Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
NIEUWS
COULANCEBELEID CGOP 2014 In het Centraal Georganiseerd Overleg Politie (CGOP) van 5 juni 2014 is overeenstemming bereikt over het coulancebeleid PTSS van minister Opstelten. De verjaringstermijn wordt tijdelijk sterk verruimd. Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, de politievakorganisaties en de korpsleiding bereikten in het CGOP van 5 juni overeenstemming over de PTSS-verjaringstermijnen. Dat beleid bepaalt de soepelheid waarmee de minister en het korps willen omgaan met de vergoeding van medische kosten (artikel 54 BARP) van (oud-)politiemensen die door hun werk posttraumatische stressstoornis (PTSS) opliepen. Ten aanzien van overige rechtspositionele aanspraken vinden nog nader overleg en besluitvorming plaats. Denk hierbij bijvoorbeeld aan artikel 54a BARP (smartengelduitkering). Verruiming Het korps neemt de aanvraag voor vergoeding in het kader van artikel 54 BARP, naar aanleiding van gebeurtenissen vanaf 1 januari 1984, in behandeling. Daarmee verruimt de minister de gangbare verjaringstermijn van vijf jaar in sterke mate. Wil je een beroep doen op deze coulanceregeling? Neem dan uiterlijk 31 december 2014 schriftelijk of per e-mail contact op met het Meldpunt PTSS Politie (meldpuntptsspolitie@rijnmond.politie.nl). Voor alle zaken vanaf 1 januari 2015 gelden dan de normale regels voor de relatieve verjaring van vijf jaar. Verjaringstermijnen Voor de beoordeling van de verjaring zijn twee momenten van belang: 1. wanneer deden de incidenten zich voor die de PTSS veroorzaakten? 2. wanneer besefte de medewerker dat hij of zij aan PTSS lijdt en dat het (voormalige) korps hiervoor mogelijk aansprakelijk is? Vanwege de aard van de ziekte, zit er vaak veel tijd tussen het moment dat iemand tijdens het werk iets overkomt en het besef dat een of meerdere incidenten PTSS heeft of hebben veroorzaakt. Daarom hanteert de wet twee verjaringstermijnen. Deze worden aangeduid als de relatieve en de absolute verjaringstermijn. Relatieve verjaringstermijn De relatieve verjaringstermijn duurde tot nu toe normaal gesproken vijf jaar. Als een politiemedewerker vermoedde dat hij PTSS-klachten had, dan had hij vanaf dat moment vijf jaar de tijd om een beroep te doen op de vergoeding van medische kosten. Gewoon in behandeling nemen Minister Opstelten ziet nu wat betreft de vergoeding van medische kosten af van de relatieve verjaringstermijn van vijf jaar. Dit betekent het volgende. Is het langer dan vijf jaar geleden dat je vermoedde dat je PTSS klachten had? Wil je niettemin een beroep doen op vergoeding van medische kosten? Dan neemt het korps jouw verzoek gewoon in behandeling. Jouw aanspraak wordt dus tot en met 31 december 2014 niet meer afgewezen met een beroep op de vijfjarige verjaringstermijn. Absolute verjaringstermijn Daarnaast was tot 2004 de zogenaamde absolute verjaringstermijn van kracht. Hiervoor stond een wettelijke termijn van twintig jaar. Dit betekende dat iemand met PTSS alleen aanspraak kon maken op bijvoorbeeld vergoeding van medische kosten als de PTSS veroorzakende gebeurtenissen uiterlijk twintig jaar geleden plaatsvonden. Gerekend vanaf 2004 dus in of na 1984. Deze absolute verjaringstermijn van twintig jaar blijft van toepassing. Dit houdt concreet in dat het korps geen vergoeding van medische kosten honoreert als de PTSS is veroorzaakt door gebeurtenissen in de periode gelegen voor 1984. Met andere woorden: meer dan twintig jaar voorafgaand aan 2004. Bron: Politiebond ACP