Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
NOG EVEN LIEF ZWAAIEN Op een van de dagen bij de bereden brigade surveilleerde ik met mijn collega te paard door de stad. Zoals gewoonlijk was het druk in de stad. Sommige mensen liepen te rennen, omdat ze nog snel even een boodschap wilden halen. Anderen hadden alle tijd en liepen wat te slenteren. Op een gegeven moment moesten wij met onze paarden stoppen voor een rood verkeerslicht (in de volksmond ook wel stoplicht genoemd). Ja, ook te paard moet je gewoon stoppen voor een rood verkeerslicht. We stonden met z’n tweeën naast elkaar te wachten tot het verkeerslicht zou veranderen van kleur en wij onze weg weer konden vervolgen. Zoals gewoonlijk duurt dat bij sommige verkeerslichten wat langer. Op een gegeven moment hoorden we dat iemand ons van achteren naderde. Nu ben je, als je te paard zit, altijd iets alerter, omdat je niet weet hoe dicht iemand achter je paard komt staan.(met alle gevolgen van dien.) Ik zag dat het een fietser was. Een jonge dame met mooie blonde haren, op een wat oudere damesfiets. Ik had verwacht dat de jonge dame op de fiets wel achter ons zou stoppen, maar dat gebeurde niet. Ik zag dat ze de stoep op fietste en ons over de stoep passeerde. Nu gebeurde dat wel vaker en dan stopten de mensen voor ons. Maar zij was niet van plan om te stoppen. Mijn verbazing was groot toen ik zag dat ze zonder te remmen de kruising op fietste en ook nog eens door het rode verkeerslicht. Raar! Twee paarden met twee politiemensen daarop! Dat valt toch wel op, dacht ik! Heel even keek mijn collega aan en ik zei tegen hem: “Zeg! Dit gebeurd toch niet?” Ik bedacht mij geen moment en ik riep naar het meisje: “Zou je even willen blijven staan! Je reed door het rode licht.” Ik zag dat het meisje haar rechterhand omhoog stak en een wuivend gebaar naar ons maakte. Op het moment dat ze dat deed keek ze niet achterom of maakte ook geen aanstalten om te gaan stoppen. Nog gekker, ze zette haar voeten nog iets steviger op de trappers en fietste nog iets harder weg. Inmiddels hadden wij onze paarden ook in beweging gezet. We stapten eerst nog en riepen nogmaals tegen het meisje dat ze moest stoppen, maar zij zette haar voeten nog steviger op de trappers en fietste hard weg.(Sommige mannen uit de Tour de France zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen.) Wat kon zij fietsen! Wij waren inmiddels over gegaan van het stappen naar het draven (voor de niet paardenkenners onder ons: dat is de volgende versnelling na het stappen). Op een of andere manier kwamen wij niet dichter bij het meisje. Was ze harder gaan fietsen of waren wij nu zo langzaam? Ik denk het laatste! We riepen naar haar dat ze echt moest stoppen, maar zonder om te kijken bleef ze maar door fietsen. We kwamen niet echt dichterbij, dus op naar de volgende versnelling! En daar reden we samen in galop over het fietspad. Heel langzaam kropen we dichterbij. Onderweg naar het meisje toe had ik samen met mijn collega nog even overleg hoe we dit gingen gaan aanpakken. Ondertussen riepen we nog een aantal keren naar het meisje dat ze nu echt moest stoppen, maar ze deed of ze doof en blind was en fietste gewoon stevig door. We besloten dat mijn collega naast het meisje zou gaan rijden en dat ik via het trottoir haar, al galopperend, zou passeren, om daarna een eind verder op het fietspad zou te gaan staan, om haar de weg te blokkeren. Ik was net begonnen met het galopperen over het trottoir toen ik zag dat mijn collega naast haar ging rijden. Ik hoor de dat hij tegen haar riep: “Stop nou.” Het meisje schrok hier zo van dat ze een slingerende beweging maakte met haar stuur. Mijn collega probeerde haar nog bij haar schouder te pakken om te voorkomen dat zij tegen het asfalt zou vallen, maar hij greep mis. Het meisje ging met fiets en al onderuit en kwam met haar fiets onder het paard terecht. Het paard van mijn collega stampte vervolgens over de fiets en miste op een haar na het meisje. Ik bracht mijn paard tot stilstand (en dat kan soms heel snel!) Ik stapte terug naar de plek waar mijn collega en het meisje stonden. Zij was alleen maar aan het schelden tegen de collega.”Het was asociaal en hier was het laatste woord nog niet over gezegd”. Nou, dat klopte! De plek waar het meisje was gevallen, was recht voor een kroeg en die liep natuurlijk direct helemaal leeg. Allemaal grote mannen die zich even gingen bemoeien met hetgeen er was gebeurd. Het was asociaal en hoe konden wij dat doen met zo’n meisje! En zo’n meisje deed zulke dingen niet! Het werd voor de kroeg een grote scheldpartij. Niemand had gezien wat er was gebeurd, maar iedereen had wel een oordeel. Het meisje probeerde ook iedereen te betrekken in haar verhaal en medestanders te krijgen. Door te roepen: “Kijk eens wat ze met me doen!” Ik weet nog dat een van de omstanders tegen mij riep: “Dat moet je met de junks in de stad doen. En niet met zo’n meisje!” Mijn antwoord was: “Die junks stoppen wel als ik ze vraag om te stoppen!!”. Het werd een hoop duw- en trekwerk. Ook het meisje had niet echt zin om mee te werken en bleef zich maar verzetten. Om te voorkomen dat het een vechtpartij zou worden op straat, werd het meisje aangehouden en overgebracht naar het bureau. Op het bureau ging zij nog even verder met stampij maken. Ze wilde water. Ze moest koffie. Ze had claustrofobie en kon niet in een ophoudkamertje met de deur dicht. Uiteindelijk hebben we haar op een bankje in de hal gezet met een bekertje water, maar ze mocht niet van het bankje af. Oh, ja! Ze studeerde rechten en haar vriend was advocaat. Dus….. onze dagen bij de politie waren geteld. Ik weet het niet zeker hoor, maar wie was er nu in overtreding!? En wie wilde er niet meewerken? Inmiddels waren er ook een hoop mannen, vanuit de kroeg, naar het bureau gekomen. En ze waren allemaal getuige! Waarvan? De laatste vijf meter van het hele gebeuren? Iedereen had een oordeel en iedereen wist precies wat er was gebeurd! Het meisje mocht een verklaring afleggen waarom ze door het rode licht was gefietst. Ze verklaarde dat ze bang was voor paarden, dat ze daarom door het rode licht was gefietst en niet was gestopt. Nadat ook deze verklaring was opgeschreven, kreeg ze een bekeuring voor het niet stoppen voor een rood verkeerslicht. Ja, je leest het goed, een bekeuring voor het rijden door het rode verkeerslicht, want daar was alles mee begonnen. Nu begon voor ons pas het echte werk! We moesten alles nog op papier zetten. Het op papier zetten van alles heeft ons uiteindelijk twee dagen gekost. En waarvoor? Alleen maar omdat iemand niet wilde wachten tot het rode licht weer groen werd. Hiermee dachten we dat we de zaken goed hadden afgehandeld. Dossier in de kast, een stempel erop en klaar! Ongeveer een maand later moest ik samen met mijn collega bij mijn chef komen. Er was een klacht tegen ons ingediend door een blonde jonge dame op een fiets. Wij zouden onrechtmatig en buitenproportioneel hebben gehandeld.(althans volgens haar advocaat) Nu was het in al de jaren dat ik bij de politie zat niet mijn eerste klacht, maar iedere keer krijg je toch een beetje een vervelend gevoel. Een gevoel van:” Ik heb mijn werk toch goed gedaan?!?”. De jonge dame was toch diegene die door het rode licht was gereden! Mijn chef wilde graag met het meisje in gesprek om de zaken op te lossen. Hij maakte een afspraak met het meisje en ging met haar in gesprek. Dit gesprek duurde niet langer dan vijf minuten, want het meisje was het niet eens met de voorstellen van de chef. Het resultaat van dit gesprek was ,dat er ook nog een klacht tegen de chef werd ingediend. Nadat de korpsleiding zich over de klachten had gebogen, werden deze ongegrond verklaard. En hiermee was de zaak afgedaan. Ja, dat zou je denken! Niet dus….. Een paar weken later bleek dat ze een klacht het neergelegd bij de ombudsman. Ja, de man die alle klachten tegen de overheid onderzoekt. Na enige tijd mocht ik samen met mijn collega en mijn chef op een hoorzitting verschijnen. Bij deze hoorzitting was ook het meisje, dat door het rode licht was gereden, aanwezig. Ze was er samen met haar advocaat. Tijdens de zitting moesten wij ons optreden verdedigen. We kregen wat kritische vragen en moesten uitleggen wat we nu precies hadden gedaan. We konden precies uitleggen wat er was gebeurd. Het meisje haalde nog een stapeltje foto’s te voorschijn met daarop haar letsel en de schade aan haar fiets, maar deze werden door de ombudsman niet geaccepteerd. Nadat we allemaal waren gehoord ging de ombudsman in beraad en dat duurde weer een paar weken. De eis van het meisje was een vergoeding van de door haar geleden schade en een berisping (of ontslag) van ons in verband onrechtmatig handelen en buiten proportioneel optreden. Na een aantal weken kwam de uitspraak van de ombudsman. De klacht werd ongegrond verklaard. De eis tot betaling van schadevergoeding werd afgewezen, omdat ze er zelf voor had gekozen om door het rode licht te fietsen. Mij, mijn collega en alle andere collega’s van de bereden politie werd aangeraden om een andere techniek aan te wenden voor het stoppen van fietsers. Bijvoorbeeld door een fietser tegen een muur tot stilstand te brengen. Ik weet het niet zeker hoor, maar volgens mij geeft dat nog veel meer schade en letsel! Ik heb geleerd dat door het rode licht rijden maanden aan werk kan opleveren. Waarom niet even stoppen voor rood licht, dit voorkomt een hoop ergernis, schade en geld!