Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
EVEN NIET....

Daar stond hij in het donker en hard zwaaiend met zijn armen. Tierend en schoppend tegen een vuilnisbak op de straat. Mensen keken hem verbaasd aan.  Zijn vriendin probeerde hem te bedaren, maar hoe meer zij tegen hem zei hoe bozer hij werd.  Wat een bullebak!

 

Even daarvoor hadden wij de melding gekregen van een vechtpartij in een straat in de wijk. Buren hadden gebeld dat een man op straat ruzie stond te maken met een vrouw. Hij sloeg met zijn vuisten tegen de deur van een portiek. Op het moment dat wij aankwamen stond hij nog steeds te tieren en te zwaaien met zijn armen. Boos was hij! Laaiend! We probeerden een gesprek met hem aan te knopen, maar er was geen enkele redelijkheid bij hem te bekennen. Ook zijn vriendin deed haar best om hem rustig te krijgen, maar zonder enig succes. Het leek erop dat hij hierdoor alleen maar kwader werd. Soms helpt het dan om de partijen even te scheiden. Mijn maatje ging met de vriendin van de man in gesprek en ik probeerde de man zelf te bereiken.

 

Heel langzaam werd de man rustiger. Met een rood hoofd en hard pratend begon de man te vertellen. Hard zwaaiend met zijn armen en nog steeds hard pratend probeerde hij zijn verhaal te doen. Hoe meer hij vertelde, hoe rustiger hij werd. Hij vertelde dat hij ruzie had gekregen met de vader van zijn vriendin en dat het nogal hoog was opgelopen. Hij was uiteindelijk de woning uit gegaan en had deur met een smak dicht gegooid. Buiten had de eerste de beste vuilnisbak het moeten ontgelden. Die vuilnisbak was aardig ontzet door een trap die de man er tegen had gegeven.

 

De man werd langzaam wat rustiger en ik kon hem wat vragen stellen. Hij begon te vertellen…. Een aantal jaar geleden reed zijn toenmalige vrouw op een provinciale weg samen met zijn twee kinderen. Door onbekende reden kwam zijn vrouw op de verkeerde weghelft terecht en botste frontaal op een vrachtauto. De gevolgen waren dramatisch. Zijn vrouw en een van zijn kinderen waren op slag dood. Het andere kind was zwaar gewond. Ik kende het verhaal, want collega's van mijn toenmalige bureau waren betrokken geweest bij deze aanrijding. Een aanrijding met veel impact. Nu jaren later stond ik tegenover deze man en wat moet je zeggen. Ik legde de man uit dat ik het incident kende. Terwijl we verder in gesprek raakte noteerde ik, vanaf zijn rijbewijs, zijn naam in mijn boekje. Ik vroeg hem waarom hij nu zo boos was. De man keek mij aan en ik zag de tranen over zijn wangen lopen. Ik hoorde hem heel zacht en snikkend zeggen: “En vandaag…. Vandaag heb ik mijn andere zoon begraven. En nu heb ik niets meer! En niemand begrijpt me! Ze snappen er geen hol van!”

 

Ik deed mijn boekje dicht. Ik was wel even klaar met noteren. Ik keek de man aan en zei: “Gecondoleerd. Ik weet even niet wat ik moet zeggen.” Daarna raakten we toch nog een tijdje in gesprek. En uiteindelijk namen we afscheid. Ik wenste de man heel veel sterkte in de komende periode.

 

Ik heb het incident wel in het politiesysteem gezet, maar met de vernieling van de vuilnisbak hebben we nooit iets gedaan.

 

Deze man had wel even iets anders aan zijn hoofd. En dat was even niet die vuilnisbak.