Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
ZO! DIE HEB JE VAN MIJ! In de begintijd van mijn politieloopbaan werkte ik als jonge politieman in een stad in het centrum van Nederland. In een prachtig oud bureau met marmeren trappen en de balie van de wachtcommandant was van prachtig oud hout met een glazen schuifraam erop. Als je op die balie leunde, dan kraakte hij altijd een beetje. Ook de wijk was een oude buurt met statige panden aan de gracht van ver voor mijn tijd en daar tussendoor volkse wijkjes, waar in een behoorlijk stadsdialect werd gesproken. Juist in deze laatste wijken was het, zeker in de zomermaanden, vaak een drukte van belang op straat. De kinderen speelden buiten en de ouders zaten op het trappetje van het portiek of op een stoeltje voor de deur. Een wijk waar je de taal van de bewoners moest kennen en zeker ook zo af en toe moest spreken. Regelmatig stonden er auto's op het trottoir geparkeerd en daar werden de bewoners dan ook op aangesproken. De eerste keer dat ik een van de bewoners aansprak deed ik dat op de door mij aangeleerde altijd keurige en correcte wijze: “Meneer, zou u zo vriendelijk willen zijn om uw voertuig van het trottoir te verwijderen?” Ik zag de man verbaasd op kijken en ik hoorde hem zeggen: “Zeg jochie, kun jij niet normaal praten?” Hier op keek ik hem aan en vroeg hem: “Hoe zou u het dan zeggen?” Op zijn gezicht verscheen een lach en ik hoorde hem zeggen: “Nou gewoon… of ik mijn auto als de donder van de stoep wil halen.” Hij voegde daaraan toe: “Jij praat te netjes en dat snappen we hier niet!” Ik bedankte hem voor zijn wijze les. Hij stapte in zijn auto, stak zijn duim op en parkeerde zijn auto in een parkeervak. We staken nog even de hand op naar elkaar en ik reed de straat uit. Enige dagen later moest ik voor een melding terug naar diezelfde wijk. Een buurtbewoner had gebeld dat een man in de straat een kind (een jongen van een jaar of twaalf) had geslagen. Hierdoor was er nu veel commotie op straat. De jongen stond te blèren en te schreeuwen op straat en steeds meer buurtbewoners gingen zich er mee bemoeien. De een was voor en de ander was tegen de actie van de man. Nu wist ik wel dat het in deze wijken soms hoog op kan lopen en dat het vaak te maken had met de jochies van de straat. En met jochies bedoel ik ook gewoon de oudere mannen. Op het moment dat mijn maatje en ik de straat in kwamen rijden, stonden er veel mensen en werd er driftig met armen gezwaaid en stevig gescholden. Iedereen had natuurlijk wel een mening. We gingen met de man die had geslagen en de jongen die de tik had gekregen in gesprek. Al snel bleek dat het jochie de ruit van de buurman (dat was de man de had geslagen) had ingegooid. Gewoon een steen opgeraapt en tegen de ruit van de voordeur gegooid. En ja… daar was de ruit niet echt op berekend. De buurman was woest, kon zich even niet beheersen en had in zijn boosheid uitgehaald naar het jochie. Met een beetje spijt moest de buurman wel bekennen dat het niet handig was geweest om eigen rechter te spelen. En zo snel als de emoties in dit soort wijken oplaaiden, werd het ook snel weer rustig en droop iedereen ook gewoon weer af. We liepen een paar huizen verder en wandelden de tuin van de jongen in. De vader van de jongen kwam wat geïrriteerd uit zijn huis lopen en vroeg waarom zijn zoon door ons werd thuis gebracht. We legden hem uit wat er was gebeurd. Daarna vroegen we de vader of hij aangifte wilde doen van mishandeling van zijn zoon door de buurman. De vader keek ons een beetje verbaasd aan en zei: “Waarom moet ik aangifte doen? Hij heeft met zijn klauwen van andermans spullen af te blijven! En die slag voor zijn kop heeft hij gewoon verdient en was blijkbaar nog te zacht, want ik zie hem namelijk niet jenken!” De vader vervolgde zijn betoog, al wijzend naar zijn zoon: “De schade ga ik wel met de buurman regelen en dat komt uit jouw spaarpot.” Op het moment dat wij weg wilden lopen zagen we dat de vader zijn hand ophief en de jongen een verschrikkelijke draai om zijn oren gaf. We hoorden de vader roepen: “Zo en deze knal is van mij! En nu naar binnen!” En nu niet direct roepen dat we de vader aan hadden moeten houden voor kindermishandeling, want een corrigerende tik was, in die tijd, heel normaal en daar hoorde je niemand over klagen. Deze vader nam zijn verantwoordelijkheid en misschien moeten we daar, tegenwoordig, eens een voorbeeld aan nemen. Een corrigerende tik is misschien niet meer van deze tijd, maar het nemen van je verantwoordelijk als ouders zou normaal moeten zijn.