Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
VERHALEN
ARM SCHAAP Samen met een collega genoot ik, al rijdend door het mooie polderlandschap, van de laatste mooie zomerse zonnestralen van die dag. De ramen van de dienstauto waren open en we genoten van al het moois dat dit deel Nederland ons bood. Op een van de stille polderwegen werd onze aandacht getrokken door wat bewegende struiken en ook klonk er gehijg vanuit diezelfde struiken. Een geluid dat we niet thuis konden brengen. Nadat mijn collega de auto stil had gezet, stapten we uit en gingen op onderzoek uit. Het duurde niet lang voordat we ontdekt hadden waarom het struikje zo stond te hijgen en bewegen. En nee, het was niet wat jullie denken. Het was een schaap! Een schaap dat klem zat tussen de takken van de struiken en eigenlijk niet voor- of achteruit kon. Achteruit ging al helemaal niet meer want daar stonden twee politiemensen. Mijn collega en ik keken elkaar aan met de vraag wat nu!? Hoe krijgen we dat schaap uit het dikke struikgewas. We hadden al geprobeerd om in de struiken te komen en gedeeltelijk was het ons gelukt, maar om het schaap echt te kunnen pakken moesten we nog verder de struiken in en dat ging op deze manier niet lukken. We zouden samen met het schaap muurvast komen te zitten tussen de takken. Oke, dan maar over op een volgende methode! Ik had een andere oplossing verzonnen. Iets minder schaapvriendelijk in de ogen van mijn collega. Ik opende de kofferbak van de politieauto en begon te rommelen in de lades en de bakken. Van alles kwam tevoorschijn: een hamer, schep, gevarendriehoek en nog veel meer. Maar ja, dat was niet wat ik zocht. Uiteindelijk, na nog wat zoeken, vond ik wat ik had bedacht. Een stuk touw! Ik pakte het touw en begon een beetje te knopen. Ik probeerde vakkundig een lasso te maken. Ik liep terug naar de plek waar mijn collega nog steeds het schaap stond te bewaken. Niet dat het daar weg kon, maar toch! Je weet maar nooit. En rennen achter een schaap aan is ook geen pretje. (Ook hier spreek ik uit ervaring) Met mijn touwtje in de aanslag in mijn ene hand en mijn wapenstok in de andere probeerde ik mijn een weg te banen door de takken van het struikgewas. Al hakkend, met mijn wapenstok, kwam ik steeds dichterbij. Ik maakte me klaar om de lasso te werpen. Als een volleerd cowboy wierp ik mijn lasso en….. mis! Bij de tweede worp was het een voltreffer! Maar ja, nu nog een schaap in zijn achteruit krijgen. Ik begon zachtjes aan het touwtje te trekken en tot mijn verbazing kwam er iets van beweging in het schaap. Kleine pasjes achteruit. Inmiddels hadden mijn collega en ik iets meer ruimte gemaakt in het struikgewas waardoor het schaap ruimte kreeg om te draaien. Echt lopen deed het schaap niet en ik probeerde het schaap aan het touwtje voort te trekken. Dat was niet echt een succes. Het schaap stortte zich ter aarde. Hoe ik ook aan het touwtje trok het schaap weigerde op te staan. Uiteindelijk kwam het schaap weer in beweging en wandelden we samen naar het hek van het weiland. Bij het hek tilde ik het schaap op aan zijn vacht en in een vloeiende beweging zwaaide ik het dier over het hek. Ik hoorde mijn collega roepen: “Ah joh, dat is zielig!” Aan de andere kant van het hek zette ik netjes het schaap op zijn vier poten neer, die het op een lopen zette naar zijn vrienden verderop in het weiland. Terwijl ik mijn handen schoonmaakte zei ik tegen mijn collega: “Dat is niet zielig! Daar merkt het schaap niets van. Een schaap heeft een hele dikke vacht!” We stapten in de auto en keken nog even naar het weiland en de zon die zijn laatste stralen over het land liet schijnen. En heel zachtjes hoorde ik mijn collega naast mij mompelen: “En toch, toch vond ik het een arm schaap.”