Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
HOEZO RESPECT Op een doordeweekse avond, uiteraard net toen we weer eens zaten te eten, viel er een melding van een reanimatie in een sportcomplex. Een man was tijdens het sporten onwel geworden en werd door een aantal medesporters gereanimeerd. Het sportcomplex lag midden in de stad, dus wij wurmden ons in de avondspits door het verkeer en kwamen uiteindelijk aan bij het sportcomplex. Mijn collega en ik waren, zoals zo vaak, eerder bij de reanimatie dan de ambulance. Niet omdat de collega’s van de ambulance minder hard rijden, maar gewoon omdat zij vaak van verder weg moeten komen. Aangekomen bij de sporthal stond er bij de buitendeur een grote groep jongeren. We pakten nog even snel de spullen, die we dachten nodig te hebben bij de reanimatie, uit de auto. We renden naar de voordeur en kwamen daar de groep jongeren tegen. Zij deden op geen enkele manier moeite om even opzij te stappen en nog minder moeite om ons er door te laten. Na wat duw en trekwerk lukte het ons om binnen te komen. Al vloekend en scheldend renden we in de richting van de sportzaal. In de sportzaal waren andere sporters bezig met het reanimeren van een man. We namen de reanimatie over van de andere sporters. Kort na ons kwamen de collega’s van de ambulance binnen lopen. Ook zij waren zwaar geïrriteerd en liepen nog te schelden en te vloeken. Het hoge woord van een van de broeders kwam er al snel uit. Ook zij waren gehinderd door de groep bij de voordeur. En nog erger! De groep had geprobeerd om de collega, van de ambulance, met het defibrilleerapparaat te laten struikelen. Als dat apparaat was gevallen hadden ze deze niet meer kunnen gebruiken. Samen gingen we aan de slag. Zo heeft iedereen een taak tijdens het reanimeren. De collega’s van de ambulance maakten alles klaar en wij gingen nog even door met de reanimatie. Uit gesprekken die we even hadden met omstanders bleek dat het een sportclub betrof van mensen die al eens eerder waren getroffen door een hartinfarct of een andere hartaandoening. Ook werd bekend dat de vrouw van de man, die werd gereanimeerd, kort geleden was overleden aan een hartafwijking. Het maakte het allemaal nog meer de moeite waard om de man te reanimeren en de reanimatie te laten slagen. Na enige tijd leek de man weer een eigen hartritme te krijgen, maar het was allemaal nog niet echt stabiel. Inmiddels had het slachtoffer al heel wat medicijnen toegediend gekregen van de collega’s van de ambulance. In overleg met de collega’s van de ambulance werd de man snel, maar wel met precisie, op een brancard gelegd en moest de man met spoed naar het ziekenhuis worden gebracht. Wij pakten voor het ambulancepersoneel de koffers in, terwijl zij de man klaar maakten voor het transport. Nadat dit alles was gebeurd ging de man met spoed door de gangen van het sportcomplex naar de uitgang waar de ambulance en onze surveillanceauto stonden. Bij de uitgang stond nog steeds de groep jongeren en zij blokkeerden nog steeds de ingang of zoals je wilt de uitgang. Ook nu werd het weer een hoop duw- en trekwerk. Ook het schelden vanuit de richting van de jongeren was niet van de lucht. Een van de jongens had zelfs het lef om aan de brancard te trekken. Met een ferme duw wisten mijn collega en ik hem weg te krijgen. Er moesten zelfs collega’s bijkomen om te helpen om de jongeren op afstand te houden. Ik ben nog nooit zo verbaasd en boos geweest over het gedrag van jongeren. Ik stond op ontploffen!! Maar ik had andere dingen te doen. Nadat ook alles in de ambulance in orde was gebracht reden wij samen met de ambulance in de richting van het ziekenhuis. Nadat de man in het ziekenhuis was aangekomen, hadden mijn collega en ik even de tijd om van gedachten te wisselen met de collega’s van de ambulance. Met z’n vieren konden we onze kwaadheid niet meer onder stoelen of banken steken en hebben we in de koffiekamer van het ziekenhuis hard zitten schelden en vloeken over het gedrag van de jongeren. Wat nu als het de vader was geweest van een van de jongeren? Hadden ze dan ook zo gereageerd? Wat nu als het een van de vrienden van de jongeren was geweest? Hadden ze ons dan ook zo gehinderd? Ik weet het niet! Ik begrijp dit gedrag niet! Kan iemand mij dit uitleggen? Twee dagen later werd ik samen met mijn collega uitgenodigd om naar het ziekenhuis te komen. Nee, het ging niet over het gedrag van de jongeren. Het ging over de man die we hadden gereanimeerd. Nee, hij was niet overleden. Op het moment dat wij zijn kamer binnenliepen zat hij monter in zijn bed met een hele brede lach op zijn gezicht. Wat een prachtig beeld! In het gesprek haalde de man zijn pyjamashirt omhoog en hij riep: “ Kijk eens wat jullie hebben gedaan.” Ik zag een borst die helemaal bont en blauw was. Ik kon in mijn schaamte maar een ding zeggen: “Eh, sorry.” Ik zag een brede lach op het gezicht van de man verschijnen en ik hoorde dat hij zei: “Geeft niet hoor! Ik ben blij dat ik er nog ben.” We hadden nog even een gesprek en we kwamen op het overlijden van zijn vrouw. Ik vroeg de man of hij het niet beter had gevonden als hij was overleden. De man keek mij een beetje verbaasd aan en ik hoorde hem zeggen: “Nee, het leven hier is nog te mooi en ik denk dat ze het goed vindt als ik hier nog even blijf.” We hebben nog een tijdje zitten praten met de man en ik heb hem bij het weggaan een lang en goed leven toegewenst. Ik heb in mijn carrière heel veel keren gereanimeerd, maar deze man was de eerste die het heeft overleefd. Nu ligt dit waarschijnlijk niet aan mijn manier van reanimeren, maar gewoon in het feit dat de mannen, die met het slachtoffer aan het sporten waren, direct waren begonnen met het reanimeren. Hoe eerder er wordt begonnen met het reanimeren, hoe beter het is. Eigenlijk zou iedereen in Nederland moeten kunnen reanimeren. Later begreep ik van collega’s dat de jongeren zich zo hadden gedragen, omdat wij geen respect hadden getoond in hun richting. HOEZO RESPECT!