Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
BLOGS
4 MEI Enige tijd geleden was ik voor een gesprek bij Stichting De Basis. Een plek waar ik met enige regelmaat sinds een aantal jaren kom. Soms voor een gesprek en soms gewoon voor een bak koffie. Inmiddels een ontmoetingsplek voor vele geüniformeerde beroepen. Ik raakte in de recreatieruimte even aan de praat met een collega die op uitzending zou gaan naar Afghanistan. Na het korte gesprek ging ik met een kop koffie zitten en keek een beetje om mij heen. Mijn oog viel op een groep oudere mannen. Ze zaten wat te praten aan een tafel, lazen de krant en dronken een kop koffie. Ik zag dat een van de mannen opstond. Ik schat hem een jaar of 80. Ik kan er een jaartje naast zitten. Hij kwam even bij mij zitten en vroeg: „Waarom wil jij naar Afghanistan?” Ik vertelde hem dat ik niet naar Afghanistan zou gaan. Ik vertelde verder dat ik de collega kende en hem even succes wilde wensen met zijn missie. We pakten samen een bak koffie en raakten aan de praat. Ik legde de man uit dat ik niet meer bij de politie werkte, maar dat ik er nog wel heel nauw bij betrokken was. De oude man was belangstellend en vroeg of hij mocht weten waarom ik weg was bij de organisatie. Ik heb hem uitgelegd dat ik ziek was geworden van het politiewerk en van de dingen die ik had gezien. Het werd even stil bij de oude man. Ik hoorde hem zacht zeggen: „Dan snap ik waarom je niet gaat.” Het was even stil en we keken elkaar aan. De oude man begon te vertellen. Hij vertelde dat hij veteraan is. „Soms ga ik varen met mijn kleindochter en dan stelt ze vragen aan mij.” Vertelde hij: „Vragen over vroeger. Voor mij soms moeilijke vragen.” „Vragen waar ik soms niet op wil of kan antwoorden!” Ik vroeg de oudere man waar hij had gediend. (Ik weet niet meer precies bij welk onderdeel) Hij vertelde dat hij een aantal malen ver weg had gediend en dat hij dingen had gezien die hij nooit meer was vergeten. Ooit had hij met zijn maat door de jungle gelopen. Ze liepen wat te keuvelen, maar waren wel alert. Tot het moment dat er een zacht sissend geluid hoorbaar was en hij niet wist waar het vandaan kwam. Hij keek naast zich en zag dat zijn maat naast hem op de grond lag. Zijn maatje was geraakt en was zwaar gewond. Korte tijd hierna overleed de maat van de oude veteraan. „En weet je” zei hij: „ Soms hoor ik mijn maat nog gillen.” Allebei waren we stil, keken elkaar aan en beiden hadden we tranen in onze ogen. Ik voelde dat de veteraan mijn arm beetpakte en tegen me zei: „We hoeven elkaar niets uit te leggen! We begrijpen elkaar, ik daar en jij hier.” We keken elkaar aan en dat was genoeg. Na nog even samen te hebben gezeten gaven we elkaar een hand en namen we afscheid. Ik kreeg nog even een ferme klap op mijn schouder…. Ieder jaar op 4 mei zal ik even stilstaan bij deze veteraan. En ik herdenk met respect zijn maatje en alle Nederlandse oorlogsslachtoffers.