Reflectie in Blauw POLITIEWERK BLIJFT MENSENWERK
MIJN ACHTERGROND
Foto: Melanie Samat
De verhalen die op mijn website zijn geschreven berusten op waarheid. Het zijn mijn ervaringen, zoals ik ze heb beleeft. Ik kan niet voor anderen spreken. Ik kan alleen spreken over mijn eigen emoties en ervaringen. Om de privacy van mijn dierbaren, mijn collega’s en anderen te beschermen zullen in mijn blogs/verhalen nooit namen, straatnamen of plaatsen worden genoemd. Ik ben in 1990 bij de politie begonnen bij de gemeentepolitie Capelle aan den IJssel. Mijn stage, van 5 maanden tijdens mijn opleiding, heb ik doorlopen bij de gemeentepolitie Utrecht. Na mijn opleiding ben ik rustig begonnen. Mijn collega’s om me heen riepen weleens: "Als jij in dienst bent dan kunnen we allemaal naar huis, want er gebeurd dan toch nooit iets." Ook werd wel eens gevraagd of ik een lelijke foto bij de voordeur had geplakt, want er durfde blijkbaar ook niemand aan te bellen. Nou ik kan je vertellen, die tijd heb ik later wel goed gemaakt hoor! Na een paar jaar in Capelle aan den IJssel te hebben gewerkt, werd er in 1994 een reorganisatie binnen de politie uitgevoerd en werden wij gevoegd bij Politie Rotterdam-Rijnmond. Na nog een jaar in Capelle aan den IJssel te hebben gewerkt werd ik in 1995 gevraagd om in het kader van de overlast van drugs, verslaafden en drugtoeristen bijstand te gaan verlenen in een district van Rotterdam. Mijn eerste werkdag daar was alsof ik in een hele andere wereld terecht kwam! Daar was men, naar mijn gevoel, echt van God los en dan bedoel ik de dingen die daar op straat gebeurden. Heel anders dan dat ik was gewend. Hier liepen junks en hele vreemde types op straat. Ach, ook hier raak je aan gewend en wordt het gewoon. Nu denk ik wel eens, misschien te gewoon?! Na een aantal maanden werd ik gevraagd of ik niet wilde blijven in dit district en eind 1995 ben ik overgestapt naar de politie Rotterdam. In Rotterdam en zeker in dit district werd ik geconfronteerd met de onderkant van onze samenleving. Niet alleen met junks, hoeren, daklozen (ook wel zwervers genoemd), maar ook gewone mensen die ver onder het bestaansminimum leven. En allemaal weten ze te overleven. Ik heb respect gekregen voor deze mensen. Ik heb ze leren waarderen, gewoon, omdat het mensen zijn. Mensen met een verhaal. Ook iedere hoer, junk en dakloze heeft een verhaal. Vaak een bijzonder verhaal. We moeten alleen naar ze leren luisteren. En natuurlijk, ook zij hebben hun fouten, soms gruwelijke fouten! En natuurlijk, zij geven overlast en dat is niet fijn voor een wijk of stad! Laten we voorop stellen dat ik de dingen waar junks, hoeren en anderen in de fout gaan niet goed praat! In mijn periode in dit district heb ik dood gezien in al zijn facetten. Van een meest vredige dood tot de meest gruwelijk manier om te sterven. Ik heb de ergste verwondingen gezien. Ik heb ook gezien wat mensen elkaar kunnen aandoen zowel lichamelijk als geestelijk. Ik heb ook veel gelachen, heel veel. Zoveel dat ik soms spierpijn had van het lachen. Ik blijf zeggen dat de humor nog steeds op straat ligt! Tijdens mijn jaren in het district heb ik veel dingen gedaan. Ik heb deel genomen aan diverse teams die de overlast van junks, hoeren, drugrunners, dealpanden en straathandel in verdovende middelen tegen moesten gaan. Ik denk dat we in die tijd het district wel een stukje veiliger hebben gemaakt. Ach….. en overlast zul je altijd blijven houden. De hoeren, de junks en andere vreemde types kun je niet zomaar uit het straatbeeld wegjagen. Ik denk ook dat ze een beetje bij het straatbeeld horen. En vaak zijn de meeste mensen niet eng, we maken ze eng! Ook heb ik jaren deel uitgemaakt van de Mobiele Eenheid. Ja, ik heb stenen mogen ontvangen en uitgescholden mogen worden voor van alles en nog wat. Ik heb mogen zien hoe anderen mijn stad vernielden. Ik heb mogen zien hoe collega’s in het nauw werden gedreven, hoe ik in het nauw werd gedreven. Hoe mannen (en ook vrouwen) van een jaar of veertig zich te buiten gingen aan geweld tegen de politie. Na jaren in het district te hebben gewerkt, ben ik in 1998 gaan werken bij de bereden politie. Een prachtige afdeling binnen de politie (tenminste als je van paarden houdt) Bij deze afdeling heb ik veel mensen blij kunnen maken. Ik heb veel collega’s die in benarde posities zaten kunnen helpen. Ook bij deze afdeling heb ik weer veel geweld over mij heen gekregen. Vaak sta je vooraan bij de rellen en sta je weer stenen te vangen. En word je voor de zoveelste keer uitgescholden. Maar wat een werelds gevoel geeft het als je samen met je collega’s de stoet van het zomercarnaval weer veilig door de stad hebt begeleid en iedereen staat te juichen aan de kant voor al het moois dat passeert. In 2003 werd ik gevraagd of ik terug wilde komen naar het district waar ik daarvoor had gewerkt. Ik heb het gedaan om mijn carrière kansen te vergroten. Niet dat ik zo met mijn carrière bezig ben, maar ik wilde laten zien dat ik een goede politieman ben. Ik ben toen teruggekomen op een wijkteam en werd na enige tijd gevraagd of ik buurtagent wilde worden. Aan deze functie zat een bevordering naar brigadier vast. Ik heb het gedaan, omdat het mij een mooie uitdaging leek om iets terug te doen voor een wijk. In de wijk had ik heerlijke contacten en ik probeerde zoveel mogelijk op straat te zijn en er te zijn voor de mensen van mijn wijk. Ik merkte alleen dat het buurtagentschap iets anders was dan dat ik had verwacht. Weinig op straat, veel vergaderen en veel werk in het bureau. Niet echt mijn ding. Ook in mijn functie als buurtagent werd ik geconfronteerd met geweld, ook tegen mijzelf. Ik had een nogal lastige groep jeugd die het niet altijd met mij eens was. En dat resulteerde uiteindelijk in een aanval op mij en mijn collega. Na twee jaar heb ik als buurtagent afscheid genomen van mijn wijkje. Ik denk er soms nog met weemoed aan terug. Tijdens mijn werk als buurtagent werd ik door een niet oplettende automobilist van mijn politiemotor gereden. Hij had mijn collega wel gezien, maar ik kwam er nog achteraan. Dat betekende voor mij een rit met de ambulance naar het ziekenhuis. In de re-integratieperiode (die negen maanden duurde) kreeg ik werk bij een speciaal team dat onderzoek deed naar een groepsverkrachting. Wat een heftige klus! Na mijn buurtagentschap ben ik teruggegaan naar de surveillancedienst. De surveillancedienst is echt mijn werk. Het contact met zoveel verschillende mensen en collega’s. Heerlijk, het snel schakelen van het ene incident naar het andere incident. Het ene incident hoog in de geweldsspiraal en het andere gewoon een lief gesprek met een wat verward persoon. Dit is voor mij politiewerk. In 2008 heb ik de grote stad verlaten en ben ik naar een andere politieregio gegaan. Ik kwam terecht in een polder, dit is niet kleinerend bedoeld, maar het gebied waar ik werkte is in een polder! Het gebied is prachtig. Wat is de Hoeksche Waard prachtig! De mensen zijn er vriendelijk en zwaaien nog naar de politie met vijf vingers. Het werk is er anders, maar niet minder! Ook hier wordt gewoon politiewerk gedaan. Roept men dat er in de stad heftige dingen gebeuren, nou hier ook! Ik schrijf deze blog, omdat ik in 2009 werd getroffen door een wat lastige beroepsziekte. Een Post Traumatische Stress Stoornis of wel PTSS. We kennen het allemaal van militairen die terugkeren van een oorlogsmissie en die in hun werk werden geconfronteerd met heftige gebeurtenissen en traumatische ervaringen, maar blijkbaar kan het dus ook politiemensen treffen. Ik weet het! Dit was mijn werk! Dit was het werk waar ik jaren geleden voor had gekozen! Dit was het werk wat ik jaren met plezier heb gedaan! Dit was ook het werk waar ik met een hele dikke traan, afscheid van heb genomen. Maar dit was ook het werk wat mij ziek heeft gemaakt! Dit was het werk wat mij in 2009 en 2010 zoveel nare dromen, woede aanvallen, huilbuien, het wegkruipen in een klein hoekje heeft bezorgd. Dit was het werk wat mij in 2009 en 2010 in mijn nare dromen heeft laten gillen, zodat mijn vrouw mij wakker moest maken, omdat ik weer eens met het dode kindje op mijn schoot zat! Dit was het werk waardoor ik flashbacks kreeg en ik weer eens aan het vechten of het reanimeren was! Dit was het werk waardoor ik schokkend wakker werd met mijn hand in een gapende wond van een slachtoffer van een schiet- of steekpartij! Dit was het werk waar ik van moest huilen en ik met een collega op de bodemplaat van een dienstauto zat, omdat we niet wilden dat burgers ons zagen huilen! Nee, want huilen deden we niet bij de politie! Omdat de burger dat vreemd vind! Dit was het werk waardoor ik niet meer naar verjaardagen van mijn vrienden ging, omdat daar te veel lawaai was en mij terugbracht naar hele heftige incidenten met veel lawaai. En toch zal ik altijd van dit werk blijven houden! Ook nu ik weg ben bij de politie! Het is het werk wat mij heeft gemaakt tot wat ik ben! Op 1 maart 2011 heb ik definitief afscheid genomen van het prachtige werk als politieman. Ik heb afscheid genomen van het mooie vak dat ik jaren heb gedaan. Na 21 jaar werken bij de politie kan ik nog steeds terugkijken en zeggen: "Wat was dat een wereldjob!. Een baan om trots op te zijn." Ik doe nu weer dingen waar ik plezier in heb en ik doe dingen waar ik goed in ben! Wat is het leven toch mooi!! Door middel van het schrijven van blogs/verhalen met daarin verhalen uit mijn carrière wil ik een ieder laten zien wat nu het echte politiewerk is en wat dat met zich mee kan brengen. Soms zijn het verhalen met veel verdriet en er zullen ook verhalen zijn met een lach. Ja, want we konden ook erg lachen bij de politie. Vorige pagina