Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
MIJN ENGELBEWAARDER In de tijd dat ik werkte in een van de drukste wijken van Nederland kwam ik veel in aanraking met junks, hoeren en zwervers. Voor mij was het de normaalste zaak van de wereld dat ik met deze mensen omging. Vaak vinden mensen ze vreemd, stinken of eng. De meeste junks, hoeren en zwervers kende ik bij hun voornaam, achternaam en bijnaam. Ik kende ze in al hun facetten. Regelmatig was ik met ze in gesprek op de tippelzone in mijn wijk of in een van de panden waar zij hun toevlucht zochten. Soms waren de gesprekken hard en zakelijk, omdat zij zich schuldig hadden gemaakt aan strafbare feiten. Soms waren de gesprekken persoonlijk en ging het over gewone zaken. Over vroeger en hoe ze in deze situatie terecht waren gekomen. Soms zat ik op de bank op de tippelzone. Met mijn voeten op het zitgedeelte en met mijn billen bovenop de rugleuning. Zeker op mooie zonnige avonden waren het aangename gesprekken. Gewoon omdat het kon! Zo ontstond er met velen een band, een bijzondere band. Tijdens een van mijn diensten, als wachtcommandant, werd ik in een van de cellen geconfronteerd met een hoertje. Ik kende haar en ik kende haar verhaal. Ik wist waar ze vandaan kwam en wat haar achtergrond was. Ik had op straat en in de cel regelmatig met haar gesproken. Vaak ging ik even naar de junks, hoeren en de zwervers in de cel toe. Gewoon omdat ik wilde weten waarom ze in de cel zaten. Vaak was het gewoon even een gesprek van mens tot mens. Zo ook met dit hoertje. Ik zag de dikke tranen bij haar op de wangen. Nu was ik daar niet meer van onder de indruk, want deze tranen had ik al vaker gezien. Vaak zijn het tranen van boosheid of onmacht. Boosheid omdat ze weer eens in de cel zat en onmacht omdat zij niets aan deze situatie kon veranderen. Ze vertelde dat ze weer eens aan het tippelen was geweest buiten de tippelzone. Niet handig!! Ze had dat gedaan omdat ze geld nodig had om te scoren. Met scoren bedoelde ze dat ze drugs nodig had. Uiteindelijk was ze door mijn collega’s overgebracht naar het bureau. Ik vroeg haar of ze iets wilde drinken. En uiteraard wilde ze dat wel. Ik hoorde haar zeggen: “Ja, graag! Koffie! Met zes zakjes suiker en vier zakjes melk! Lekker!” Nu zult u denken! Brrrr! Maar voor een verslaafde is dit een normale hoeveelheid. Ik ging de koffie halen en nam voor mijzelf ook koffie mee! Ik ben naast haar gaan zitten en we hebben een tijdje zitten bomen over de zin van het leven. Gewoon omdat dat kon! Na een tijdje ben ik opgestaan en ging ik verder met mijn werk. Net voor ik de deur van de ophoudkamer wilde sluiten riep ze me terug. Het was duidelijk dat ze nog iets wilde zeggen. Ik denk dat wat ze toen tegen mij heeft gezegd een van de mooiste complimenten was die ik, tijdens mijn werk, heb gekregen. Ik hoorde haar zeggen: “Jij bent mijn engelbewaarder.” Ik vroeg haar wat ze daarmee bedoelde? Haar antwoordt was duidelijk: “Als ik iets verkeerds doe dan krijg ik een ongelooflijke schop onder mijn hol en een hele lange preek. Maar jij komt ook een praatje maken en vragen hoe het is. En daarom ben jij mijn engelbewaarder! Ik heb haar bedankt voor deze mooie woorden, ik sloot de deur en ben verder gegaan met mijn werk. En toch… toch ben ik deze woorden nooit vergeten. Ik heb deze mooie woorden in mijn hart gesloten en soms denk ik terug aan deze woorden en het mooie compliment uit onverwachte hoek.