Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
IK BEN MIJN MAATJE KWIJT "Ik ben mijn maatje kwijt! Hij loopt achter een vent aan met een vuurwapen!” Dat waren mijn woorden tegen de meldkamer terwijl ik liep te rennen door de straten van mijn wijk. Even daarvoor reed ik met mijn maatje over een van de doorgaande wegen in ons district. Het was donker en laat op de avond. Ons oog viel op een geparkeerde auto. Deze stond nogal nonchalant met zijn neus tegen de richting in en op een plaats waar hij eigenlijk niet mocht staan. We stopten achter de auto en op het moment dat we wilden uitstappen passeerde ons een man over het trottoir. De man kwam vanuit een portiek en liep rustig langs onze politieauto. Mijn maatje en ik keken allebei even naar de man en keken elkaar verbaasd aan op het moment dat hij ons passeerde. We roepen naar elkaar: “Vuurwapen!” Op het moment dat de man ons passeerde zagen we dat in een van zijn handen een pistool had. Hij hield hem strak langs zijn lichaam, maar was duidelijk te zien. Nadat hij ons was gepasseerd versnelde hij zijn pas en liep de eerste straat in die hij tegenkwam. Mijn maatje was intussen al uitgestapt en ging met versnelde pas achter hem aan. Ik moest nog even de sleutels uit het contact van de auto halen. Dat duurde misschien maar een seconde, maar toch! Via de portofoon probeerde ik mijn maatje te bereiken, maar ik kreeg geen contact. Rennend door de straten, zoekend naar mijn collega, kreeg ik gelukkig hulp van buurtbewoners die mij de richting wezen waar mijn maat heen was gegaan. Ik had het idee dat ik vloog! Onderwijl had ik geschakeld naar de meldkamer en riep ik: “HB ik ben mijn maatje kwijt! Hij loopt in de wijk achter een vent met een vuurwapen! Ik kan hem niet vinden!” Om mij heen hoorde ik sirenes aangaan van collega's en ik wist dat hulp onderweg was. Maar nog steeds was ik mijn maatje kwijt. Zo snel als mijn voeten mij konden dragen rende ik door de straat in die richting die buurtbewoners hadden gewezen. Ondertussen passeerde mij politievoertuigen in tegengestelde richting. Ik kon alleen maar even wijzen dat ze de andere kant op moesten. Voor mijn gevoel ging er kostbare tijd verloren! Het leek uren! Waar was mijn maatje?! Op een kruising van wegen zag ik in mijn ooghoeken, half in het donker, mijn maatje staan. Hij stond met zijn vuurwapen in zijn handen richtend op een man recht tegenover hem. Ik trek mijn wapen, wetend dat de man een vuurwapen bij zich heeft. Ik hoor mijn maatje tegen de man roepen: “Laat je handen zien! Laat je handen zien!” De man heeft een van zijn weggestoken in zijn jas. Het leek erop alsof hij het vuurwapen onder zijn jas wilde verbergen. De man geeft geen kik! Met mijn ene hand richt ik mijn vuurwapen op de man, met mijn ander bedien ik de portofoon en gaf ik aan de meldkamer door dat ik mijn maatje had gevonden en dat we tegenover de man stonden met het vuurwapen. Ik hoorde mijn maatje nogmaals roepen: “Laat je handen zien! Laat je handen zien!” We hoorden de man naar ons roepen: “Shoot me! Shoot me! Terwijl hij dit riep haalde hij zijn handen telkens een stukje uit zijn jas, alsof hij zijn vuurwapen tevoorschijn ging halen. Maar iedere keer zakte zijn hand terug in zijn jas. Ik was allerlei scenario's door mijn hoofd aan het laten gaan. En dat gaat soms in een fractie van een seconde. Al mijn bevoegdheden. Kan ik, mag ik, wil ik! Ik had wel voor mijzelf besloten, dat wanneer ik de kolf van een wapen zou zien, ik zou schieten. Gericht!! Voor mijzelf had ik een wel overwogen beslissing gemaakt. Heel zachtjes begon de man zich te verplaatsen. Van de zijstraat naar de doorgaande weg. Hier hadden zich buurtbewoners zich verzameld om te zien wat er allemaal gebeurde. Mensen wilden het allemaal van dichtbij meemaken. En naar mijn gevoel staan mensen soms iets te dichtbij! Op de doorgaande weg hoorde ik mijn maatje nogmaals roepen: Laat je handen zien! Let me see your hands” In de tussentijd hadden we dekking gezocht achter een boom en in de nis van een portiek voor het geval de man toch zou gaan schieten. Je kunt maar nooit weten. Nog altijd waren onze wapens gericht op de man. Op een gegeven moment zagen we dat de man weer zijn hand uit zijn jas wilde halen en een stap naar voren deed. Het was voor de eerste keer dat ik de haan van mijn wapen achterover zag komen. Ik was op weg om een schot te lossen! Naast mij hoorde ik een knal. Het geluid weerkaatste tegen de woningen om ons heen. Ik zag dat mijn maatje zijn hand liet zakken en zijn wapen opnieuw op de man richten. Het eerste waarschuwingsschot was gevallen. Rustig meldde ik aan de meldkamer: “HB eerste waarschuwingsschot.” Tot onze verbazing bleven de buurtbewoners zelfs na dit schot op een korte afstand kijken. Langzaam begon de man weer te verplaatsen. Op geen enkele wijze was hij van plan om zich over te geven. In de tussentijd stonden er op diverse plekken collega's al dan niet met getrokken vuurwapens. De man stak de straat over en ging tot onze ontzetting tussen het toegestroomde publiek staan. Nu konden we niets meer! Je kunt niet schieten als zo iemand tussen de mensen staat. Opnieuw gingen alle gedachten in mijn hoofd rond. Afwegingen maken. Wat als…. Door te roepen tegen het publiek dat de man een vuurwapen had gingen de toeschouwers uit elkaar en opnieuw stond de man daar alleen op het trottoir. En weer mijn wapen en die van andere collega's op hem gericht en het deed hem voor mijn gevoel helemaal niets. En weer hoorden we hem roepen: “Shoot me! Shoot me! En een ding wisten mijn collega zeker hij had een wapen! In middels stonden we met drie collega's naast elkaar. Allemaal onze wapens gericht op de man en nu. We zien de man opnieuw bewegen met zijn hand. En weer lijkt het of hij iets tevoorschijn wil halen. En opnieuw zie ik de haan van mijn wapen achterover komen en voel ik dat ik de druk op mijn trekker opvoer. Ik ben op een of andere manier zo scherp dat ik dit zie en voel gebeuren. Ik kijk over mijn wapen naar de man en zie dat zijn hand weer terugzakt in zijn jas. En dan…. geheel onverwachts doet de man een stap naar voren en we zien dat hij zijn hand uit zijn jas wil trekken. Naast me hoor ik een verschrikkelijke knal en zie een lichtflits. Een collega links van mij heeft een schot gelost. Ik zie dat de man plots stopt met bewegen en hij lijkt even uit het lood geslagen. Met onze vuurwapens nog in de handen stuiven we naar voren en lopen de man onderste boven. Niets duidde erop dat de man door het gerichte schot was geraakt. Geen bloed en geen gekerm van de man. De man werd geboeid en gefouilleerd. En shit…. we treffen bij het fouilleren geen vuurwapen aan. Waar is dat ding? Hebben we het dan toch verkeerd gezien? Is er terecht geschoten? Wat nu? Mijn maatje en ik kijken elkaar even vertwijfeld aan. We weten het zeker! Hij had een vuurwapen! Toch? Hebben we dan toch een verkeerde beslissing genomen? We besluiten de route die we hebben afgelegd en waar ook de man heeft gelopen terug te lopen. Terwijl we dit doen vragen we ons af: “Wat is er gebeurd? Wat hebben we gemist?” Ieder portiek en onder iedere auto werd gekeken. Tussen een van auto's en naast de stoeprand vinden we het wapen wat we bij de man hadden gezien. Een groot kaliber pistool. Het blijkt te zijn doorgeladen en gereed voor gebruik. Toch een vuurwapen! Hoe hij zich van de wapen heeft ontdaan is voor ons altijd een raadsel gebleven. Terug aan het bureau blijkt dat de man toch gewond is geraakt. Geraakt in zijn arm. Heel zacht stroomt er een straaltje bloed langs zijn arm naar beneden. De man werd voor onderzoek en verzorging van de wond overgebracht naar het ziekenhuis gebracht. Uit later onderzoek bleek dat deze man betrokken was bij een afrekening in het criminele circuit. Wat ook bleek dat een tweede man bij deze afrekening betrokken was en als we hem hadden aangesproken dat we het beiden waarschijnlijk niet hadden overleefd. Deze man was in het bezit van een vol automatisch machinegeweer. Ik heb gelukkig die dag en in mijn carrière niet hoeven schieten, maar een aantal malen wel op het punt heb gestaan om er daadwerkelijk gebruik van te maken. Zoals onder andere bij dit incident. Ik ben geen dag mijn dienst begonnen in de hoop dat ik zo moeten schieten of gebruik moest maken van mijn vuurwapen. Het gebruik van het vuurwapen door politiemensen is vaak een laatste geweldsmiddel. Voor buitenstaanders is het vaak heel makkelijk oordelen over schietende politiemensen of politiemensen die gebruik maken van hun geweldsmiddelen. Ik hoop voor u dat u nooit een dergelijke keuze hoeft te maken. Ik ben dan benieuwd welke keuze u maakt?