Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
BLOGS
PTSS/STRESS
OM GRENZEN TE VERLEGGEN MOET JE BERGEN OVER WINNEN
Daar sta ik. Uitgeput, hijgend en vloekend in mijzelf onder aan de trapjes, die van de gletsjer teruggaan naar het station op de Mer de Glace. Teleurgesteld in mezelf, teleurgesteld omdat ik mijn groep ophoud en teleurgesteld omdat mijn conditie mij in de steek laat. Maar opgeven is geen optie, ook al gaat het soms door mijn hoofd. We moeten de trein, die ons weer naar het dal brengt, halen! Liggen hier mijn grenzen? Ben ik hier over mijn grenzen heen gegaan? Leer ik hier ook mijn grenzen opnieuw kennen? Ongeveer een jaar geleden werd ik, naar aanleiding van een voorstel van een collega, gevraagd of ik mijn medewerking wilde verlenen aan een bijzonder pilot project. Een project van erkenning, veranderingen, uitdagingen en overwinningen. Het project was bedoeld voor collega's die in actieve dienst waren bij de politieorganisatie en een erkenning hadden van de beroepsziekte PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis). Door Politie-Expeditie werd een expeditie voorbereid voor een beklimming van de Mont Blanc (Fr). De expeditie werd mogelijk gemaakt door de Nationale Politie. Op het moment dat ik aan het project begon wist ik niet waar ik zou eindigen. Voor mij was het wel duidelijk dat ik niet mee zou gaan naar de top van de Mont Blanc. Niet omdat ik dat niet zou mogen, maar omdat ik voor mijzelf de zaken duidelijk gescheiden en zuiver wilde houden. Het werd ook voor mij een bijzondere ervaring. Er werden twaalf collega's geselecteerd vanuit diverse eenheden en negen maanden lang werd er door deze collega's getraind, gebikkeld en grenzen verlegd. En naarmate de tijd van de beklimming naderde nam de spanning toe. Wat staat me te wachten, waar komen we terecht en hoe gaan de komende dagen lopen? En voor mijzelf is het duidelijk. Ik zal de top van de Mont Blanc niet halen. Daarvoor ga ik niet mee. Ik ben er voor de collega's, de foto's en het is ondertussen ook wel mijn groep geworden. De collega's slapen in een chalet en ik…… ik heb het mooiste plekje van Europa. Ik slaap in mijn tent aan de voet van het Mont Blanc-massief. Iedere ochtend wakker worden en kijken naar de berg. De berg waar de collega's naar toe gaan. De berg die zo mooi is, maar ook zo zwaar.
In een van de eerste dagen is de training op de Mer de Glace. Een gletsjer op zo'n 1900 meter hoogte. Het is de bedoeling om hier te trainen met de stijgijzers. Het wennen aan het gevoel van lopen en dalen over ijs. Na een rit met de trein sta ik bovenaan de wand en geniet ik van het uitzicht op de gletsjer. Wat een geweldig gezicht. Na een korte wandeling sta ik echt aan de rand van de wand en kijk naar beneden. Met een touw word ik verbonden aan een aantal leden van groep 1. Met een iets te zware rugzak zet ik mijn eerste stappen op de trappetjes naar beneden. Een lange weg te gaan. Ik merk dat ik op de trappen soms wat uit balans ben door mijn rugzak. Misschien toch een verkeerde keus gemaakt in het meenemen van mijn materiaal? Maar ik wil niet zeuren! We moeten verder! Langzaam gaan we verder naar beneden en uiteindelijk zetten we onze voeten op de rotsen en het ijs van de gletsjer. Ik wandel verder en langzaam begin ik het gevoel in mijn voeten kwijt te raken. Mijn schoenen zitten iets te strak. Ik wil niet klagen en loop verder. Ik wil niemand ophouden. Nadat ik twee keer ben gestruikeld over mijn eigen voeten, haal ik op aanwijzing van de gids mijn zolen uit mijn schoenen. Het geeft verlichting en iets meer ruimte. Ik merk dat ik niet de snelste ben en dat mijn conditie me in de steek laat. Maar opgeven is voor mij geen optie. Opgeven is geen optie! Ik hoor het mezelf nog zeggen! Opgeven doe ik pas als ik verslagen ben. Met een verhoogde hartslag en ademhaling loop ik verder. Ik probeer het onder controle te krijgen, maar hoe lastig is dat. In de pauze maak ik een keuze…. een keuze met misschien wel tegenzin. Ik ga niet verder mee klimmen, ik ga foto's maken van de groep. Ik zie collega's op de gletsjer hun grenzen opzoeken, ik zie ze dingen doen waarvan zij nooit hadden verwacht dat zij ze zouden doen, ik zie een grote lach bij collega's en ik zie tranen. Ik kijk vanaf een afstand en het doet veel met me. Aan het eind van de middag lopen we terug van de Gletsjer naar de wand richting het station. Ik sjok achteraan en probeer het tempo van de collega's bij te houden! Het tempo ligt hoog. Ik voel de emoties door mijn lichaam gieren. Boosheid en verdriet wisselen elkaar af. De boosheid over mijzelf en het gevoel dat ik de groep aan het ophouden ben en verdriet door de emotie die ik heb gezien. Ik wil nog zoveel tegen de collega's zeggen… ik wil nog zoveel zeggen……. En daar sta ik onderaan de trappetjes naar boven. Ik kijk omhoog en ik vloek. Maar opgeven hier is geen optie! Opgeven is voor mij nooit een optie. Ik begin aan de klim. Voor mij klimt de gids en achter mij twee collega's. Ik voel het touw van de gids aan me trekken en besef dat ik moet klimmen. Klimmen de lange weg naar boven. Een weg soms zonder adem en het besef dat ik mijn collega's vertraag. In mijn achterhoofd wetend, dat wanneer we het treintje missen, we naar beneden moeten lopen. Voor mijn gevoel sleep ik me naar boven. Hier loop ik letterlijk op mijn grens. Ik bereik de top en sleep me naar het station. Althans voor mij voelt het als slepen. Ik plof neer op een vlonder en ben op….. Ik geloof niet dat ik nog veel heb gezegd, ook niet op weg naar beneden. Op weg naar mijn tent. Eindelijk even alleen…… Even alleen onder de douche en alleen met mijn emoties en pijn! De plek waar mijn tranen even samenkomen met het warme water van de douche. Die avond, in mijn tent, lig ik nog een poos wakker en denk aan het gevoel van mijn falen, want zo voelt het voor mij wel een beetje. Is dit een gevolg van mijn PTSS? Nee, ik besef me dat dit gewoon een menselijke reactie is. Terwijl de regen op de tent tikt doe ik mijn lampje uit, trek mijn slaapzak dicht, een warme deken over me heen en val in slaap. Vandaag ik heb ik mijn grens verlegd, maar de berg heb ik vandaag niet overwonnen De volgende dag vertrekt de groep richting de Gran Paradiso. Ik blijf samen met een van de begeleiders van Stichting De Basis achter in het chalet. We zwaaien de groep uit en wensen ze een goede en veilige weg naar de top. Via een klim van ongeveer twee uur bereiken ze de hut Refugio Emanuel II op een hoogte van 2732 meter om de dag daarna door te gaan naar de top van de Gran Paradiso op 4061 meter. Na onze zware inspanning van de dag ervoor zoeken de begeleider van De Basis en ik even de rust. Met een kabelbaan naar een plek waar we uitzicht hebben op het Mont Blanc Massief. We zitten daar een poos, we kijken en verwonderen ons! Wat een berg! Wat een klus. Wat een uitdaging.
Door weersomstandigheden wordt het voor team 1 onmogelijk om de top van de Gran Paradiso te bereiken. Hoe ga je om met deze teleurstelling? Door de begeleiders van De Basis wordt hier goed en mooi op ingespeeld. Ruimte voor emoties mag er altijd zijn ook al is dat soms heel lastig. In de dagen erna wordt naar een alternatief programma gezocht. Ook het behalen van de top van de Mont Blanc blijkt even geen optie. Hoeveel tegenvallers kun je hebben? Hoeveel…..? Maar we blijken toch allemaal veerkracht te hebben, meer dan we soms denken. Inmiddels zijn ook de collega's van team 2 in het chalet gearriveerd. Ook zij beginnen met het afwerken van hun schema. Ook zij vertrekken naar de Mer de Glace en daar kunnen zij door de weersomstandigheden niet trainen met de stijgijzers. We kunnen soms veel regisseren, maar het beïnvloeden van de natuurlijke elementen dat lukt nog niet. Ook voor mij komt dan het moment dat ik mee mag naar de Refugio Emanuel II, de aanloop naar de Gran Paradiso. Maar onmiddellijk gaan de vragen door mijn hoofd. Kan ik het wel gezien mijn conditie op de Mer de Glace? Wil ik het wel? Gaan de gidsen ermee akkoord? Ik wil de groep niet ophouden bij hun uitdaging. Het is niet mijn tocht, maar hun tocht naar boven. Ik wil geen blok aan het been zijn. Ik heb mijn twijfels. Ik ga het in ieder geval proberen. Ik krijg de opdracht om te kiezen. Wat neem ik mee aan materiaal? Mijn rugzak wordt gewogen door een van de gidsen. Zijn korte reactie is: “Dit is een rugzak voor meisjes”. Ik kan een glimlach op mijn gezicht even niet bedwingen. Dan maar een rugzak voor meisjes! De Gran Paradiso ligt in Italië en het is een kleine anderhalf uur rijden door een werkelijk geweldig landschap. We parkeren de auto's aan het einde van een lange weg op een grote parkeerplaats. Langzaam begin ik aan de wandeling naar boven. Onder begeleiding van een van de expeditieleiders van politie-expeditie vertrekken we eerder dan de groep. Stap voor stap. Voetje voor voetje. Geen haast en natuurlijk gaan mijn ademhaling en hartslag omhoog. Het regent en er staat een stevige wind. Soms een klap onweer, maar wat een geweldige tocht naar boven. Nog even….. Nog een bocht en daar is de hut prachtig gelegen aan een waterbassin. Tussen de bergen. De wolken trekken vanuit het dal de berg op. Ik word er stil van. In iets meer dan twee uur ben ik naar boven gewandeld. En niet veel later arriveren ook de leden van team 2. Als eerste zie ik de kleurrijke paraplu van een van de gidsen verschijnen. Op zijn gemak wandelt hij de berg op. Bijna huppelend. Gevolgd door de leden van team 2. Nu spullen afhangen, even ontspannen, eten en de avondbriefing voor morgenochtend vroeg. Ga er in deze hut niet vanuit dat er enige luxe is, want die is er niet. De hut is herbouwd in 1954 en volgens mij is er na die tijd weinig veranderd. Slapen doe je in een stapelbed met minimaal 4 personen op een kamer. Mocht je 's nachts in het bovenste bed wakker worden moet je niet direct omhoog komen, want de ruimte is zo krap dat je direct weer plat ligt, nadat je eerst met je hoofd de balken van het plafond hebt geraakt. Slapen doe je onder drie wollen paardendekens. Nou ja…. als je al kunt slapen, want rond 04.00 uur wordt het ontbijt geserveerd. Om 05.00 uur vertrekt de groep. Het is donker en koud. Buiten op de planken zit bevroren dauw. Ze maken zich klaar en dan vertrekken ze. Ik kijk ze na en zie hoe hun lampjes verdwijnen in het donker tussen de rotsen. Het wordt stil in de hut. Ik duik nog even in mijn stapelbed, trek de dekens over me heen en probeer nog even te slapen. Als ik wakker word staat de eerste collega van onze groep alweer achter me. Ik kijk verbaasd en vraag: “Waarom ben je terug?” Zijn antwoordt is duidelijk: “Ik heb last van hoogteziekte!” Hij duikt in zijn bed, we praten nog even en ik laat hem. Hij valt in slaap en zachtjes verdwijn ik uit de kamer. Beneden bestel ik een kop cappuccino en ga buiten genieten van de koude ochtendlucht. Wat een stilte, wat een ruimte en weer komt mijn emotie boven. Niet van verdriet, maar het trotse en dankbare gevoel dat het me gegund is om deel uit te mogen maken van deze expeditie. Na enige tijd zie ik drie gestalten van de berg komen. Niet wetend dat het drie leden van onze groep zijn. Naarmate ze naderen ga ik ze herkennen. Het is een van de leden van team 2, een van de begeleiders en een van de gidsen. De collega en de begeleider van De Basis hebben om gezondheidsredenen de keus gemaakt om terug te keren en het is goed om te horen dat ze voor hun gevoel een juiste keuze hebben gemaakt. Ook de andere collega is wakker geworden, we pakken een bak koffie en thee en we gaan in de zon zitten. Een tijd later zien we 4 collega's de berg afdalen. Klauterend over de rotsblokken. Verbeten gezichten en toch ook ergens een grijns op het gezicht. Ze hebben het gehaald. De top van de Gran Paradiso is bereikt. Kort achter de vier komen twee gidsen en nog een collega naar beneden. Een gezicht verbeten van de pijn. Soms liggen vreugde en pijn maar een paar meter uit elkaar. Sommige collega's eten nog iets en we verzamelen onze spullen, want we moeten nog dalen. Dalen naar het dal waar onze auto's staan. Een tocht naar beneden over bochtige bergpaden en mooie vergezichten, maar ook voor sommigen een tocht met pijn. We rijden terug naar het chalet in Chamonix en beseffen ons de tegenstelling die we tegen komen in het chalet. Een groep die de top van de Gran Paradiso haalt en een andere groep waarbij alles lijkt tegen te zitten. Ik kan me heel goed voorstellen dat dit heel lastig is voor iedereen. De dag dat team 1 gaat vertrekken breekt aan. En weet je, dat geeft toch een raar gevoel! Ze horen erbij, maar het vertrek is voor mij wel tegenstrijdig. Althans zo voelt het. We nemen afscheid met een hand of een omhelzing. Iedereen stapt in de bus en langzaam rijden ze het pad af. Een bocht naar rechts en ze verdwijnen uit het zicht. Ik loop stil naar binnen. En het voelt vreemd. We besluiten afleiding te zoeken. Samen met een viertal collega's vertrek ik richting de Aiguille du Midi op een hoogte van 3842 meter. Vanuit hier hebben we een prachtig uitzicht op de top van de Mont Blanc. Het is koud boven en soms sneeuwt het licht. Om een beetje warmte te vinden zoeken we de beschutting van het restaurant op. We drinken een kop koffie en nemen een befaamde Franse maccaron. Geloof me als ik zeg dat we daar in een soort wegrestaurant zitten, maar de prijs van de koffie en maccarons hetzelfde zijn als die in een vijf sterren restaurant. Gewoon de hoofdprijs. Een van de collega's is een redacteur van de afdeling communicatie die voor ons de expeditie vastlegt. Op een hoogte van 3842 meter vindt er een bijzonder gesprek plaats. Een gesprek dat ik in ieder geval nooit zal vergeten. Tijdens het gesprek worden er gevoelens gedeeld en vloeien er tranen. Het maakt niet uit wie er om ons heen zitten. Het bijzondere is dat ook niemand, in het restaurant, op een of andere manier ook maar een opmerking maakt. Terwijl het restaurant toch erg vol zit. Voor mij is een van de meest bijzondere momenten de beslissing van een van de collega's. Zij zet daar een van haar grootste angsten aan de kant. Waarom? Omdat er vertrouwen is. Ik ben trots op haar! Maar ook op de andere collega's die het vertrouwen en hun emoties daar met elkaar delen. In een soort van rust en stilte keren we terug naar het dal en terug naar het chalet. Dan breken de laatste dagen aan. De dagen dat team 2 gaat proberen om de top van de Mont Blanc te halen. Door een blessure is een collega genoodzaakt achter te blijven en hij zal geen toppoging wagen. Zo vertrekken de overgebleven collega's met hun gidsen in de richting van de eerste hut. Op weg naar de top! Ik zie ze vertrekken door het poortje van de kabelbaan en ik zie de gondel langzaam verdwijnen tussen de bomen en achter de bergen. Ik blijf achter met de collega en bij een kroegje, bij de kabelbaan, drinken we een kop koffie en we praten een poos over de dingen die hem bezighouden. Nadat we onze laatste slok van de koffie hebben genomen rijden we terug naar het chalet. Ik zoek de rust van mijn tent even op. Ik moet even de dingen van de afgelopen dagen laten zakken. Ik plof neer op een stoel bij mijn tent, pak een bak koffie, en kijk naar de berg. De berg die mij het afgelopen jaar heeft bezig gehouden. Ik blijf een poos zitten en laat de dagen passeren. De uitdagingen, de vreugde, de pijn, de lach en de tranen. Na een tijdje sta ik op en begin met het bij elkaar zoeken van de spullen in de tent. Een plek die 11 dagen mijn huis was op een van de mooiste plekken van Europa. Alleen het hoognodige blijft nog in mijn tent. De rest verdwijnt in de kisten. Nog een keer in de omgeving rondrijden, genieten van de bergen en van het bergmassief. Aan het einde van de middag rij ik terug naar de kabelbaan om iemand op te halen. Tot mijn verbazing keert nog een van de collega's terug. Hij heeft last van hoogteziekte gekregen en is daardoor genoodzaakt terug te keren. Voor hem eindigt zijn expeditie hier.
De volgende dag reizen we nog een keer af naar de Aiguille du Midi om te kijken naar de toppoging van de collega's. Bij mooie weersomstandigheden kun je de top van de Mont Blanc zien. Het weer is geweldig, heldere blauwe lucht en vol zicht op de top. En rond 12.30 uur krijgen we een smsje dat 5 van de 5 collega's hebben getopt! Allen hebben de top gehaald en men is op weg naar beneden. Terug naar de hut. Morgen keren ze terug in het dal. Morgen is de expeditie echt teneinde. Mijn laatste ochtend. Vroeg op en straks mijn tent inpakken en mijn plek leeg achterlaten. Ik sta nog even geleund tegen mijn auto en kijk nog een keer vanaf mijn plek naar de berg. Ik loop de camping af en eet voor de laatste keer mijn ontbijt in het chalet. Na het ontbijt ga ik terug naar de camping. Ik ga alleen, want op dit soort momenten vind ik het fijn om op mijzelf te zijn. Langzaam verdwijnt mijn huis. En dan is de plek leeg. Het enige wat er blijft is een grote gele plek in het gras die herinnert aan de tent die er heeft gestaan. Met een zwiep verdwijnen mij laatste spullen in de auto. Ik kijk nog even om en vertrek. Ik heb altijd een beetje moeite om te vertrekken. Ik rij de poort van de camping uit en dan weet ik, het is nu echt bijna klaar. Samen met collega's rijden we naar de kabelbaan. We hebben besloten de collega's, die van de Mont Blanc terugkomen, tegemoet te lopen. We gaan naar boven en wandelen de berg op net zo lang tot we ze zien. Het wordt nog een hele klus om op tijd bij het station van het treintje naar de Mont Blanc te komen. Een vriendelijke Franse dame van de kabelbaan doet haar best, maar de kabels van de baan gaan niet harder. Ze zegt als we boven aankomen: “Als jullie rennen dan kunnen jullie het treintje nog halen!” We pakken onze rugzakken op en op het moment dat de deuren opengaan beginnen we te rennen. Heuveltje over, trapje af en daar ligt het station. Nog een klein tandje erbij en dan zitten we in de trein. Nog even genieten van de hoogte, nog even stil genieten van het geweldige uitzicht. Een ding weet ik zeker! Ik kom hier terug. Piepend komt het treintje tot stilstand en de deuren zwaaien open. We stappen uit de trein en zoeken de weg naar boven. Voor ons gevoel hebben we nog tijd genoeg om de collega's tegemoet te lopen. Maar bij het uitstappen wordt ons oog getrokken een bekend gezicht. Verrek, ze staan al op het station en ze gaan instappen. Mijn eerste gedachte is: “Jullie zijn te vroeg!” Onze ogen zoeken elkaar op en we roepen. Wat rest zijn de omhelzingen en de vragen hoe het is. Wat je ziet is de vermoeidheid in de ogen, maar ook de blijdschap. Snel stappen we weer in het treintje. De groep is weer bijna compleet. Ik ga op de grond zitten. Voor mij is dat vaak de prettigste plek. Ik kijk naar de collega's en kan alleen maar trots op ze zijn. Ik hoor de verhalen. Wat een intense tocht. Het treintje daalt en opnieuw met piepende remmen stopt het bij het station. Met de gondel van de kabelbaan dalen we af naar het dal. Daar worden we opgewacht door de laatste twee collega's. De groep is weer compleet. Hier komen de tranen en de lach. En ik besef me. De expeditie is teneinde. De laatsten zijn weer in het dal. We rijden terug naar het chalet. Spullen afhangen en opruimen. Ik gooi het laatste materiaal in mijn auto. De certificaten worden door de gidsen uitgereikt en er wordt nog een keer geproost. Dan breekt voor mij het afscheid nemen aan. Ik ga terug naar Nederland. De een een hand en de ander een omhelzing. Ik stap in mijn auto, kijk nog even om en rij daarna het pad af. En iedereen verdwijnt uit mijn zicht. Ik zet een cd aan in de auto en draai twee nummers keihard af. Twee nummers die voor mijn centraal hebben gestaan in deze expeditie Try van Pink en As it seems van Lily Kershaw. En zo rij ik het dal van Chamonix uit. De Mont Blanc achter me latend. Ik kan alleen maar zeggen. Team 1 en Team 2 voor mij zijn jullie altijd een. Voor mij hebben jullie allemaal jullie grenzen verlegd en de bergen overwonnen. Alle deelnemers aan de expeditie dank voor jullie steun en dat ik deelgenoot mocht zijn van jullie expeditie. Dank voor de lach, de tranen en de bijzondere momenten. Organisatie en begeleiders van politie-expeditie dank voor jullie deskundige begeleiding en het organiseren van deze pilot-expeditie. H. dank voor het samen wandelen naar de Refugio Emanuele II en W. dank voor het onder andere dragen van mijn iets te zware rugzak op de Mer de Glace. Ondersteuning vanuit Stichting De Basis dank voor het leveren van de geweldige ondersteuning aan de collega's en mij in de afgelopen 9 maanden. Redacteur van communicatie dank voor het maken van de beelden, het geweldige verhaal in het 24/7 en hoe jij, naar mijn gevoel, een teamlid van de groep bent geworden. Ook jij hebt je grenzen verlegd. Uiteraard ook dank aan de korpsleiding van de Nationale Politie die het mede mogelijk maakte om dit project te mogen en te kunnen doen.
Linkjes met betrekking tot de Mont Blanc: Reisverslag in foto's (Youtube) As it seems van Lilly Kershaw (Youtube) Dit reisverslag is vanuit mijn gevoel geschreven. Op de wijze zoals ik deze expeditie naar de Mont Blanc heb ervaren. In het verslag zijn geen namen genoemd dit om de privacy van de collega's te beschermen