Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
NIEUWS
MARTEN LA HAYE Adviescommissie PTSS Politie Als (oud-)politiecollega's hun vastgestelde PTSS willen laten erkennen als beroepsziekte, kunnen ze daarvoor een verzoek indienen en gelden eenduidige criteria. De belangrijkste taak van de Adviescommissie PTSS Politie (kortweg de commissie) is over deze verzoeken advies uit te brengen aan de directeur Humanresourcesmanagement. Deze neemt namens de korpschef besluiten over erkenning van de beroepsziekte PTSS. Voorzitter Marten La Haye vertelt over de commissie. Wat heeft de Adviescommissie PTSS Politie als eerste opgepakt? Wij zijn begonnen met de dossiers van politiemedewerkers of voormalige collega's die als eerste een aanvraag indienden om hun PTSS te erkennen als beroepsziekte. Op dit moment hebben wij al meer zaken afgerond dan wij in eerste instantie hadden verwacht, namelijk circa vijftig. Dat betekent dat wij nu nog zo'n 250 van de 300 oude dossiers in behandeling hebben. Zeker voor de betrokkenen betekent dat goed nieuws. In vrijwel alle gevallen heeft de commissie geadviseerd dat de PTSS beroepsgerelateerd is. Hoe gaat de adviescommissie te werk? Minder ingewikkeld dan sommigen wellicht denken. Zoals is vastgelegd in het PTSS-protocol, dat onze leidraad vormt, vragen wij bij de indiener twee stukken op. Allereerst de rapportage van de diagnose of eventueel van de verschillende diagnoses. Hierin staat meestal de historie van de persoon en de incidenten die de kern zijn voor het ontstaan van PTSS. Daarnaast vragen wij aan de indiener een aantal gegevens over de incidenten: wanneer en waar is het gebeurd, wat was uw rol en wie was erbij? Dergelijke feiten staan nu eenmaal niet in iemands diagnose. Zo'n diagnose stellen, is overigens ingewikkeld. Je moet vaststellen of iemand aan alle criteria voldoet en feitelijk niet iets anders heeft. Want er bestaat een grote overlapping tussen bijvoorbeeld een depressieve stoornis of persoonlijkheidsstoornis en PTSS. Zo'n diagnose biedt een korte beschrijving wat iemand heeft gedaan, hoe deze persoon in elkaar zit, wat deze bij de politie en privé heeft meegemaakt en welke incidenten belangrijk zijn. Doorgaans sluit een psychiater of klinisch psycholoog een diagnose af met een behandelvoorstel. Aan de hand van de gegevens over de incidenten vraagt onze adviescommissie aan het korps of het klopt dat deze persoon erbij was en daadwerkelijk de beschreven rol vervulde. Daarbij ligt de bewijslast bij het korps. Op het moment dat het korps de gegevens niet meer kan terugvinden, en de indiener kan het incident goed beschrijven, dan wordt uitgegaan van deze beschrijving. Wat doet de adviescommissie vervolgens? Als wij de gevraagde informatie ontvangen hebben, kijken wij of de diagnose op een juiste manier is opgesteld. Is daarbij voldaan aan alle criteria van de internationaal erkende Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders? Want bijvoorbeeld een stevig arbeidsconflict kan leiden tot vergelijkbare klachten. Belangrijk hierbij is te vermelden dat de commissie zelf geen diagnose stelt, maar uitsluitend toetst of aan alle criteria is voldaan. Als blijkt dat de diagnose niet aan de eisen voldoet, vragen wij hierover nadere informatie. Eventueel verzoeken wij iemand om een herdiagnose te laten doen bij bijvoorbeeld de Pensioen- en Uitkeringsraad. Die heeft veel ervaring met het vaststellen van PTSS bij slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Zij kunnen historische reconstructies van PTSS maken. Als het ware oude littekens vaststellen. Inmiddels laten drie politiemensen zich door deze raad onderzoeken. Vrijwillig, want zij begrijpen het belang ervan. Het is essentieel dat iedereen erkenning krijgt die er recht op heeft. Maar de politie moet ook voorkomen dat zij mensen onterecht een uitkering toekent. Dat is schadelijk voor de organisatie en voor de collega's die wel terecht aanspraak maken. Vandaar dat wij deze procedure zo zorgvuldig volgen. Hoe stelt de adviescommissie de werkgerelateerdheid vast? Door uit te zoeken naar welke incidenten de PTSS-verschijnselen verwijzen. Ligt de oorzaak in wat bij de politie is gebeurd, in de privésituatie of binnen een vorige werkkring? Overigens zorgt de politie ook voor medische behandeling van collega's die PTSS opliepen bij bijvoorbeeld een eerdere werkgever. Daarin is het korps heel ruimhartig. Maar deze mensen krijgen niet de erkenning van hun PTSS als beroepsziekte bij de politieorganisatie. Is controle van de feiten bij het korps echt nodig? Wij willen dat als iemand een erkenning van PTSS als beroepsziekte heeft gekregen, er geen enkele twijfel bestaat of dit terecht is. Ook voor de medewerkers zelf is dat van belang. Zou immers bekend worden dat één van de erkenningen onterecht is, omdat feiten niet kloppen, dan kan dat ook gevolgen hebben voor de geloofwaardigheid van de andere erkenningen. Daarom wordt bij het korps gecontroleerd of iemand bij de genoemde incidenten aanwezig was. Wij gaan er vanuit dat het verhaal van de indiener klopt, als dat niet zo is, moet het korps dat aantonen. De commissie beseft dat het invullen van deze informatie voor een indiener heftig kan zijn. Al zeggen psychiaters en klinisch psychologen wel dat ook elke behandeling iemand confronteert met het verleden. Dat is immers wezenlijk aan de behandeling. Hoe is de adviescommissie samengesteld? De commissie bestaat uit één voorzitter en vier leden. Een lid en diens vervanger zijn voorgedragen door het korps, de ander en diens vervanger door de politievakorganisaties. Zij komen allen van buiten de politieorganisatie en opereren ook onafhankelijk van de organisatie. Vanwege de hoeveelheid dossiers is de commissie gesplitst in twee subcommissies. De voorzitter vergadert steeds met twee van de vier leden. Een namens de politie, de ander namens de politievakbonden. Een belangrijke taak voor de voorzitter is er nauwgezet op toezien dat beide subcommissies dezelfde beoordelingsnormen hanteren. Daar mag geen verschil tussen bestaan. In de commissie zitten twee leden die in het dagelijkse leven mensen dag in, dag uit behandelen en twee leden die ook veel behandeld hebben, maar uit de universitaire wereld komen. Het theoretische en praktische kader bij elkaar hebben, is een mooie mix. Wij zitten eigenlijk altijd op één lijn. Volgens het PTSS-protocol stemt de adviescommissie bij meningsverschillen en is de meerderheid bepalend. Wij hebben met elkaar afgesproken dat wij het niet zover laten komen. Wij willen alleen unaniem beslissen. Tot nu toe is dat geen enkel probleem. Kan de adviescommissie alle oude dossiers op afzienbare termijn verwerken? Als een dossier compleet aan de commissie wordt geleverd, kan het snel gaan. Het lezen en doorwerken van een dossier kost wel behoorlijk wat tijd, maar dat doen we thuis. Voor de behandeling van het dossier in de commissievergadering blijken we vaak maar een kwartier tot een halfuur nodig te hebben. De commissie kan dus ontzettend veel dossiers aan. Wij verwachten elk aangeboden dossier snel in behandeling te kunnen nemen. Dat wil niet zeggen dat ze dan allemaal klaar zijn. Want soms moeten er aanvullende vragen gesteld worden aan degene die de diagnose heeft gesteld of aan de behandelaar. Dat vergt natuurlijk meer tijd. Ook het compleet maken van benodigde dossiers vraagt soms flink wat tijd. Om alle dossiers tijdig te verwerken, willen de commissieleden eventueel extra tijd investeren. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft onlangs aan de Tweede Kamer toegezegd dat 95% van alle oude dossiers voor het einde van dit jaar behandeld zijn. Zeker nu het Meldpunt PTSS extra capaciteit krijgt om de adviescommissie te ondersteunen, moet dat haalbaar zijn. Wij ontvangen wel flink wat nieuwe dossiers. Sinds 1 januari 2014 zijn dat er nu al een stuk of vijftig. Door alle aandacht beseffen veel politiemensen die PTSS hadden of hebben dat het van belang is om een aanvraag in te dienen. Een pluspunt is dat de nieuwere dossiers kwalitatief veel beter zijn dan de oudere. Ook deze denken we binnen een redelijke termijn te kunnen afwikkelen. Alle commissieleden zijn heel positief over de werkwijze en de hanteerbaarheid van het PTSS-protocol. Wij hebben echter een achterstand van een groot aantal jaren in te halen. Wij behandelen zelfs dossiers over PTSS die is veroorzaakt tijdens de kroningsrellen in 1980. Op welke gronden adviseert de commissie dat de PTSS niet beroepsgerelateerdheid is? Het protocol van de adviescommissie is uitsluitend gericht op PTSS. Het is dus niet van toepassing op mensen met depressies, angststoornissen, burn-out, persoonlijkheidsstoornissen, enzovoort. De commissie moet dan ook strikt kijken of er sprake is van onderbouwde PTSS en moet verzoeken afwijzen, als dat niet zo is. Dat betekent geenszins dat deze mensen niets mankeren of niet aan een beroepsziekte lijden. Bovendien: ook depressies en burn-out kunnen door het beroep komen. Er zijn veel mensen met arbeidsconflicten, niet alleen bij de politie. Daar kun je enorme, beroepsgerelateerde stress van krijgen. Zij moeten absoluut geholpen worden en alle zorg ontvangen die ze nodig hebben. Dat gebeurt ook binnen de politie. Het verschil is dat zij geen erkenning beroepsziekte PTSS krijgen. Ook kan het zo zijn dat PTSS met name veroorzaakt is door privé-incidenten of door incidenten in een vroegere werkkring. Ook dan moet de commissie vaststellen dat het geen beroepsgerelateerde PTSS is. Komt de adviescommissie veel twijfelgevallen tegen? Tot nu toe bijzonder weinig, maar zij bestaan wel. En natuurlijk lastige afwegingen. Bijvoorbeeld wanneer een dossier wel of niet aan het criterium van doodsbedreiging voldoet. Neem een ernstig arbeidsconflict, waarbij iemand vreselijk wordt gepest. Zulke onverkwikkelijke situaties leiden absoluut tot vreselijke stress, maar het is volgens de definitie geen PTSS. Stel dat iemand PTSS krijgt door een integriteitsonderzoek naar hem of doordat hij volstrekt ten onrechte wordt aangehouden en vastgezet. Is dat een doodsbedreigende situatie? Niet volgens de criteria. Zulke situaties zijn buitengewoon stressvol, leiden mogelijk tot heel veel klachten, maar vallen buiten de PTSS-regeling. Complex zijn de gevallen waarin de PTSS deels is veroorzaakt in een vroegere werkkring en vervolgens getriggerd door het huidige politiewerk. Iemand krijgt dan een gemengd beeld van herbeleving van twee situaties. In de wet staat dat PTSS in overwegende mate veroorzaakt moet zijn door het beroep. Dus door het werk bij de politie. Maar hoever gaat 'in overwegende mate'? In zulke situaties maakt de adviescommissie beslist een zeer zorgvuldige afweging en houdt daarbij terdege rekening met de belangen van de indiener. Zijn er ook erkenningsverzoeken afgewezen? Tot nu toe twee. In één geval was geen sprake van volledige, maar van gedeeltelijke PTSS. Dat betekent dat iemand wel een aantal PTSS-klachten heeft, maar niet geheel aan de wetenschappelijk en professioneel omschreven PTSS-norm voldoet. In een ander geval bleek de PTSS totaal te zijn veroorzaakt bij een andere werkgever. Als wij overigens vragen hebben over een verzoek, nodigen wij deze persoon altijd eerst uit voor een gesprek. De adviescommissie wil er namelijk honderd procent zeker van zijn dat zij echt over alle relevante informatie beschikt. Kan het oordeel van de adviescommissie over beroepsgerelateerdheid afwijken van de diagnose? Dat is al in één geval gebeurd. Wij spraken met een politiemedewerker die het alleen maar had over de voortdurende ruzie met collega's. Deze persoon had een zodanig beschermingssysteem ontwikkeld tegen alle ellende in het werk, dat deze onmiddellijk 'vluchtte' in ruzie met collega's. Tijdens de ziekte overkwam één van de directe familieleden van deze politiemedewerker een ernstig ongeval. De diagnose luidde dat het PTSS een gevolg was van dit ongeluk. Dat zou tot afwijzing door de commissie leiden, want dan betrof het een privé-incident. Tijdens ons gesprek indringend doorvragen, bracht enorm veel werkgerelateerde verschijnselen aan het licht, die erkenning wettigden. Is de beroepsgerelateerdheid van PTSS een feit zodra de adviescommissie deze heeft erkend? Nee, want de commissie toetst uitsluitend de beroepsgerelateerdheid van PTSS en adviseert de directeur HRM hierover. Deze doet nog een laatste toets: de PTSS mag niet zijn veroorzaakt door eigen schuld of onzorgvuldig handelen en moet ontstaan zijn in het kader van opgedragen werk (besluit algemene rechtspositie politie). Die aspecten beoordeelt het korps na raadpleging van de Afdeling Juridische Zaken. Als voldaan is aan deze aanvullende criteria is de erkenning van iemands beroepsgerelateerde PTSS een feit. Dan volgt het traject van financiële afwikkeling. Dat valt buiten het werk van onze commissie. Wel is het Meldpunt PTSS Politie daarbij betrokken. Welk belang hebben politiemensen bij erkenning van hun PTSS als beroepsziekte? Allereerst nabetaling van het loon. Zodra iemand langer dan een bepaalde periode ziek is, wordt immers een bepaald percentage van het loon gekort. Ten tweede het alsnog vergoeden van medische zorg. Soms zijn behandelingen niet door de verzekering betaald en in het verleden ook niet door de politie. En ten derde kunnen zij een schadeclaim indienen: omdat ik PTSS heb opgelopen, kon ik geen promotie maken en dat heeft mij zoveel loon gekost. Hoe kijkt u terug op de PTSS-uitzending van Zembla? De wijze waarop Zembla politiemensen met PTSS portretteerde, vond ik zonder meer geloofwaardig. Daarin herkende ik de verhalen die ik in deze functie hoor en lees. In dat opzicht heeft deze uitzending binnen de politieorganisatie de aandacht voor en de acceptatie van PTSS vergroot. Dat helpt enorm om meer mensen in een vroegtijdig stadium hulp aan te kunnen bieden. Zembla had overduidelijk de bedoeling om de PTSS'er neer te zetten als kwetsbaar slachtoffer, professor Gersons als de enige die weet hoe het moet, maar naar wie de politie niet luistert, en korpschef Bouman en mij als mensen die gewoon geen idee hebben waarover zij praten. In deze opzet zijn de programmamakers aardig geslaagd. In mijn geval onder meer door mijn uitspraken ingrijpend te manipuleren en elke nuancering te schrappen. Ik had gehoopt een voor de politie positieve bijdrage te kunnen leveren. Wat is in Zembla onvoldoende uit de verf gekomen? Allereerst de vertrouwelijke behandeling van zaken. We hebben de hele procedure rondom vertrouwelijkheid vastgelegd in het PTSS-protocol, dat is goedgekeurd door het Centraal Georganiseerd Overleg Politie (CGOP), waarin het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de politievakorganisaties en het korps over arbeidszaken besluiten. Met name over de regeling voor vertrouwelijke behandeling was het CGOP uitgesproken positief. Zembla maakte er een heet hangijzer van dat de indiener de commissieleden moet autoriseren voor het inzien van de stukken. Dat is een formeel-juridische kwestie. Wij stellen geen diagnose en hebben niets met medische behandeling te maken. Wij bestuderen de stukken uitsluitend ter beoordeling van de werkgerelateerdheid. Het korps krijgt totaal geen inzage. Onze adviescommissie is immers extern, dus alle medische gegevens blijven bij ons. In ons advies aan de directeur HRM over de werkgerelateerdheid van iemands PTSS staan geen medische gegevens. Dat is een bewuste keuze. Wel onze constateringen: om welke incidenten het gaat, waar verschijnselen naar verwijzen, hoe de diagnose is onderbouwd, et cetera. Ons advies kan veilig in iemands personeelsdossier worden opgenomen. Dat is allemaal uitermate zorgvuldig afgedekt. Maar niet akkoord gaan met inzage is voor aanvragers toch geen optie, gezien de mogelijk verstrekkende financiële gevolgen? Dat vraagstuk doet zich voor in heel veel situaties. Ook de rechter vraagt voor beoordeling van een zaak inzage in dossiers. Altijd als ergens een medische beoordeling nodig is, moeten bepaalde mensen die gegevens inzien. Behalve de voorzitter hebben alle adviescommissieleden een achtergrond als psychiater of klinisch psycholoog. Bovendien hebben wij allemaal getekend voor absoluut vertrouwelijke omgang met de dossiers en de gegevens daarin. Ook nadat wij uit deze functie ontheven zijn, zijn we aan die geheimhouding gebonden. Heeft de adviescommissie voldoende draagvlak? Voordat wij vorige zomer begonnen, was er veel kritiek van de politievakorganisaties, de Centrale Ondernemingsraad en hulpverleners zoals Arthur van der Vlies en Rick Franx. Voor deze laatste twee mensen heb ik overigens enorm veel waardering gekregen. Arthur van der Vlies is elke dag onbetaald bezig om PTSS bespreekbaar te maken bij politiemensen, waardoor de signalen in een eerder stadium kunnen worden herkend. De stichting Hulp voor Hulpverleners van Rick Franx biedt ook veel ondersteuning aan politiemensen met PTSS. Ondanks alle argwaan en negativiteit lukte het om met de afronding van het PTSS-protocol een keerpunt te bereiken. Dankzij gezamenlijke inspanningen staat bij de politie nu een doeltreffend en eenduidig PTSS-beleid op de rails en alle betrokken partijen vinden dat wij met elkaar op de juiste weg zijn. Er is de afgelopen maanden heel veel positiefs bereikt. Maar wij zijn er nog niet, want wij hebben 25 jaar historie in te halen. Doorgaans uit onwetendheid is daarin een groot aantal mensen beschadigd. Het duurt enige tijd om dat leed te herstellen. Voor mijzelf is het een interessante uitdaging om een schakel in dat geheel te vormen. Om iets te kunnen betekenen voor politiemensen die zo'n complex en maatschappelijk relevant vak hebben gekozen en juist daardoor trauma's en persoonlijke problemen te verwerken krijgen. De Adviescommissie PTSS Politie bestaat uit: ir. M.W. La Haye (voorzitter) drs. W. Amptmeijer prof. dr. M.J.M. van Son drs. G.N.R. Priem prof. dr. P.M.G. Emmelkamp