Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
BLOGS
SCHELDEN MAG, MAAR VAN THUIS BLIJF JE AF Ik had dit keer niet de intentie om iets te schrijven over de gebeurtenissen in Geldermalsen, alhoewel ik er zo mijn gedachten over had, maar er is al genoeg over gezegd. Alleen 's avonds zag ik op mijn twitterlijn een tweet voorbij komen van een verslaggever van omroep Brabant (René van Hoof) die een relschopper citeerde en zijn respect naar een politieman uitsprak. De woorden van de relschopper tegen de politieman waren: “Ik hoop dat ze je kinderen verkrachten!” De politieman schijnt zijn rust te hebben kunnen bewaren en dat was een compliment van de verslaggever waard. Mijn nekharen gingen overeind staan van de opmerking van deze relschopper en van binnen kookte ik. Waar haal je het lef vandaan om dit tegen een politieman te roepen over zijn kinderen. Voor mij overschrijd je hiermee een grens. In het verleden werd ik in mijn politiewerk regelmatig geconfronteerd met schelden en bedreigingen. Het meeste liet ik langs het teflonlaagje op mijn rug naar beneden glijden, maar sommigen opmerkingen raken je of komen heel dichtbij. Waar is de grens? En wanneer overschrijd je deze? De grens zal bij iedere politieman of -vrouw, net als bij een gewone burger, anders liggen. Al weet ik dat de tolerantiegrens bij politiemensen vaak erg hoog ligt. Maar er is wel een grens! In de loop van de jaren heb ik alle vormen van schelden en de verwijzingen naar verschrikkelijke ziekten langs horen komen. Ik ken ze echt bijna allemaal. Meestal was het dronkenmansgelal of gewoon een opgewonden standje. Vaak werkte het aanspreken op de houding en het gedrag al. Af en toe was een wat ferme vermaning nodig om weer wat rede in de mens te krijgen. En soms…. soms moest je het gewoon van je af laten glijden. Er waren momenten dat het heel dichtbij kwam en de grens tussen werk en privé heel dun werd. Zo stond ik ooit met mijn kinderen, al zingend, op een doorgaande weg in de stad, waar ik werkte, voor een rood verkeerslicht te wachten. Onverwacht werd het portier van mijn auto opengetrokken. En daar stond ze, scheldend en tierend. Mijn kinderen keken vanaf de achterbank naar de vrouw die tegen hun vader stond te schelden en ze begrepen niet waarom. Een paar dagen daarvoor had ik haar aangehouden, omdat ze buiten de zone aan het tippelen was. En nu stond ze naast me! Ik hoorde een van mijn kinderen op de achterbank vragen: “Papa wie is dat?” Tja, en probeer daar maar eens antwoord op te geven. Ik trok mijn portier dicht en reed weg. Een aantal dagen later kwam ik haar tegen tijdens mijn werk en ik heb haar heel duidelijk uitgelegd dat ik dit nooit meer zou accepteren. Boos zijn op mij is prima, maar nooit waar mijn kinderen bij zijn. Enkele dagen later zat ze bij de receptie aan het bureau en kwam alsnog haar excuses aanbieden. Ik heb ze aanvaard, wel met de waarschuwing dat ze de volgende keer met haar klus aan het bureau zou zitten als ze het weer zou doen. Zo ook een andere keer dat ik samen met mijn maatje, in de nachtdienst, een dealer van straat plukte met een niet geringe hoeveelheid verdovende middelen. Nadat we alles, met een hoop overwerk, hadden afgehandeld kroop ik thuis mijn bed in, om te genieten van mijn welverdiende slaap. Tenminste, ik vond zelf wel dat ik hem had verdiend. Na een aantal uren slaap werd ik gewekt door mijn partner. Het bureau had gebeld naar mijn huis of ik even terug kon bellen. Mijn gezicht stond op onweer, want het zou wel weer iets met het verbaal te maken hebben. Licht chagrijnig belde ik mijn chef en kreeg een verbazingwekkend bericht te horen. Door mijn leidinggevende werd ik geadviseerd om mijn dienstwapen en mijn kogelwerende vest op te komen halen. Vanuit het criminele circuit was men op zoek naar mij en mijn maatje. Ik maakte in eerste instantie nog even een geintje, maar al snel bleek dat dit om keiharde informatie ging. Er werden allerlei maatregelen getroffen om mijn identiteit af te schermen. Ik ging apart van mijn gezin reizen en winkelen in de stad waar ik werkte deed ik niet meer. Ik was extra op mijn hoede thuis, op straat en op mijn werk. Gelukkig ebben dit soort dingen ook weer weg en ga je over tot de orde van de dag. En dat is misschien maar goed ook. Dit zijn momenten dat werk en thuis heel dichtbij komen. Te dicht naar mijn gevoel. Dan lees ik de opmerking van een relschopper in Geldermalsen en dan vraag ik me af: “Denk je na als je deze opmerking maakt?” Wat zou hij er van vinden als een dergelijke opmerking tegen hem zou worden gemaakt? Zou hij dan ook zo rustig blijven als die collega? Ik ben bang van niet! Maar het is niet alleen tijdens deze demonstratie dat ik mensen ver over een grens zie gaan tegenover collega's en waar letterlijk de grenzen van het toelaatbare worden opgezocht. Je boosheid uiten mag, zeker tijdens een demonstratie! Maar er zijn grenzen en die werden hier en in de afgelopen weken, naar mijn gevoel, duidelijk een aantal malen overschreden. En als er door buitenstaanders wordt geroepen: “Dat hoort bij je werk!” zou ik hen willen uitnodigen om de plek van deze collega(s) in te nemen. En ik ben dan benieuwd hoe hun reactie, na een dergelijke opmerking, zal zijn. Mijn complimenten voor de collega's. Dit getuigt van professioneel gedrag en de-escalerend werken. Maar ik denk dat deze collega en anderen in de afgelopen weken letterlijk een paar keer op hun lip hebben moeten bijten. Ik in ieder geval wel. En eh….. een keer boos op mij zijn mag, maar van mijn thuis en die van mijn collega's blijf je zeker af!