Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
BLOGS
DAG VRIEND Zeven jaar, een maand en een dag geleden werd je geboren en in april 2009 kwam je, als laatste van een nest, rennend vanuit de kennel naar buiten. Iets te grote poten en je oren flapperend in de wind! Je mooie zwarte haren glanzend in de voorjaarszon. Niet wetend wat jij voor mij zou gaan betekenen. En vandaag legde je voor de laatste keer je kop op mijn schoot. Ik stond toen aan de vooravond van een van de zwaarste periodes van mijn leven, maar dat wist ik toen nog niet. Jij groeide op met mijn PTSS en werd voor mijn steun. Mijn klankbord. Een klankbord die niets zei, maar altijd reageerde. Als ik verdrietig ineengedoken op de bank zat duwde jij je neus onder mijn arm. Legde je kop op mijn schoot en keek me aan met je mooie bruine ogen. Je schrok soms van mijn boosheid en wist soms niet wat je daar mee moest. En toch kroop je altijd weer tegen me aan, kwam je bij me. Je natte, soms koude, neus duwden mijn handen omhoog en dwongen mij om je te aaien. Als ik het niet meer wist pakte ik je riem en wandelden we uren. Uren zonder te weten waar we heengingen, je volgde zonder te vragen en zonder te mopperen. Zo liepen we uren op de Veluwe en telden we bomen en als we het niet meer wisten wandelden we de uren terug. Nooit een vraag en nooit zeuren. Wat kon jij genieten van het zand onder je voeten. En los ging je! Ik heb nog nooit een hond zo raar zien doen op het zand. En zo wandelden we uren. Zo wandelden we samen door mijn proces en werd ik beter. Wat kon je genieten van het meegaan met het fotograferen. In de auto, uit de auto en als ik met mijn camera ergens stond of zat lag jij aan mijn voeten. Nooit week je van mijn zij, soms even een duw onder mijn arm. Een duw alsof je wilde zeggen: “Ik ben er baas.” “Ik zit naast je.” Samen sjouwen tussen de weilanden en de paarden. En wat kon je daarvan genieten. Samen genieten van al het moois wat de wereld ons bracht. En als ik thuis kwam dan stond je daar. Kijkend bij de voordeur en wachtend tot het portier van mijn auto openging. Als een bezetene rennen om me te komen halen. Samen lopen naar de voordeur. Samen naar binnen, wachten op het eten of samen eten maken. Na het eten altijd even samen stiekem op de bank in slaap vallen. Ach, stiekem was het allang niet meer. Het was een ritueel. Na een lange werkdag even met mijn maatje op de bank. Iedere avond weer. Jij slapen en je kop op mijn schoot. Wat was dat fijn. Even ontspannen. Even niets. Ook gisteravond schoof je weer zachtjes even tegen me aan. In elkaar gedoken. Je kop op mijn benen, ik hoor je adem en het zacht knorren. Je slaapt. Je wordt wakker en kruipt van de bank. Je wankelt en valt. Je staat niet meer op en legt je kop neer. Geen reactie. Je ademt diep en zwaar. Voor ik het weet zijn we onderweg naar de dierenarts. Hij kan na een grondig onderzoek niet echt iets vinden, behalve dan wat hoge koorts. Een koorts remmend middel moet het beter maken, maar op een of andere manier slaat het nog niet echt aan. Vanochtend verlaat ik het huis en ga op weg naar mijn werk. In de loop van de dag komt het telefoontje dat het mis is. Ik besluit om in de middag naar huis te gaan en afscheid van je te nemen. Maar je gaat hard achteruit en als ik thuis kom sta je niet meer bij deur, maar lig je nog op je bed. Je staat op en je natte neus duw je nog even tegen mijn hand. Ik ben op je bed gaan zitten en zoals altijd kroop je bij me. Het bed van tien centimeter was als een berg voor je. Je legde je hoofd op mijn been, zoals altijd en ik voelde je wegzakken. Je had gewacht. Gewacht tot ik thuis was. En nu was het goed. We hebben je naar de dierenarts gebracht, want het ging niet meer. Ik ben op de grond bij je gaan zitten, want op een behandeltafel hoorde je niet meer. En daar legde je voor de laatste keer je hoofd op mijn been en na een uur blies jij je laatste adem uit en sloeg je hart voor de laatste keer. Je hebt me door een moeilijke periode gesleept en daar ben ik je eeuwig dankbaar voor. Nooit week je van mijn zij. Ik ga je zo missen! Dank je Liam