Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
BLOGS
MIJN LAATSTE BLOG?! OF NIET? Sinds 2009 ben ik bezig met bloggen over zaken die mij bezig houden en het schrijven van verhalen. Daarnaast ben ik bezig met het onderwerp PTSS (Post Traumatische Stress Stoornis) bij politiemensen. Het vragen van aandacht, maar het ook proberen in de juiste proporties te zien. En soms, heel soms…… denk ik wel eens is dit mijn laatste blog? De vraag in de kop is: “Is dit mijn laatste blog?” Misschien wel op deze manier! Waarom, vragen jullie je misschien af? Ik zal een groot gedeelte van mijn werkzaamheden en mijn bloggen voor Reflectie in Blauw om gaan zetten en neerleggen. Een gedeelte van mijn werk zal ik niet meer doen namens Reflectie in Blauw. In 2011 nam ik afscheid van de politieorganisatie en wilde ik in eerste instantie deze ver achter me laten. Door te gaan bloggen en door het vertellen van mijn verhaal werd ik toch elke keer weer opnieuw betrokken bij de organisatie. Ook wist ik door contacten te leggen met allerlei organisaties mijn expertise op het gebied van stress en beroepsziekten binnen de politie te verbreden. Sinds enige tijd mag ik deze expertise delen in de diverse lagen van de politie, het ministerie van Veiligheid en Justitie en andere organisaties, maar ook door gewoon aan te schuiven aan de koffietafel bij collega’s, chefs en andere leidinggevenden. Wat speelt er op de werkvloer en hoe gaan we met z’n allen om met die dagelijkse dingen de spelen in ons mooie vak van politieman of -vrouw. Waar gaat het goed en waar kan het beter? Ik heb contact met een chef waarmee ik inmiddels al twee jaar om de twee a drie maanden aan tafel zit en op basis van gelijkwaardigheid zaken deel. Hoe ga je met je mensen om en waar kunnen zaken beter. Hoe kijk ik naar hem en hoe kijkt hij naar mij. Ik heb in de afgelopen jaren veel van hem geleerd over leiderschap en waar chefs tegenaan lopen in de organisatie. We spraken over hoe je omgaat met collega’s met stress en psychosomatische klachten en wat er gebeurd op de werkvloer. Het gesprek voor de komende periode staat al weer ingepland. Ook geef ik gastlessen op de politieacademie over de dilemma’s in het politievak. Hoe ga je daar als jonge politieman of -vrouw mee om en welke oplossingen heb jij voor de aangeboden casussen. Durf je in te grijpen, wil je ingrijpen en mag je ingrijpen als er iets gebeurd. Jezelf de vraag durven stellen: “Kan ik, mag ik en wil ik?” Zo werd ik uitgenodigd om in het buitenland het verhaal over de impact van het politiewerk te delen, maar ook om uit te leggen welke expertise we in Nederland bij de politie hebben en wat we kunnen leren van het buitenland. Soms heb ik met een brok in mijn keel geluisterd naar het verhaal van die collega’s. Ik heb veel respect voor het werk dat ze doen, maar ook voor de gezinnen van deze collega’s. De gastvrijheid was vaak onmiskenbaar en ondanks de taalbarrière hebben we ook erg veel gelachen. Ik kan met recht zeggen dat ik trots ben op de collega’s die daar soms onder hele moeilijke omstandigheden hun werk moeten doen. Maar zo zat ik ook aan tafel bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en bij de politiebonden. Van iedereen mocht ik leren, maar ook mijn visie geven op diverse onderwerpen. Wie had dat vijf jaar geleden kunnen denken. Ik in ieder geval niet. Van schrijven van blogs naar de media Naar aanleiding van het schrijven van mijn blogs en het vertellen over PTSS zat ik in 2010 in een uitzending van EenVandaag. Mijn doel was toen meer openheid te geven over hetgeen mij was overkomen. Want het kon niet alleen mij overkomen, maar ook andere collega’s. Een open en eerlijk verhaal wat door mijn toenmalige korps toch wel met enige argwaan werd bekeken. Het was geen verhaal om mijn korps te beschadigen, maar wel om duidelijk te krijgen dat het niet alleen bij defensie voorkwam. Ook politiemensen konden ziek worden door het werk dat zij deden. Toen pleitte ik al dat je je er niet voor hoefde te schamen als het je overkwam en dat er samen gezocht moest worden naar een oplossing. En ja, bij mij is ook niet alles goed gegaan en uiteindelijk heb ik ontslag genomen. Ik kijk nog steeds terug op een prachtige carrière bij de politie. Een vak wat ik met veel plezier en bezieling heb uitgevoerd. Mijn verhaal is verteld In de afgelopen jaren heb ik aan veel media mijn verhaal verteld. Verteld over het pannenkoeken bakken, zelfreflectie, mijn herstel, de weg terug en waar we samen met de politieorganisatie nog slagen kunnen maken, maar ook waar we zijn gekomen. Voor mijn gevoel was het de laatste keer in het programma “Doe even normaal.” van de NTR. In de laatste zinnen van dat programma kon ik zeggen: “Het is goed zo!” En misschien is het ook wel goed zo! Tijd om vooruit te kijken. Minder naar het verleden en nog meer naar de toekomst. Mijn ervaringen zal ik meenemen en zorgen dat het beter gaat worden voor collega’s. Mijn verhaal is verteld en misschien wordt het na vijf jaar tijd voor een ander om zijn of haar verhaal te vertellen. Ik hoop dat hij of zij het zal vertellen op dezelfde wijze als ik heb gedaan. Soms met een beetje emotie, maar ook met een vleugje humor en zelfreflectie. Niet om de politieorganisatie te beschadigen, maar om er van te leren. Ik zal niet van het toneel verdwijnen, want aandacht vragen blijf ik doen. Niet meer zoveel in het openbaar met mijn verhaal, maar op de achtergrond met de opgebouwde expertise van de afgelopen jaren. Ik heb stappen gemaakt. Soms grote stappen voorwaarts en dan weer een stapje terug. Ik kan klagen hoe alles beter had gemoeten, ik kan mensen de schuld geven van mijn ziek worden, ik kan wijzen naar een ander. En ikzelf dan…. Waar lag mijn verantwoordelijkheid? Op wie moet ik boos zijn? Op de politieorganisatie? Op de mensen die dood gingen, gewond raakten of geweld tegen mij pleegden? Of…. of moet ik boos zijn op mijzelf, omdat ik mijn signalen in de wind heb geslagen? Ik ben groot en sterk en mij zou niets overkomen! Ik wil niemand iets verwijten! Het is mij overkomen. Ik heb geleerd van mijn verleden en hoop dat anderen iets van mijn verleden kunnen leren. Doet de politie-organisatie alles al goed dan? In 2009 had men bijna geen idee wat psychosomatische klachten en PTSS bij de politie inhielden. Van 26 regiokorpsen zijn we nu overgegaan naar 1 politiekorps. Bij de eenwording kwamen er soms zaken met betrekking tot ziekteverzuim (waaronder PTSS) en zorg aan het licht die op zijn minst gezegd niet echt fraai waren. In een aantal gevallen is er slordig, lomp en onvoorzichtig omgesprongen met collega’s. En dan druk ik mij echt nog heel zachtjes uit. Ik merk dat er in de afgelopen jaren een verandering is ingezet. En ik ben blij dat ik daar af en toe een kleine bijdrage aan heb mogen leveren. Soms direct en soms indirect. Ik zie dat er stappen worden gemaakt, het lijken soms maar kleine stapjes. Maar ik zie van dichtbij de ontwikkelingen op dit gebied. Ik hoor nog steeds mensen roepen dat er niets wordt ontwikkeld en dat er geen aandacht is voor de collega’s die uitvallen. Het gaat misschien niet zo hard als we zouden willen, maar ik zie echt verbetering in de afgelopen jaren. En natuurlijk kan er echt nog wel veel verbeterd worden. Regelmatig kom ik bij het Meldpunt PTSS om in gesprek te gaan en samen de stand van zaken te bespreken. Ook daar doet iedereen zijn best om alle dossiers weg te werken. Naast dat oudere dossiers worden weggewerkt komen er ook nieuwe bij. Bij deze dossiers lopen ze tegen de problematiek van de oude regiokorpsen aan en duurt het regelmatig even voor zaken goed kunnen worden afgehandeld. Soms is er geduld nodig, terwijl ik me heel goed realiseer dat het heel lang kan duren en mensen er erg ongeduldig van kunnen worden. Wat bij mensen met PTSS wel veel stress kan opleveren! En hoe gaan we daar dan mee om als politieorganisatie? Op dit moment wordt er binnen de Nationale Politie en bij de opleiding hard gewerkt om de klachten van stress en de daaraan hangende gevolgen meer bekendheid te geven. Collega’s bewust maken van de gevolgen van werkdruk, de impact op straat en organisatorische stress. Hoe gaan we op de werkvloer en als leidinggevende het gesprek met elkaar aan en hebben we oog voor elkaar? En dat blijkt soms nog best lastig. Aanspreken op houding en gedag Ik heb altijd een ding gezegd : “Ik huil niet mee met de wolven!” In de afgelopen jaren ben ik kritisch geweest. Ik heb vragen gesteld en mijn visie gegeven. Niet altijd in het openbaar, in de media of politiek, maar wel op de plek waar het hoorde. Leidinggevenden en collega’s aanspreken op hun houding en gedrag. Soms vragen stellen over de gang van zaken, maar ook kritisch durven zijn over de standpunten en verwachten dat er iets gebeurd. Dit geldt ook zeker op het gebied van psychosomatische klachten en PTSS. Dan gaat het vooral over communiceren. Hoe gaan we op een respectvolle wijze met elkaar om. Afgelopen week sprak ik met een aantal chefs die aangeven dat het soms heel moeilijk is om de juiste woorden te kiezen bij iemand die PTSS heeft. Wanneer trigger ik iemand? Wanneer hou ik ze teveel uit de wind? Deze chefs gaven aan zuinig te zijn op hun collega’s, maar het soms best lastig te vinden. Niet alleen chefs, maar ook collega’s op de werkvloer vinden het soms lastig. Maar waarom wachten tot het soms mis is gegaan. Laten we eens met elkaar in gesprek gaan, spreken over wat ons bezighoudt en hoe we willen hoe we met elkaar om moeten gaan. En nu? Ik zal zo af en toe nog blogs en verhalen schrijven. Misschien wat minder en misschien op een iets andere wijze dan jullie van mij zijn gewend. Wat ga ik dan wel doen? Ik zal mijn werkzaamheden en mijn expertise gaan inzetten vanuit de Nationale Politie. Daarnaast nieuwe uitdagingen oppakken en anderen uitbreiden. Alle zaken waar ik me al mee bezig hield zullen gewoon doorgaan zoals de contacten met collega’s op de werkvloer, de contacten met leidinggevenden, het adviseren, mijn presentaties in het land en het gastdocentschap op de politieacademie. Ik zal niet van het toneel verdwijnen, maar ga de werkzaamheden die ik jaren heb gedaan, doen vanuit een nieuwe functie. Dank aan allen die mij hebben gesteund, die mij dingen hebben geleerd, die mij hebben leren luisteren (zowel naar mezelf als naar anderen), die mij in de gelegenheid hebben gesteld mijn verhaal te doen, die naar mij kritisch durfden te zijn, maar ook mij kritische vragen wilden laten stellen, die samen met mij en anderen naar oplossingen hebben gekeken, die met mij durfden te discussiëren, met mij de confrontatie durfden aan te gaan, die vertrouwen in mij hebben gehad, met wie ik heb gelachen en heb gehuild, en met wie ik heb gevloekt en stil heb gezwegen, waarbij we zochten naar woorden en die niet konden vinden. En soms…. heel soms was een blik genoeg. Dank aan iedereen die mij heeft geholpen met het ontwikkelen tot wie ik nu ben. En nu! Nu op weg naar een nieuwe toekomst en nieuwe ontwikkelingen. Ik heb er zin in!