Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
BLOGS
PTSS/STRESS
REFLECTEREN Ik ben nu bijna een jaar weg bij de politie. Nog altijd kijk ik terug op een hele mooie tijd. Het jaar heeft me ook de mogelijkheid gegeven om te reflecteren. Het reflecteren van mijzelf, mijn signalen, mijn gedrag en mijn misstappen. Maar ook heb ik kunnen reflecteren waar er door de politieorganisatie soms signalen niet zijn herkent en waar het anders had gekund. Vaak zijn dingen onbewust en uit onwetendheid gegaan. Als ik nu terugkijk op de afgelopen jaren. Naar mijn gedrag, had ik dingen kunnen voorkomen en had ik dingen anders moeten doen? Ik denk het niet. Ik heb de dingen gedaan zoals ik dacht dat ik ze moest doen. Zou ik nu dingen anders doen? Ja, ik denk ik wel, zeker door de dingen die ik nu weet. In het begin van mijn carrière verliep alles nog rustig, maar naar mate mijn loopbaan vorderde werd alles heftiger, misschien ook omdat ik zelf meer dingen ging doen en vaak het voortouw nam. Misschien zocht ik het op. Vaak dacht ik niet na bij de dingen die ik zag. Het hoorde toch bij mijn werk. Zelf zat ik in het bedrijfsopvangteam en ik kreeg vaak aangeboden om na een heftig incident met de collega van het bedrijfsopvangteam te spreken. Op een of andere manier sprak ik wel met ze, maar eigenlijk zei ik niets. Ik liet nooit het achterste van mijn tong zien. Gewoon omdat ik vond dat de dingen die ik zag bij mijn werk hoorden. Naarmate mijn carrière vorderde merkte ik dat ik veranderde. Ik werd harder en soms ongenuanceerder. Niets deed mij meer iets. Nu achteraf gezien had ik misschien ergens aan een bel moeten trekken. In mijn laatste jaren in de grote stad werd ik steeds vaker ziek. Had ik veel vaker last van hoofdpijn en andere kleine dingen. Soms kon ik het gewoon niet opbrengen om te gaan werken. Ik werd wispelturiger en kreeg een “korter lontje”. Dit lontje was kort naar mijn directe omgeving, maar ook naar de burgers en mijn leidinggevenden. Met de dingen die ik nu weet, waren dat de eerste tekenen van dat ik ziek begon te worden van de dingen die ik zag en de dingen die ik meemaakte. Ik wilde er echter nog niet aan toegeven en ging gewoon door met werken. Op een gegeven moment kwam ik voor een korte tijd thuis te zitten, gewoon omdat ik het even niet meer trok. Tijdens een gesprek met een leidinggevende werd ik zo kwaad dat ik hem bijna over de tafel trok. De stoom kwam uit mijn oren! Hij maakte de opmerking: “Misschien is het beter dat je weer gaat werken. Dat is beter voor je.” Hoe kon hij dat zeggen. Blijkbaar waren mijn signalen niet goed genoeg. Een paar dagen later ben ik weer aan het werk gegaan. Gewoon mijn werk op straat. Een paar weken later zat ik met hartritmestoornissen in het ziekenhuis. Was dat dan een signaal? Nee, hoor! De dag daarna ging ik gewoon weer aan het werk! Ik was geen watje! Ik merkte steeds meer dat ik soms botste met mijn leidinggevenden, terwijl ik dat in het verleden nooit deed. Tuurlijk! We hadden wel eens een meningsverschil, maar dat was anders. Heel anders! Dit was opstand! Ook merkte ik dat incidenten mij steeds meer begonnen te raken. Persoonlijk! Ik kreeg steeds meer last van incidenten, maar ik deed er niets mee! Ik begon na te denken of ik niet in een andere regio kon gaan werken. Niet omdat ik het politiewerk niet meer leuk vond, maar gewoon andere burgers en andere situaties. Iets meer rust! Nu denk ik wel eens, dat was een vlucht! Een vlucht voor mijn onrust en een vlucht voor mijn gevoel. Misschien hopende dat mijn verandering mij mijn gevoel deed vergeten. Ik veranderde van regio en ging werken in een heel andere omgeving. Een hele rustige omgeving. Nu zou alles veranderen. Dacht ik. Nee dus! Heel zachtjes begon ik ook hier de grip te verliezen. De grip op mijn werk. Nieuwe systemen. Die ik niet begreep. Nieuwe procedures. Die ik niet begreep. Heel zachtjes was ik mijn houvast aan het verliezen. De draad waar ik mij jaren aan had vastgehouden en die mij overeind had gehouden was heel langzaam aan het breken. En niemand zag het. Ook op mijn nieuwe werkplek werd ik vaker ziek met onduidelijke klachten. Ook hier werd mijn opstelling naar burgers anders. Ik kon veel dingen nog verbloemen. Op het werk was ik joviaal, maar thuis vaak niet te genieten. Ik denk dat ze het op het thuisfront misschien wel eerder merkten, maar de signalen van het ziek worden ook niet goed herkenden. Gewoon, omdat ze ook daar niet wisten wat het was. Op een dag ging ik onderuit! En goed onderuit! En niemand wist wat het was. Maar nu weet ik beter! PTSS! Wat een vervelende ziekte! (En nu druk ik mij heel voorzichtig uit) Als ik nu terugkijk heb ik wel signalen gegeven, maar zijn ze niet goed opgepikt. Niet door mijzelf, niet door mijn omgeving, maar ook niet door mijn leidinggevenden of collega’s. Ik kan hier ook niemand de schuld van geven. Ik wijd het aan onbekendheid en onwetendheid. Een opmerking als: “Misschien is het beter dat je gaat werken, dat is goed voor je.” Ontstaat uit onwetendheid. Misschien ook wel uit het feit dat de zaken door moeten gaan en de cijfers van het ziekteverzuim laag moeten blijven. Ook het ziek worden van de incidenten die je meemaakt, was een relatief onbekend fenomeen binnen de politie. Dan had je maar een ander vak moeten kiezen! Is een vaak gehoorde opmerking. Het moet wel heel heftig zijn, pas dan kun je er ziek van worden. Nee hoor een stapeleffect heeft dezelfde gevolgen. Ook een heel heftig enkel incident is voldoende! Maar binnen de politie blijft het raar, raar dat je ziek wordt van je werk. Mijn vraag is altijd. Waarom kunnen “gewone” burgers wel ziek worden van heftige incidenten en politiemensen niet? We zijn toch ook mensen? Voor leiding en politiemensen zelf is het belangrijk om te weten wat PTSS en andere stress-gerelateerde ziekten zijn en welke symptomen ze hebben. Wat is het gedrag van iemand die een stress-gerelateerde ziekte heeft. Ik heb bij mijzelf gemerkt dat niet alle signalen meer bij mij doordrongen. Voor leidinggevenden is het van belang dat men goed op de hoogte is van afwijkend gedrag van politiemensen. Stel de juiste vragen. En stel ze op het juiste moment! Weet wat een politieman of –vrouw heeft meegemaakt, dan weet je soms waar het afwijkende gedrag vandaan komt. Kijk niet altijd als chef naar je personeel, maar kijk ook eens als collega. Door het vroegtijdig herkennen kunnen we vaak in een vroeg stadium tot actie overgaan. Ooit kreeg ik de opmerking tijdens mijn ziekte: “Praat er maar niet over, want anderen worden er ziek van.” Dan heb je het, als leidinggevende, niet goed begrepen. In de gesprekken die ik nu voer met collega’s en leidinggevenden merk ik dat vaak door onwetendheid en verkeerde communicatie er frustratie ontstaat tussen leiding en politiemensen die worden getroffen door een stress-gerelateerde ziekte. De chef begrijp de collega niet en de collega begrijpt de chef niet meer. In veel gevallen eindigt dit in het niet meer communiceren, wat het herstel vaak in de weg staat. Vaak is deze communicatiestoornis een vervelend einde van een goede verstandhouding. Ik heb geleerd van mijn ziek zijn. Hoe groot of sterk je ook bent. Wat je ook hebt meegemaakt. Veel of weinig. Je kunt ziek worden van je politiewerk. Ook zie ik dat door de lezingen, maar ook door mijn verhalen en de blogs op mijn site de onwetendheid en onbekendheid over een stress-gerelateerde ziekte voor een deel is weggenomen. En niet alleen door mijn site, maar ook door verhalen van anderen. Ook binnen de politieorganisatie zelf zie ik veranderingen. Het is een begin. Ik zie het als een kind dat begint te lopen en nog onzekere en kleine stapjes zet. Hoe meer er bekend wordt over stress-gerelateerde ziekten binnen de politieorganisatie, hoe beter het zal gaan en hierdoor kunnen we sneller reageren op uitval. Hier zijn we allemaal mee geholpen. Ik heb in de afgelopen jaren veel geleerd. Heel veel over mijzelf en veel over de politieorganisatie. Nu is er nog veel werk aan de winkel.