Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
ZITTEN OP DE BODEMPLAAT Daar zit ik samen met een collega op de bodemplaat van de dienstauto. Even stromen de tranen over onze wangen. We kijken elkaar aan en ik roep: “Wat hebben we soms een klote job.” Ik leg mijn hoofd even achterover tegen de wand van de bus en ik zie mijn collega met haar hoofd in haar handen zitten. We kijken elkaar even aan en we hoeven niets te zeggen. We begrijpen elkaar ook zonder woorden. Even daarvoor krijgen wij een melding van een vechtpartij in een woning. Buurtbewoners hebben gebeld over geschreeuw en gegil dat vanuit een woning komt. We gaan ter plaatse en zien dat de voordeur van de woning openstaat. Zoals gebruikelijk is roepen we bij de voordeur met luide stem: “Politie! Politie!” Hierna stappen we naar binnen. In de gang ligt op de grond overal bloed, ook op de muren zien we vegen van handen gemaakt met bloed. In de huiskamer horen we iemand roepen: “Kom…. Kom!” Samen met mijn collega lopen we door naar de woonkamer. In de woonkamer ligt een vrouw badend in het bloed. Ze lijkt te zijn gestoken. Verder zit naast haar een andere vrouw. Dit blijkt de buurvrouw te zijn. Op de bank zit een klein meisje. Bang, stil en weggedoken. Alles, maar dan ook alles zit onder het bloed. We gaan op onze knieën naast de vrouw zitten en beginnen met levensreddend handelen en ondertussen vragen we met spoed om een ambulance. Onze handen en kleding zitten onder het bloed. We proberen de bloedingen van de snij- en steekwonden op alle mogelijke wijzen te stelpen. Ik zal u de gruwelijke details besparen. Terwijl we bezig zijn proberen we informatie te verzamelen. Ook de toegesnelde collega's proberen bij de buren informatie los te krijgen. Het blijkt dat het ex-vriendje van de vrouw de woning is binnengedrongen en dat zij door hem is neergestoken. De ex is volledig los gegaan. Meer dan twintig steekwonden heeft de vrouw over heel haar lichaam! We doen wat we kunnen! Ook de collega's van de ambulance zijn binnengekomen, zij beginnen direct en proberen de vrouw te stabiliseren. De vrouw wordt met spoed vervoerd naar het ziekenhuis. Het meisje dragen we over aan familie die ook naar de woning is gekomen. In de omgeving wordt door collega's druk gezocht naar de ex-vriend. Hij zou vermoedelijk nog in de buurt moeten zijn. Hij wordt niet meer aangetroffen in de omgeving, maar we hebben zijn gegevens. We weten wie we zoeken….. Samen met mijn collega loop ik terug naar de politiebus, we trekken onze bebloede rubberen handschoenen uit en reinigen onze handen met ontsmettingsmiddel. We schuiven de deur van onze politiebus even dicht en gaan samen op de bodemplaat van de bus zitten. Even uit het zicht van het publiek. Even rust… De aanblik van de steekwonden, de blik van het meisje op de bank die alles zag en het vechten voor het leven van deze vrouw. Ik leg mijn hoofd even achterover tegen de wand van de bus en ik zie mijn collega met haar hoofd in haar handen zitten. We kijken elkaar even aan en we hoeven niets te zeggen. We begrijpen elkaar ook zonder woorden. Zachtjes fluister ik: “Wat hebben we soms een klote klussen.” Even lucht, heel even maar. We halen diep adem en kijken elkaar opnieuw aan en zeggen: “Kom we moeten verder!” We staan op, ik slik nog even, open de deur en haal buiten nog een keer diep adem. We rijden naar het bureau, waar we onze bevindingen op papier zetten en stappen na een kop koffie weer in de auto. Onze volgende melding staat te wachten. Later die dag meldde de ex-vriend zich aan het bureau en daar werd hij aangehouden en op wonderbaarlijke wijze overleefde de vrouw de aanval op haar leven. Dit soort meldingen gaan mij en mijn collega's niet in de koude kleren zitten, maar soms kunnen we er niet lang over nadenken, omdat daarna een nieuwe melding binnenkomt en we weer gewoon aan het werk gaan.