zou iemand voor de trein zijn gesprongen. Een zogenaamde “springer”. Dit zijn niet de fijnste meldingen die je kunt krijgen. Bij daglicht is het vaak al luguber, maar in het donker is het echt niet prettig. Ik hoorde de collega naast mij zeggen: “Het ziet er vaak niet prettig uit. En als je het lastig vind moet je dat gewoon zeggen.” Ik vond het fijn dat ze dat even tegen mij zei. We kwamen aan bij het station en renden het perron op. Kijkend naar links en naar rechts. Rechts van ons, een paar honderd meter bij ons vandaan, zagen we twee rode lampjes. De achterlichten van een trein. En die trein stond stil. We stapten het perron af en begonnen te lopen in de richting van de trein. Rustig op ons gemak, maar met spanning in ons lichaam over wat ons te wachten stond. Wat zouden we vinden langs het spoor? Wat zou ik aantreffen? En hoe ga ik reageren? Langzaam, heel langzaam ging het in de richting van de trein. Bij een springer is de afspraak dat de machinist niet uit de cabine van zijn trein komt en niet langs het spoor gaat lopen om te zoeken. Het is voor de machinist al erg genoeg dat hij heeft gezien dat er iemand voor zijn trein is gesprongen. Langs en op het spoor konden wij niets vinden. Geen enkel spoor. Het geeft toch een raar gevoel in je lichaam als je in het donker met een zaklantaarn aan het zoeken bent naar iets of iemand naast of op het spoor. Aangekomen bij de machinist vertelde hij dat hij ter hoogte van het perron iemand op het spoor had zien staan. Hij had nog even heel hard getoeterd, maar daar had de persoon niet op gereageerd. De machinist wist zeker dat hij iemand had geraakt. Ook voorop op de trein waren geen duidelijke sporen van een aanrijding te zien. Geen bloed en geen echte veegsporen. In de tussentijd waren er op het perron meerdere collega’s gearriveerd en ook het ambulancepersoneel stond op het perron. Wachtend op de berichten die volgden. Samen met de collega besloot ik om nogmaals het spoor af te lopen. Nu terug in de richting van het station. Vanuit het licht bij de trein het donker in. Op het spoor was het aardedonker en in het schijnsel van onze zaklampen konden we opzoek naar iemand of naar menselijke resten. Ik vroeg mijzelf nog steeds af hoe ik zou reageren als ik iets of iemand zou tegen komen op het spoor. Hoe zou het er uit zien? Zou ik er tegen kunnen? Wat moet ik doen? Ik wist namelijk, vanuit mijn opleiding, dat wanneer iemand onder de trein stapt het er niet prettig uitzag. Zeker niet als de trein je met hoge snelheid raakt. En dan druk ik mij nog heel voorzichtig uit. Ook op de terugweg troffen we niets aan. Tenminste……. Net voor we aankwamen bij het perron hoorden we, vanuit het struikgewas, een piepend en kermend geluid. We gingen op onderzoek uit en vonden tussen de struiken een man. De man was ernstig gewond, nog net aanspreekbaar. Door de collega van de ambulance werd de man gestabiliseerd en overgebracht naar het ziekenhuis. Uit onderzoek later bleek dat de man naast het spoor had staan wachten op een trein en op het moment dat hij er een aan zag komen was hij het spoor op gestapt. De man was echter geschrokken van het getoeter van de trein en had een stap opzij gedaan. Daardoor was hij tegen de zijkant van de voorzijde van de trein gekomen en hij was meters weggeslingerd. De klap waarmee hij door de trein werd geraakt was wel zodanig dat hij daardoor zwaar gewond raakte. De man herstelde in het ziekenhuis. Maanden later deed de man een nieuwe poging en deze werd hem fataal. Uit dit verhaal leerde ik een ding. Je kunt niet altijd iemand helpen. Hoe graag je dat soms ook wilt. Ik was blij dat het mij die dag bespaart bleef om een dodelijk slachtoffer aan te treffen op het spoor. Soms willen dingen nog wel eens anders zijn dan je ze in je hoofd voorgesteld had. En niet elke “redding” heeft uiteindelijk een goede afloop.