Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
EVEN SNOEPJES HALEN Daar lag ze, haar blonde haren lagen stil. Een klein stukje verderop lag haar step. Een opengescheurd zakje op het zebrapad. Overal op het wegdek lagen snoepjes in allerlei kleurtjes en vormen. Wat een mooie dag had moeten worden eindigde abrupt op die zomerdag. Het was een mooie warme, wat broeierige, zomerdag. Mannen en vrouwen liepen in luchtige kleding. Iedereen genoot van het geweldige zomerweer. Mijn collega en ik werkten in onze donkerblauwe dienstbroek en overhemd met korte mouwen en ik kan u verzekeren dat dat niet altijd fijn was in dergelijke weersomstandigheden. Op deze dag kregen mijn collega en ik de melding van een aanrijding met letsel. Soms wist je niet welk letsel iemand had opgelopen. Het kon een geschaafde knie zijn omdat iemand van de fiets was gevallen en dan hoefde je vaak alleen maar een pleister te plakken. In andere gevallen ging het om bijvoorbeeld een motorrijder die zo zwaar gewond was dat er voor zijn of haar leven moest worden gevreesd. Met optische en geluidssignalen reden we naar de plek van het ongeval. Een doorgaande straat in de richting van een aantal winkels. Een wijk met veel jonge gezinnen en veel levendigheid op straat. In de straat waren een aantal voetgangersoversteekplaatsen (in de volksmond ook wel zebrapaden genoemd) Op het moment dat wij de plek van het ongeval naderden zag ik een auto staan. Een lichtkleurige middenklasser stond net na een van de zebrapaden stil met zijn neus in de richting van de winkels. We zetten onze politieauto stil, stapten uit en liepen rustig in de richting van de lichtkleurige auto. Terwijl ik er heen liep zag ik dat er een stepje aan de zijkant op het zebrapad lag. Direct ging de vraag door mijn hoofd: “Van wie is dat stepje?” Ik liep verder en zag op het wegdek allerlei gekleurde snoepjes liggen en een opengescheurd plasticzakje. Met lood in mijn schoenen liep ik verder. Ik liep verder en daar lag ze. Een meisje zomers gekleed. Ze lag roerloos, haar ogen gesloten en haar blonde haren lagen stil om haar hoofd. Even verderop zat een man op de grond, zijn hoofd gebogen en met de handen voor zijn ogen. De collega’s van de ambulance waren snel ter plaatse. Zij ontfermden zich over het kleine meisje en deden wat ze konden. Wat ik nooit zal vergeten is de schreeuw! De ijselijke schreeuw van de moeder van het meisje die op de plek van de aanrijding arriveerde. De moeder vond het allemaal lang duren voordat haar dochter naar huis kwam en was op onderzoek uitgegaan. Ook de sirenes stelden haar niet gerust. Heel langzaam werd ook duidelijk wat er was gebeurd……. Voor het eerst in haar leven mocht het meisje zelf snoepjes gaan halen bij een winkelcentrum dat een stukje verder van haar woning lag. Ze had de route zo vaak met haar moeder gelopen en gefietst en vandaag mocht ze voor het eerst alleen. Trots was het meisje en stepte weg. Uitgezwaaid door haar moeder. Die had nog even geroepen: “Doe je voorzichtig!” Het meisje had geleerd altijd over te steken bij een zebrapad en goed naar links en rechts te kijken of er geen auto aankwam. Zo stepte ze naar de winkel en haalde een zak snoep. Waarschijnlijk vol trots stepte ze terug en gekomen bij het zebrapad, op weg naar huis, keek ze links en rechts en stak over. De automobilist die op dat moment het zebrapad naderde werd door de zon verblind en zag het meisje met de step over het hoofd. Wat volgde was een klap en een gil. Het meisje werd weggeslingerd en belandde met haar hoofd op de rand van het trottoir. En daar lag ze stil en roerloos….. Voor het meisje hebben we niets meer kunnen betekenen. Hoe goed we ook ons best hebben gedaan. Wat een mooie prachtige zomerdag was eindigde triest. Een paar keer per jaar passeer ik het zebrapad en soms moet ik even denken aan het kleine blonde meisje met haar step en haar snoepjes.