Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
JONGEN VAN ZESTIEN En dan is het tijd om te eten. Na een rustig eerste deel, als wachtcommandant, van de avonddienst even ontspannen in de agentenwacht. Tijdens het eten kwam een collega van de servicedesk binnen met de vraag of ik haar even kon helpen. Ik legde mijn bestek neer en liep met haar door de gang naar de balie. Bij de balie stond een jongen van een jaar of 16. Op de één of andere manier straalde hij uit dat hij een probleem had. Ik ging met hem in gesprek en al snel bleek dat hij van huis was weggelopen. Hij vertelde dat hij thuis werd mishandeld en niet meer terug wilde. Onder geen beding ging hij terug naar zijn vader. Niet terug naar zijn vader die hem al zo lang mishandelde. Een pak slaag met de vlakke hand, riem of stok. Niet nog een keer. Dat was duidelijk! De jongen liet op diverse plekken van zijn lichaam de blauwe plekken zien. Ik snapte wel dat hij niet terug kon. Ik wilde op zoek gaan naar een oplossing. Waar ga je een jongen van 16 jaar onderbrengen op een veilige plaats en voor hoe lang? Ik gaf de jongen iets te drinken en zette hem op de bank bij de receptie. Terwijl de aangifte van de jongen werd opgenomen, ging ik op zoek naar een oplossing. Op zoek naar een plek waar we de jongen konden onderbrengen. Nu denken jullie: “In een grote stad moet het toch niet zo moeilijk zijn om zo’n jongen onder te brengen?” Nou, dat bleek lastiger dan gedacht. Ik begon met het afwerken van een lijstje met crisishulpverleners voor jongeren. Door de telefoon legde ik de situatie uit en ik hoopte dat een van de organisaties mij zou kunnen helpen. Ik verbaasde me over de vragen die ik kreeg. Bij de eerste die ik belde was de vraag: “Meneer is de jongen verslaafd?” Mijn antwoord: “Eh nee!” Aan de andere kant van de lijn: “Sorry, dan kunnen wij u niet helpen.” “Wij vangen alleen verslaafde jongeren op!” Hierna belde ik nog een groot aantal organisaties die aangaven dat ze crisisopvang waren voor jongeren. In twee uur bellen kreeg ik de volgende antwoorden: Te jong, te oud, niet onze doelgroep, niet uit onze wijk, we vangen geen mishandelde jongeren op, we hebben geen plek, we zijn er niet voor jongens en nog veel meer van dit soort antwoorden. Tijdens mijn telefoongesprekken moest ik soms praten als brugman en geloof me, dat kan ik! Ik werd bijna door de wanhoop gegrepen! En dat gebeurde mij niet vaak. HELP! Ik wilde alleen maar een jongen onderbrengen die werd mishandeld! Meer niet! Verder had hij geen probleem! Was de mishandeling niet erg genoeg? Toe aan een kop koffie en wat denkwerk ging ik zitten aan een van de tafels in de agentenwacht. Even mijn gedachten terug naar nul. Er borrelde nog één optie. Ik gaf mijzelf weinig kans, maar toch even proberen. Ik belde de vrouwenopvang binnen ons gebied en legde hen de situatie uit. En zonder enige twijfel hoorde ik aan de andere kant: “Kom hem maar brengen!” “We hebben maximaal voor drie dagen plaats voor hem.” Ik was even stil! Zij waren mijn laatste poging en mijn laatste hoop. Zij waren ook de laatsten waar ik van verwachtte dat zij de jongen zouden opvangen. Maar ohh, wat was ik ze dankbaar! Wie had er verwacht dat ik de jongen niet kwijt zou kunnen bij de reguliere crisisopvang van jongeren? Maar wie had er verwacht dat nu juist de vrouwenopvang de jongen wilde opvangen? Ik in ieder geval niet! Soms komt hulp uit een hele onverwachte hoek.