Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
HOGE LAARZEN EN ZWARTE JAS Het was een koude winterochtend en ik had surveillance in de wijk. In de wijk waar ik aan het werk was had men veel overlast van verslaafden, dealers, hoeren en zwervers. Ik had me dik aangekleed. Lekker warm zodat ik het buiten een poosje uit kon houden. In die periode zat ik bij de bereden brigade en zat ik met weer en wind te paard in de buitenlucht. Of het nu regende of dat het mooi weer was we gingen altijd naar buiten. Samen met mijn collega stapte ik, te paard, door de wijk en het zag er allemaal rustig uit. Op het moment dat we langs het metrostation stapten zag ik een bekende drugsdealer samen met een verslaafde in een hoekje staan. Op het moment dat de drugsdealer mij zag probeerde hij quasi nonchalant iets in zijn zakken te stoppen. Net te laat! Ik had het gezien! Ik riep de mannen bij me en vroeg of zij hun zakken leeg wilden maken. Op het moment dat de dealer met zijn hand naar zijn jaszak ging draaide hij zich om en zette het op een lopen. Ik weet niet hoe ik het gedaan heb, maar in een flits gaf ik de teugels aan mijn collega, sprong van mijn paard en zette de achtervolging in. Het ging allemaal nog niet zo heel erg makkelijk. Even voor jullie beeld. Gekleed in een rijbroek met hoge zwarte laarzen. Een dikke trui tegen de kou en daar overheen een heerlijk lange zwarte jas. Een lange zwarte jas tot op mijn enkels. Heerlijk met het koude weer. Iets minder prettig als je een achtervolging in moet zetten. Volgens mij moet het ook een bijzonder gezicht zijn geweest op het moment dat ik mensen in volle vaart passeerde, maar dat even terzijde. De achtervolging ging in volle snelheid de trap, van het metrostation, af. Slalommend tussen de reizigers door over het perron met de lange zwarte jas als een cape wapperend achter mij aan en al stampend op mijn rijlaarzen. Sommige reizigers draaiden zich om hun as om het spektakel te kunnen volgen. Vervolgens aan de andere kant van het perron weer de trap op en het metrostation uit. Ik moet zeggen dat ik me onderweg wel even heb afgevraagd waar ik aan begonnen was, maar als politieman geef je natuurlijk niet op. Heel langzaam begon de dealer verder op mij uit te lopen. Hij op zijn sportschoenen en ik op mijn rijlaarzen. Door een speeltuin en een parkje! Op een gegeven moment zag ik de dealer in de verte bij de voordeur van een huis staan. Bonkend op de deur en hard drukkend op de bel. Ik dacht bij mijzelf: “Nog even! Nog even!” Tenminste als de deur niet zou worden geopend. Ik zette er nog even een tandje bij. De dealer bleef maar omkijken en heel gestaag naderde ik hem. Ik zag en hoorde hem steeds harder op de deur bonken en de deurbel verdween bijna in de deursponning. Nog twee meter! Nee nog één meter. Ik nam een snoekduik en sprong boven op de dealer. Op dat moment opende zich de deur en we belandden op de grond in de deuropening. En daar lagen we . De zwarte jas was als een soort deken over ons heen gedrapeerd. Ik kroop overeind en boeide de dealer. Tijdens het fouilleren werden er diverse gebruikers hoeveelheden verdovende middelen aangetroffen. Mijn achtervolging was gelukkig niet voor niets geweest. Nadat de dealer was afgevoerd ging ik op zoek naar mijn collega. Zij moest nog ergens in de omgeving van het metrostation rondwandelen met twee paarden. En ja, twee paarden waren in dit stadse deel niet moeilijk te vinden. De dealer had een ding geleerd. Dat een ruiter zonder paard ook heel hard kan lopen.