Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
LIK OP STUK Het was mooie zomerse dag. Een dag dat iedereen buiten op straat was, zeker in de wijk waar ik werkte. Daar leefde eigenlijk iedereen bij mooi weer op straat. De kinderen speelden buiten en de ouders zaten op het trappetje of op een stoepje een kopje koffie of soms heel stiekem een biertje te drinken. Eigenlijk mocht je daar op straat geen bier drinken, maar ik wilde niet altijd een spelbreker zijn. Ik surveilleerde samen met mijn collega heerlijk door de wijk. Lekker met de ramen open en we hadden eigenlijk het ene na het andere gesprek met de buurtbewoners. Om kort te zijn was het gewoon gezellig met mooi zomerweer. Ook mijn collega en ik genoten met volle teugen! Terwijl wij, in onze bus, door de wijk reden zagen we opeens een groepje jongeren zitten. Het was een groepje van vier of vijf jongens. Ik denk van een jaar of tien. Voor ons gevoel zaten de jongens lekker te “chillen”! De plek waar de jongetjes zaten was in de directe omgeving van een speeltuin en een jeugdcentrum. In deze wijk had ik gewerkt als buurtagent en ik kende er heel veel mensen. Ik kwam er graag en ik had er heel veel contacten. Deze wijk was een mengelmoesje van culturen! Zo gezellig!!!! De jongeren in de wijk gaven wel eens wat problemen. Zo waren er wat vernielingen en de jeugd was er wat lawaaierig. Ach, maar waar heb je dat niet? Op het moment dat we het groepje naderden, zagen we dat de jongens bezig waren bij een muurtje. Een muurtje van een huis. Mijn verbazing werd groter! Ik en mijn collega zagen dat de jongens met verf een prachtige muurschildering aan het maken waren. Echt een hele mooie! We stapten uit en liepen op de jongens af, maar de jongens gingen gewoon door met schilderen, alsof er niets aan de hand was. Op het moment dat we bij jongens kwamen, waren ze net bezig met het zetten van hun handtekening. Met een mooie haal stond de laatste handtekening er op en de muurschildering was klaar! Ga me niet vragen wat de muurschildering voorstelde, want zo’n kunstkenner ben ik nu ook weer niet. We begonnen een praatje en vroegen wat de jongens aan het doen waren. Het antwoord was simpel: “We maken een mooie tekening". "Op de muur! Mooi hé!” Ja, mooi was hij wel met allerlei kleurtjes. Ik vroeg of ze bezig waren op de muur van hun eigen huis. “Nee, wij wonen aan het einde van de straat” was het antwoord. Een van de jongetjes riep: “U kent mijn broer wel.” Hij noemde de naam van zijn broer en op mijn gezicht kwam een glimp van herkenning. Ik kende inderdaad zijn broer, en dat was niet een van de besten van de buurt, maar dit even terzijde. Wij probeerden de jongens uit te leggen dat het niet de bedoeling was om op muren te gaan schilderen, die niet van jezelf waren. De jongens keken wat verbaasd opzij. Hoezo? De tekening was toch mooi! Bij nader onderzoek bleken de jongens gebruik te hebben gemaakt van waterverf, dus bij de eerste de beste regenbui zou de muurschildering zijn verdwenen. Ook de bewoonster van de woning was niet echt blij met de “mooie”muurschildering. En dan komt de vraag:" Hoe ga je dit als politie oplossen?" Je kunt de jongens aanhouden voor baldadigheid of vernieling. Geheel terecht en goed voor de cijfers! De jongens gaan dan naar Halt en moeten op een later tijdstip de straten gaan vegen of graffiti weghalen. Na enig overleg bedachten wij een andere oplossing! We stopten de jongens in de politiebus en reden naar de woning van een van de jongens. Bij het aanbellen werd de deur geopend door een oma van een van de jongens. Het was een grote Surinaamse vrouw. Ik kende haar wel! Een hele lieve vrouw! Een echte oma! Je moest haar alleen niet kwaad maken, want dan had je een hele slechte aan haar. En van haar wilde je echt geen pak slaag krijgen, want ze had hele grote handen! Ik begon een gesprek met haar en legde haar uit wat er was gebeurd en dat wij niet boos waren, maar dat er wel iets moest worden opgeruimd. Samen met mijn collega had ik bedacht dat we een emmer water en een borstel zouden gaan halen bij een van de ouders en dat de jongens vervolgens het muurtje mochten schoonmaken. Van oma kregen we een emmer water met een sopje en vier borstels. Van die mooie harde borstels, waarmee je zo heerlijk kon schrobben. We liepen met de emmer en de borstels terug naar de politiebus en de jongens stapten allemaal weer in. Ik voelde me net moeder eend met haar jongen. Ik reed voorzichtig terug naar de plek van de muurschildering. Heel voorzichtig, want er moest nog wel een beetje water in de emmer zitten om de muurschildering te verwijderen. En met mijn rijstijl was dat een beetje lastig. Daar kunnen collega’s over meepraten. Terug bij de plaats van de muurschildering stapten we uit en ik stond nog even naar de muurschildering te kijken of ik toch niet kon ontdekken wat het nu eigenlijk voorstelde. Maar nee, ik kon het niet ontdekken. De muurschilderingen van de Neanderthalers in de grotten waren duidelijker. Mijn collega en ik deelden de borstels uit en wonderwel had ik het gepresteerd om, met mijn rijstijl, water in de emmer te hebben. Een beetje beteuterd doopten de jongens hun borstels in het water en begonnen ze met schrobben. Terwijl de hele buurt stond te kijken verdween heel langzaam de muurschildering van de muur. Langzaam, heel langzaam liepen de kleurtjes samen met het water weg in de richting van het putje. En na enig schrobben was er niets meer te zien van wat er eens op de muur had gestaan. Van de buurt kregen we de complimenten over hoe we het hadden opgelost en de bewoonster van de woning vond ook dat we het op een goede manier hadden opgelost. De muur was schoon en de jongens hadden eigenlijk direct hun staf gehad. Ten overstaan van heel de buurt direct de zaak schoonmaken. Nadat we keurig alle namen hadden genoteerd en alles hadden opgeruimd, brachten we de jongens nog even thuis. Na een goed gesprek met de ouders, ging ik samen met mijn collega naar het bureau voor een bak koffie en om de zaak nog even netjes op papier ter zetten. Nadat we het op papier hadden gezet, dachten we dat we de zaak goed hadden afgehandeld. Een paar dagen later mocht ik bij mijn chef komen. Ik moest even aan hem uitleggen waarom ik de jongens het muurtje had laten schoonmaken en waarom ik ze niet had aangehouden. Ik legde hem uit dat de jongens direct hun straf hadden gehad en dat het muurtje weer schoon was. Dit tot tevredenheid van de buurt en de bewoonster van de woning van het muurtje. Volgens mij werkt deze methode nog steeds het beste! Ook de buurt ziet dat de politie direct iets doet en volgens mij is dat nog steeds de beste manier. Maar daar verschilde de mening van mijn chef toch iets over met die van mij. Ik had de jongens aan moeten houden, want dat was beter voor de cijfers. Zo haalden we de aantallen, die waren voorgeschreven, niet! Wat had ik hier van geleerd? Dat vaak de cijfers belangrijker worden gevonden. Wat ga ik de volgende keer doen? De volgende keer doe ik het weer op dezelfde manier (met emmer en borstels). Gewoon, omdat ik heb gemerkt dat de burger dit erg op prijs stelt!